Nederlandsche Handel-Maatschappij en de Amfioensociëteit

Amfioensociëteit
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Sociëteit tot den Handel in Amfioen werd in 1745 op initiatief van gouverneur-generaal Van Imhoff in Batavia opgericht en was een vennootschap die zich tot doel had gesteld om voor de Vereenigde Oostindische Compagnie de handel in opium (destijds “amfioen” of “amphioen” genoemd) te reguleren.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Vereenigde Oostindische Compagnie
* 2 Sociëteit
* 3 Britse Oost-Indische Compagnie
* 4 Nederlandsche Handel-Maatschappij
* 5 Bronnen, noten en/of referenties

Vereenigde Oostindische Compagnie

Voor de komst van de Europeanen was opium al een belangrijk handelsproduct in het Aziatische gebied. Omdat er in Azië weinig interesse bestond voor Europese producten moest de handelswaar door de VOC veelal betaald worden met goud en zilver. Het kostbare opium bleek daarvoor een goed alternatief te zijn. Het opiumsap, ook wel “heulsap” genoemd, werd vooral rond Bihar in Bengalen gewonnen. Vanaf het midden van de 17e eeuw werd Batavia het centrum van de opiumhandel van de VOC. Het grootste deel van de uit Bengalen ingevoerde opium werd daar verkocht aan speculanten en kleine handelaren, veelal Chinezen, die de opium verder verhandelden en vervoerden naar de eilanden van de archipel en naar China. Toen de VOC in 1676 het monopolie op de handel in opium verkreeg van de sultan van Mataram (Java) nam de handel beduidende vormen aan.
Sociëteit

Naast de officiële handel was er ook een grote en lucratieve smokkelhandel voor rekening van de VOC-werknemers. Om de verliezen door smokkel voor de VOC onder controle te krijgen werd op 30 november 1745 door gouverneur-generaal Van Imhoff toestemming verleend om een naamloze vennootschap onder de naam “Sociëteit tot den Handel in Amfioen” op te richten. De vennoten waren allen VOC-bestuurders en de eerste directeur was de latere gouverneur-generaal Jacob Mossel. De vennootschap kreeg toestemming om opium in het klein te verkopen. De VOC zou in Bengalen ruwe opium blijven inkopen en de Sociëteit zou zich verplichten om ieder jaar 1200 kisten van 60 kilo af te nemen tegen een vaste prijs van 450 realen[1] per kist. Mocht de Sociëteit meer opium kunnen afzetten dan zou voor de volgende kisten 400 realen worden betaald, en boven de 1500 kisten zakte de prijs naar 350 realen per kist. De Sociëteit kreeg op 30 november 1745 voor tien jaar het monopolie op de handel in Java en nam inderdaad ieder jaar een vaste hoeveelheid opium af. Van Imhoffs plan kwam zo gedeeltelijk uit; de VOC maakte zonder daar veel voor te hoeven doen 600 gulden winst per kist opium maar door de toegenomen vraag steeg ook de prijs op Java zodat smokkel weer lucratiever werd.
Britse Oost-Indische Compagnie

De opium werd geproduceerd in Bengalen, dat vanaf 1756 door de Engelsen werd veroverd. Toen de Engelsen Calcutta op de plaatselijke vorst veroverden stuurde de VOC een smaldeel om de Nederlandse factorijen (handelskantoren) in Bengalen te beschermen. De Britten vielen dit eskader zonder waarschuwing aan en vernielden in vredestijd de schepen van de VOC. Vanaf dat moment dwong de Britse Oost-Indische Compagnie een monopolie op de opiumhandel af. De VOC mocht de opium tegen een forse prijs van de Engelsen kopen maar kon daarna geen grote winsten meer realiseren omdat de Engelsen de opium zelf in China gingen verkopen, en omdat de handel op Java in handen van de Amfioensociëteit was. Nadat het octrooi viermaal was verlengd werd de Sociëteit in 1794 ontbonden en opgevolgd door de Amfioendirectie, die niet meer in handen van particulieren was maar van de VOC zelf. Deze instantie was verantwoordelijk voor de verkoop van opium in het groot. Op 17 september 1808 – de VOC was toen inmiddels ontbonden – werd de Amfioendirectie door gouverneur-generaal Daendels opgeheven.
Nederlandsche Handel-Maatschappij

De lucratieve Javaanse handel in opium werd na opheffing van de Amfioendirectie door de Nederlandsche Handel-Maatschappij en later door de Opiumregie voortgezet.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

* Louisa Balk en Frans van Dijk (2002). Archief van de gouverneur-generaal en raden van Indië van de Verenigde Oostindische Compagnie en taakopvolgers, 1612-1811. TANAP. URL bezocht op 5 juni 2006.
* VOC Kenniscentrum. Belangrijkste Handelsproducten: Opium. URL bezocht op 5 juni 2006.
* Martijn Burger (2003). The Forgotten Gold? The Importance of the Dutch opium trade in the Seventeenth Century. Eidos. University College Utrecht Academic Magazine. Issue 2/2003. URL bezocht op 17 oktober 2006.
* Oprichtingsakte van de Amfioensociëteit. Nederland in Beweging. URL bezocht op 5 november 2006.

Nederlandsche Handel-Maatschappij
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gebouw De Bazel. Voormalig hoofdkantoor van de NHM. Vanaf 12 september 2007 “Het Stadsarchief Amsterdam”. (Foto: bma.amsterdam.nl)
De N.V. Nederlandsche Handel-Maatschappij werd op initiatief van koning Willem I in Den Haag opgericht op dinsdag 9 maart 1824. Als feitelijke datum van oprichting kan worden genomen de 29ste maart 1824, de dag waarop het Koninklijk Besluit tot oprichting werd vastgesteld. De doelstelling was (Art. 59) “bevordering van handel, scheepvaart, scheepsbouw, visserij, landbouw en (het fabriekswezen)”, in voortzetting van wat tijdens de Franse overheersing van 1795 tot 1813 was ingezet. Het hogere doel was volgens de koning dat de NHM zou fungeren als een “grote hefboom, strekkende tot opbeuring en aanmoediging van de nationale welvaart”. In de praktijk kwam het neer op expansie van bestaande handel door het inwinnen van gegevens en het zoeken naar nieuwe afzetgebieden, en financiering van industrie en scheepvaart. Door de verbondenheid met de Nederlandse regering speelde de NHM een belangrijke rol in het ontwikkelen van de handel tussen de Nederlanden en Nederlands-Indië.
De NHM wordt soms wel de opvolger genoemd van de Vereenigde Oostindische Compagnie, daar ze eveneens in particuliere handen was, aandeelhouders had en de invloed van de Oranjes op het bedrijf voelbaar was. De oprichting van de NHM kan wellicht worden gezien als een poging om de VOC nieuw leven in te blazen door de (tijdens de Franse tijd in het slop geraakte) handel met Nederlands-Indië weer een nieuwe impuls te geven.
Inhoud
[verbergen]

* 1 Beginjaren
o 1.1 Nederlands-Indië
o 1.2 Max Havelaar
* 2 Financier
* 3 Bankier
* 4 Presidenten
* 5 Bronnen, noten en/of referenties

Beginjaren
Luchtfoto van het gebouw van de NHM in Djakarta Kota.
In de eerste decennia was de NHM een import- en exportbedrijf dat bestaande handelsrelaties moest uitbouwen en nieuwe handelskanalen moest aanboren. Aanvankelijk werd de NHM door veel tegenslag getroffen, doordat zij zich op een groter gebied dan oorspronkelijk de bedoeling was geweest wilde richten. Nadat de handelmaatschappij in Zuid-Amerika, Mexico en de Levant zware verliezen had geleden, legde zij zich bijna uitsluitend toe op Nederlands-Indië.
Nederlands-Indië
Deze handel bestond uit koffie, rietsuiker, indigo, specerijen, tabak en enkele andere koloniale waren uit Nederlands-Indië. De NHM acteerde als staatsbankier, handels- en transportonderneming, en inde belastingen in natura volgens het door Johannes van den Bosch ingestelde plantagesysteem, of het na de Belgische Revolutie van 1830 – die een economische crisis teweegbracht waarbij de NHM bijna ten onder ging – ingevoerde Cultuurstelsel waarbij de inlandse bevolking éénvijfde van de cultuurgrond met voorgeschreven gewassen moest verbouwen en afdragen. De NHM verzorgde de verkoop en het transport van deze belastingen in natura, meestal thee, koffie, suiker en rubber. Het succes waarmee de organisatie dit deed, leidde tot de bijnaam Kompenie Ketjil, ofwel de Kleine Compagnie naar de veel oudere en grotere Vereenigde Oostindische Compagnie.
Doordat de NHM op gegeven moment “katoentjes” ging exporteren naar Nederlands-Indië en daarbij als inkoper en opdrachtgever optrad, kwam de Twentse textielindustrie als eerste volwaardige Noord-Nederlandse industrietak van de grond. Aanvankelijk had de NHM op advies van de Nederlandse regering in Haarlem en Leiden fabrieken gevestigd, maar na een tiental jaren bleek de bevolking van deze steden zich niet aan te kunnen passen en werd besloten de vestiging te verplaatsen naar Twente, waar de boerenbevolking dankzij haar huisnijverheid over enige technische kennis beschikte. Secretaris Willem de Clercq wist tijdens een bijeenkomst in Hengelo de Engelse katoenfabrikant Thomas Ainsworth ertoe te bewegen de Twentse bevolking het gebruik van nieuwe Engelse machines zoals de snelschietspoel aan te leren.
In Brabant, met name Tilburg en Helmond, bloeiden op die manier ook fabrieken van katoenen en wollen stoffen op. De handel in textiel was noodzakelijk om te voorkomen dat de Britten binnen korte tijd de Indische markt zouden heroveren.
Max Havelaar
Het boek Max Havelaar van Multatuli behandelt voor een groot deel de uitwassen van de activiteiten van de NHM in Nederlands-Indië en was er een aanklacht tegen. Voluit heet het boek Max Havelaar, of de koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij. Het boek schildert een ongunstig beeld van handelaren en planters (en ook van ambtenaren en plaatselijke Indische leiders). De praktijken van de NHM veranderden er slechts traag en gedeeltelijk door, in ieder geval niet tijdens Multatuli’s leven.
Financier
Nadat de Nederlanden in 1830 werden opgedeeld in Nederland en België werd de NHM ook een kapitaalinvesteerder in diverse industrieën, voornamelijk in de Twentse textielindustrie. Vanaf 1850 zou de NHM bedrijven financieren die plantages in Nederlands-Indië beheerden, en was zelf ook eigenaar van een aantal plantages. Om dit te ondersteunen werd in Singapore een kantoor geopend in 1858, dat de basis heeft gevormd voor het oudste bankinstituut dat Singapore rijk is.
Bankier
Interieur van Gebouw De Bazel
De zich langzaam wijzigende politiek ten opzichte van Nederlands-Indië noopte het bedrijf zich meer toe te leggen op de bankactiviteiten dan op handel en transport. De NHM richtte zich ook op het uitgeven van bankbiljetten. In Shanghai begon de NHM, omdat er geen Chinese nationale bank was, in 1903 met de uitgifte van de Shanghai dollar, een valuta die tot 1946 stand zou houden. Op dezelfde manier gaf het dochterbedrijf “De Surinaamsche Bank” bankvaluta uit tot 1957.
In de jaren twintig en dertig werd langzamerhand de binnenlandse organisatie opgebouwd. Tot dan toe had de NHM zwaar geleund op de activiteiten in de overzeese gebiedsdelen, slechts ondersteund door een hoofdkantoor in Amsterdam en een bijkantoor in Rotterdam. Pas vanaf 1936, met de overname van de Geldersche Credietvereeniging, werd gestart met het opbouwen van een kantorennet. Halverwege de jaren twintig verhuisde het hoofdkantoor van een gebouw in de Gouden Bocht naar een door Karel de Bazel ontworpen gebouw aan de Vijzelstraat, dat inmiddels bekend staat als De Bazel.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het kantorennet fors uitgebreid, zowel binnen Nederland als daarbuiten. De plantages in (inmiddels) Indonesië werden genationaliseerd in 1959 en een jaar later zou dat ook met de bankactiviteiten gebeuren.
Het bankiersbedrijf in Nederland floreerde echter en na de fusie met de Twentsche Bank in 1964 werd het bedrijf onder de naam Algemene Bank Nederland, of ABN een van de grootste bankbedrijven in Nederland.
Presidenten
Periode President
1824-1827 Willem Gerrit van der Poll
1827-1832 Gerrit Schimmelpenninck
1833-1844 Hendrik Christiaan van der Houven
1844-1850 Frederic van der Oudermeulen
1850-1874 Engel Pieter de Monchy
1874-1889 Nicolaas Trakranen
1889-1900 Fokko Alting Mees
1900-1907 Balthasar Heldring
1907-1913 Jacob Theodoor Cremer
1913-1934 Cornelis Johannes Karel van Aalst
1934-1939 Daniël Crena de Iongh
1939-1945 Ernst Heldring
1945-1947 Henri Giel
1947-1948 K.F. Zeeman
Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen, noten en/of referenties:

* website ABN Amro
* Romein, J & Romein, A (1934) De lage landen bij de zee. Amsterdam: Querido.

Ontvangen van “http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandsche_Handel-Maatschappij”
Categorieën: ABN AMRO | Voormalige Nederlandse bank | Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s