RE: 28 691 Interpellatie woningcorporatie Woonzorg 2003 in relatie tot problemen bij Vestia door ontbrekend rijkstoezicht na bruteringsoperatie en het gevolg ontwrichting woningmarkt en dak en thuislozenproblematiek

From: kingkong1621@live.nl
To: brandpunt@kro.nl; bureau@nationaleombudsman.nl; cda.publieksvoorlichting@tweedekamer.nl; cdja.maastricht@gmail.com; christenunie@tweedekamer.nl; d66@tweedekamer.nl; denkmetkoosmee@gmail.com; elly@straatconsulaat.nl; fractiezwolle@sp.nl; groenlinks@tweedekamer.nl; h.drost@tweedekamer.nl; hart@sbs.nl; hwijers@abvakabo.nl; i.y.tan@chello.nl; ikg@zorgbelang-overijssel.nl; ikg@cmo-flevoland.nl; info@bijstandsbond.org; info@devrijspreker.nl; info@laatjenietkisten.nl; info@lijst14.nl; info@petersiebelt.nl; l.jacobi@tweedekamer.nl; kamer@sp.nl; jvwzakelijk@gmail.com; l.hartings@tweedekamer.nl; meldjezorg@platformggz.nl; meldpunt@bureauintegriteit.nl; meldpuntcorporaties@minvrom.nl; nieuws@rtvoost.nl; nieuwsdienst@anp.nl; nieuwsdienst@trouw.nl; no.reply@nos.nl; nova@novatv.nl; politiek@nd.nl; pvda_voorlichting@tweedekamer.nl; pvv@tweedekamer.nl; r.dboer@tweedekamer.nl; redactie.elsevier@elsevier.nl; redactie@eenvandaag.nl; redactie@nd.nl; redactie@telegraaf.nl; redactie@volkskrant.nl; sgp@tweedekamer.nl; a.stoffelen@volkskrant.nl; straatadvocaten@gmail.com; tros@radar.nl; tips@leeuwardercourant.nl; voorzitter@dwars.org; vvdvoorlichting@tweedekamer.nl; w.tonissen@tweedekamer.nl; z.baran@raad.rotterdam.nl; zembla@vara.nl
Subject: 28 691 Interpellatie woningcorporatie Woonzorg in relatie tot problemen bij Vestia door ontbrekend rijkstoezicht na bruteringsoperatie en het gevolg ontwrichting woningmarkt en dak en thuislozenproblematiek
Date: Wed, 29 Feb 2012 11:35:46 +0100

de Stentor

U bevindt zich hier › Nieuws  › Algemeen  › Binnenland

Openbaar debat over Vestia

  dinsdag 07 februari 2012 | 16:28 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 07 februari 2012 | 16:32

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Foto: ANP Foto: ANP
DEN HAAG – De Tweede Kamer houdt zo spoedig mogelijk een openbaar debat over de problemen bij de woningbouwcorporatie Vestia. Dat heeft de commissie voor wonen dinsdagmiddag besloten.

Daarna organiseert de Kamer ook een openbare hoorzitting over het financieel management bij woningcorporaties in het algemeen. “De informatie daaruit kunnen we dan goed gebruiken bij de behandeling van de nieuwe Woningwet, waarbij we ook over toezicht zullen praten”, aldus Kees Verhoeven van D66 over de hoorzitting. Met Sadet Karabulut van de SP had hij om openbaarheid gevraagd. De partijen vinden dat de zaak met openbaarheid beter gediend is dan met de beslotenheid waarin tot nog toe werd gesproken.
 

Klik hier!

Volg ons op: Twitter, LinkedIn of Facebook

Kijk snel bij: Abonnementen Vacatures BB Magazine

Ruimte en Milieu > Nieuws > Den Haag wist al in september van Vestia

 

<:article>

Den Haag wist al in september van Vestia

Het college besloot de gemeenteraad pas vertrouwelijk te informeren toen de eerste berichten over Vestia in de media verschenen.

De gemeente Den Haag was al in september op de hoogte van de financiële situatie van woningcorporatie Vestia. Dat antwoordt het college op schriftelijke vragen van de PvdA.

Mededelende sfeer
Het college zegt dat de gemeente Den Haag half september door het ministerie van Binnenlandse Zaken en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) werd uitgenodigd voor een ambtelijk overleg in een “mededelende sfeer”. Zij kregen te horen dat Vestia werd geconfronteerd met een tijdelijk financieel probleem. WSW moest 1,05 miljard euro borgen om de liquiditeitstekorten op de derivatenportefeuilles op te vangen. Door de geldende achtervangconstructie kon de gemeente pas in derde instantie worden aangesproken op de lening. Volgens het college was de achtergrond van de situatie bij Vestia toen nog niet bij hen bekend en was Vestia terughoudend in haar informatie.

Tijdelijke liquiditeitssteun
Zoals iedere gemeente en het Rijk staat de gemeente Den Haag borg voor het WSW, maar heeft het geen formele positie bij het borgen van leningen van woningcorporaties, schrijft het college verder. Maar gezien de bijzondere situatie, de omvang van het woningbestand in Den Haag en Rotterdam  en het feit dat de leningen vielen in de categorie “tijdelijke liquiditeitssteun” vond wel afstemming plaats met achtervangers Den Haag, Rotterdam en het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gemeente kon niet meebeslissen, maar wel meedenken over verbetering van de situatie en het zoveel mogelijk beperken van de schade voor stad en huurders.

Gevoeligheden in derivatencontracten
Op de vraag op hoe de gemeenteraad is geïnformeerd over de bijstorting, antwoordt het college dat haar half december duidelijk werd gemaakt dat de problemen bij Vestia veel groter waren en met structurele gevolgen. ‘Vanwege gevoeligheden in derivatencontracten (zgn. ‘break clauses’) werd ons vanuit het Ministerie van BZK en WSW toen met klem gevraagd uiterst prudent en zeer vertrouwelijk met informatie om te gaan en deze slechts in zeer beperkte kring te delen.’ Pas toen 30 januari berichten in de media verschenen besloot het college de Commissie Ruimte vertrouwelijk op hoofdlijnen te informeren over aard en omvang van de ontstane financiële situatie bij Vestia en over de mogelijke risico’s voor de gemeente. Dat gebeurde uiteindelijk op 8 februari.

 28 691 Interpellatie woningcorporatie Woonzorg
Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE
ORDENING EN MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 juni 2003
1. Inleiding
Tijdens een interpellatiedebat op 3 december 2002 (Handelingen der
Kamer II, vergaderjaar 2002–2003, nr. 28, blz. 2020–2029) heeft Uw Kamer
met mijn ambtsvoorganger gesproken over de financiële situatie bij
woningcorporatie Woonzorg Nederland en het uitgeoefende financiële
toezicht door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) in de
periode 1998–2001. Hij heeft u in dat debat een rapportage toegezegd, die
ik u bijgaand aanbied1. De rapportage is opgesteld door de Accountantsdienst
van mijn Ministerie. Ik merk op dat bijgaande rapportage later dan
aanvankelijk voorzien uw Kamer bereikt. Uw Kamer is hierover en over de
achterliggende oorzaken in de afgelopen maanden bericht. De
onderzoeksvragen die op grond van het interpellatiedebat zijn gesteld aan
de Accountantsdienst zijn gerubriceerd op blz. 3 van het rapport. Ik wil
daarnaar, evenals naar de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd (zie
blz. 4 van het rapport), kortheidshalve verwijzen.
In deze brief belicht ik kort de uitkomsten van de analyse van de
Accountantsdienst en trek daaruit mijn conclusies. Ik plaats deze tegen de
achtergrond van de wijze waarop het financiële toezicht in de afgelopen
jaren is ingericht, in relatie tot de ministeriële verantwoordelijkheid voor
het toezicht op woningcorporaties.
2. Het financiële toezicht sinds 1998
Met de financiële verzelfstandiging van de woningcorporaties als gevolg
van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (brutering)
is het eerstelijns financiële toezicht, evenals het volkshuisvestelijke
toezicht op de woningcorporaties bij de gemeenten gelegd. Bij brief van
7 april 1997 is uw Kamer echter, naar aanleiding van de financiële en
bestuurlijke problemen bij woningcorporatie Woningbeheer Limburg,
voorgesteld het toezicht op woningcorporaties weer te leggen bij het Rijk.
Het financiële toezicht werd «op afstand» bij het CFV geplaatst. Het CFV,
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2002–2003
KST68958
0203tkkst28691-4
ISSN 0921 – 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2003
1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt
Tweede Kamer.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 1
dat sinds 1988 bestaat, had reeds als taak financieel zwakke woningcorporaties
te saneren. Gegeven die reeds bestaande taak, kreeg het CFV,
door kennisneming van de jaarstukken van alle corporaties en de
bevoegdheid om nadere informatie te vragen, de aanvullende taak en de
mogelijkheid om vroegtijdig te signaleren of sanering dreigde (zogenaamd
«early warning»-systeem). De taak van het CFV, neergelegd in het
Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (BCFV), werd beperkt tot
de beoordeling van de financiële continuïteit van individuele woningcorporaties
in het kader van de saneringstaak. In de brief van 7 april 1997
werd echter eveneens aangekondigd dat een wetswijziging zou worden
voorbereid op basis waarvan het CFV een bredere taak zou krijgen ten
aanzien van het financiële toezicht op woningcorporaties. Bij de wijziging
van de Woningwet die in werking is getreden op 5 november 2001, is deze
taakverbreding geëffectueerd. Te beginnen met het boekjaar 2001 diende
het CFV het financiële toezicht in elk geval, doch niet meer uitsluitend,
vanuit het saneringsrisico uit te oefenen. Ook moest het CFV voortaan
rapporteren over financiële ontwikkelingen in de hele sector.
Het CFV voert haar financiële toezicht uit als Zelfstandig Bestuursorgaan
(ZBO). De minister treedt daarom in beginsel niet in beslissingen en
beoordelingen van het ZBO in individuele gevallen. Dit zou immers de
zelfstandige beoordeling op afstand, één van de motieven om te kiezen
voor onderbrenging van het financiële toezicht in een ZBO, geen recht
doen. Een en ander heeft tot gevolg dat het CFV de minister kan adviseren
om, op basis van zijn bevindingen, al dan niet een nader onderzoek in te
stellen naar een corporatie. De keuze voor het leggen van het financiële
toezicht bij een ZBO impliceert daarbij dat de minister dit advies opvolgt,
tenzij (in beginsel in uitzonderingsgevallen) uit sterke andere indicaties
zou blijken dat een ander oordeel zou moeten worden geveld. In dat geval
wendt de minister zich tot het CFV om te bezien welke actie van de kant
van het Rijk op zijn plaats is.
De minister van VROM bepaalt wel welke regels en richtlijnen het ZBO
heeft na te leven (i.c. de Woningwet en het BCFV), maar het ZBO legt zelf
vast welke uitvoeringsregels het daarbinnen zal hanteren (i.c. de Beleidsregels
van het CFV). Van deze uitvoeringsregels maakt wat betreft het
financiële toezicht door het CFV een vastgelegde beoordelingsmethodiek
en -procedure deel uit.
Ik heb de onderzoeksrapportage van de Accountantsdienst en mijn voornemens
op basis van die rapportage tegen deze achtergrond beoordeeld.
3. De conclusies van het onderzoek
Het onderzoek concludeert dat de methodiek waarmee het CFV de financiële
continuïteit woningcorporaties beoordeelt verantwoord is (zie blz. 6
rapport). De AD concludeert verder dat de informatievoorziening aan de
bewindspersoon van VROM in dit verband voldoende is geweest.
Naar aanleiding van de vraag of de wijze van werken en rapporteren door
het CFV aan de bewindspersoon, gelet op de taakafbakening tussen
VROM en CFV, de ministeriële verantwoordelijkheid voldoende afdekt,
stelt de AD dat dit tot de wijziging van de Woningwet per 5 november
2001 onvoldoende het geval was. Dit omdat tot die wijziging het CFV zich
in het financieel toezicht slechts hoefde te richten op de vraag of de financiële
continuïteit van de corporatie in het geding was. Er bleven daarmee
toezichtstaken niet toebedeeld.
Vanaf de genoemde wijziging van de Woningwet is de toezichtstaak van
het CFV weliswaar verbreed, maar zijn naar het oordeel van de AD de
omschrijvingen van de taken van het CFV zodanig algemeen dat zij veel
ruimte geven voor interpretatieverschillen. Ook lopen hierdoor de
verwachtingen omtrent de invulling van het financiële toezicht van VROM
enerzijds en CFV anderzijds uiteen. De AD stelt van mening te zijn dat
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 2
hierdoor vooralsnog de verantwoordelijkheid voor het financiële toezicht
niet toereikend wordt ingevuld. De AD verbindt hieraan de aanbeveling
om nader uit te werken wat financieel toezicht moet inhouden en hierover
te komen tot duidelijke afspraken met het CFV.
Wat betreft de financiële ontwikkelingen bij de onderzochte corporaties
constateert de AD dat er bij Woonzorg Nederland gedurende de periode
1998–2001 sprake is geweest van enkele opmerkelijke financiële ontwikkelingen.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door een omvangrijke
beleggingsportefeuille met aanzienlijke waardeschommelingen en verliesgevende
deelnemingen met onduidelijke financieringsrelaties. Wat betreft
het door het CFV uitgeoefende toezicht op en de kwaliteit van de
informatievoorziening over Woonzorg Nederland oordeelt de AD dat deze
voldoende is geweest. Het specifieke onderzoek van het CFV naar
bankieren en beleggen bij Woonzorg Nederland geeft volgens de AD een
goed beeld van het betreffende beleid en de daarmee samenhangende
risico’s bij Woonzorg Nederland. Wel is de AD wat betreft het toezicht op
Woonzorg Nederland van oordeel dat het CFV de bewindspersoon eerder
had moeten informeren met betrekking tot de sterk wisselende jaarresultaten
en het hoge kostenniveau.
Wat betreft Het Oosten stelt de AD vast dat deze corporatie na in de eerste
jaren van de onderzochte periode voortdurend een voldoende weerstandsvermogen
te hebben gehad, in het verslagjaar 2001 is terechtgekomen
in de (door het CFV gehanteerde) categorie B2, dat wil zeggen
dat de corporatie een onvoldoende weerstandsvermogen heeft, maar
voldoende maatregelen treft om deze situatie te verbeteren. Wel wordt
door de AD aandacht gevraagd voor de tijdigheid van rapporteren.
Voor de opmerkingen ten aanzien van woningcorporatie Centrada en
Vastgoedfonds Lieven de Key wil ik u kortheidshalve verwijzen naar het
rapport van de AD (blz. 7).
4. Reactie en voornemens
Op een groot aantal punten laat het rapport van de AD zien dat de wijze
van uitoefening van het financiële toezicht toereikend en verantwoord is.
Dat neemt niet weg dat de AD ook conclusies trekt over de afdekking van
de ministeriële verantwoordelijkheid voor het financiële toezicht op de
corporatiesector. De constatering dat onvoldoende scherp is geformuleerd
welke taken moeten worden uitgevoerd bij het financiële toezicht en de
verschillende verwachtingen daaromtrent die de AD constateert tussen
CFV en VROM, geven aanleiding om op dit punt te komen tot verbeteringen.
Ik heb daarover inmiddels gesproken met het bestuur van het CFV.
De uitgangspunten inzake de uitoefening van het financiële toezicht zoals
beschreven in paragraaf 2 staan daarbij voorop. Vanuit die uitgangspunten
heb ik met het bestuur afgesproken in de komende maanden te
komen tot een gezamenlijke formulering van wat het financiële toezicht
moet inhouden, hoe zich dit verhoudt tot het volkshuisvestelijke toezicht
op de corporaties, op welke wijze de taken en bevoegdheden tussen
VROM en het CFV moeten zijn verdeeld en wat aanvullend nog nodig is
om aldus de ministeriële verantwoordelijkheid af te dekken. Ik zal op basis
van de uitkomsten van die nadere analyse bezien of, en zo ja welke, maatregelen
nodig zijn. Ik neem mij voor u over de uitkomsten hiervan in het
najaar te informeren.
Wat betreft de situatie bij de onderzochte woningcorporaties merk ik op
dat de AD zich in zijn onderzoek heeft moeten richten op de gegevens
over de periode tot en met het boekjaar 2001. Het reguliere financiële
toezicht, alsmede een beoordeling van de toereikendheid daarvan, kan
zich slechts baseren op de situatie zoals die bestond in het laatste boek-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 3
jaar waarover gegevens bekend zijn. Dat neemt niet weg dat zich inmiddels
ontwikkelingen kunnen voordoen die uit een oogpunt van financieel
toezicht aandacht vragen en waarop alert moet worden gereageerd. Op
basis van verschillende signalen, waaronder ook recente persberichten
over omstreden financieringsbronnen bij woningcorporatie Het Oosten,
zal ik een dezer dagen de directie van Het Oosten uitnodigen voor een
gesprek met mijn ministerie. Wat betreft de situatie bij Woonzorg Nederland
heb ik inmiddels het Centraal Fonds verzocht mij stelselmatig en
indien nodig tussentijds te informeren over de (financiële) ontwikkelingen
bij deze woningcorporatie. Het gaat daarbij onder andere om de ontwikkeling
van de beleggingsportefeuille, de risicoreductie, de ontwikkeling van
de deelnemingen en de voortgang van de reorganisatie.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 4

 
          kst68958
          KST65272
          http___www.wrr  rapport vertrouwen in de buurt met vermelding dat woningcorporaties hun sociale taken verwaarloosden  middels ontplooien van commerciele nevenactiviteiten allang bekend bij regering en parlement

De illusie van de rechtstaat Nederland,een consumentenslavenkamp anno 2010, wie een goed gevulde bankrekening heeft die geniet sociale en mensenrechten en wie arm is word door de meerderheid onderdrukt en van zijn of haar vrijheden berooft.

Donkeredagen AWBZ fraudes Zorg & Kwelzijnsrijksmaffia en etterende bemoeizucht
het weergeven van fraudes in de Welzijns en gezondheidszorg i.v.m. de opvang van dak en thuislozen in Nederland

Het leger des Heils heeft als “kerkgenootschap”in 1987 opdracht gekregen van het toenmalige kabinet Lubbers II 4 stichtingen op te zetten,te weten Welzijns en Gezondheidszorg,Dienstverlening en Fonsenwerving en het “kerkgenootschap” zelf maar dat eerder een sektebeweging is met allerlei rituelen.
Welzijns en Gezondheidszorg kreeg opdracht om de duizenden dak en thuislozen zowel gezinnen met kinderen als alleenstaanden te gaan “gijzelen” in opvanginstellingen daar waar deze daklozen het slachtoffer werden van het doelbewuste ontbrekend volkshuisvestingsbeleid van de kabinetten Lubbers.
Een onderzoeksrapport van de Wetenschappelijke raad voor de Nederlandse Regering van 2006 toont aan dat de verzelfstandigde woningcorporaties hun sociale taken hebben verwaarloosd en bezig zijn met winstmaximalisering door commerciele activiteiten en daarnaast bemoeien zij zich met zorg en welzijn wat niet in de woningwet staat vermeld maar door de vrije marktwerking kan iedereen zonder opleidingen en diploma”s zich op deze marktsector zich begeven.
Zie ook onderzoeksrapport van de Boer en Croon uit 2004 met de titel “Gebruik van AWBZ middelen” en de bijbehorende bijlagen.
Tijdens de kabinetsperiodes vanaf 1988 liepen de subsidietoekenningen aan het leger des heils op en bij CDA regeringen werden de jaarlijkse rijksbijdrages verdubbeld tot 90% van de begroting van het leger des heils.
Tot nu toe 200 miljoen euro per jaar en waar Fondsenwerving van het leger maar apart 20 miljoen aan bijdraagt.
Maar niemand weet waar deze gelden aan besteed worden nog waar de AWBZ gelden blijven want een rijksaccountant controleert niet de financiele jaarverslagen van de 4 stichtingen van het leger des heils
Bij de woningcorporaties met hun marktwerking en machtspositie was en is
het zo dat bij een huurachterstand van 3 maanden incoassobureau”s werden ingeschakeld en als dat niet hielp dan werd de gang naar de kantonrechter gemaakt.Blijft de huurder toch achter met betaling dan werden de bewoners met wel of geen kinderen zo de straat opgedonderd en kon men het zelf verder wel uitzoeken,er was en is geen sociaal vangnet aanwezig en worden dakloze burgers richting het leger des heils gestuurd die onderhand een staat binnen een staat is geworden met toegekende privileges en waar zij boven de wet is komen te staan zonder verantwoording af te leggen.
Een kil en onmenselijk beleid want op straat betekend geen onderdak,geen goede voedselvoorziening of sanitaire gelegenheid en geen medische voorzieningen of sociaal leven en barre levensbedreigende weersomstandigheden.
Binnen de opvanginstellingen voor dak en thuislozen worden de dakloze clienten financieel uitgekleed en berooft van hun salaris of uitkering tot op de dag van vandaag en waar geen christelijke bevlogenheid aanwezig is binnen de evangelische stichtingen,het draait alleen maar om geld en nog eens geld zonder tegenprestaties te leveren of de client in hun eigenwaarde te laten.
Voor het verblijf in de opvanginstelling met een simpel bed,bad en broodbeleid zonder zorg en hulpverlening op maat moet een hoge eigen maandelijkse bijdrage worden betaalt die 550 euro bedraagt en waar een tientje zakgeld per week word uitgekeerd en de client zelf de zorgpremie nog moet betalen.
Die bijdrages gelden ook voor duistere woonbegeleidngstrajectten en waar de dakloze client verplicht een bezoek moet brengen aan de psychiater om zo een indicatie te verkrijgen voor de begeleider die de client allerlei psychische stoornissen aanpraat want hoe meer psychische problematieken hoe meer AWBZ gelden er betaalt word door het zorgkantoor.
Maar de dakloze client lijd in de meeste gevallen totaal niet aan psychische stoornissen maar vertoont meer egocentrische en weerbarstig gedrag door de terechte afkeer van de zogenaamde hulpverlenende instanties die geen juist zorgaanbod heeft en waar het zorgkantoor niet nagaat of het de juiste zorgaanbieder is voor de dakloze client.
In 1986 kwam de fraude met de bouwsubsidies aan het licht waardoor staatssecretaris volkshuisvesting de Hr. Gerrit Brokx moest aftreden omdat er geen toezicht was uitgeoefend op de besteding van de bouwsubsidies die richting Burgerlijk Pensioenfonds gingen die investeerden in sociale woningbouw.
Zijn opvolger staatssecretaris Heerema besloot daarop met de bruteringsoperatie te beginnen en liet de landelijke woningcorporaties verzelfstandigen waardoor de corporaties teveel bestuurlijke macht kregen en invloed op de woningbouw en huisvestingsbeleid binnen de gemeentes en waar zij hun kerntaken niet meer uitvoerden zoals voor de helft koop- woningen bouwen en voor de andere helft sociale huurwoningingen die werden bekostigd uit de verkoop van koopwoningen en zij gingen zich ook toeleggen op commerciele activiteiten die buiten hun taakstellingen vielen en zich bemoeien met zorg en welzijnvraagstukken maar dat past niet in hun werkterrein en is verboden volgens de woningwet en dat komt nu na 16 jaar aan het licht.
Er moet nog bij vertelt worden dat dit doelbewust CDA beleid is,omdat de Rabobank de grootste hypotheek verstrekker van Nederland is en in de top van de Rabobank zitten allemaal CDA leden die gelieerd zijn aan de tweede kamerfractie CDA en CDA bewindslieden.
Met andere woorden wie de woningmarkt in zijn greep heeft en nu ook de zorgsector die heeft een politieke-economische machtsmiddel en kan via chantagepraktijken en via subsidieverstrekking een hele samenleving dwingen in een keurslijf van “christelijke schijnnormen en waarden”en regels en voorschriften via het maatschappelijk middenveld waar Balkenende het zo graag over heeft met zijn VOC mentaliteit.
Wie wil nog beweren dat er geen psychopatenkabinetten aan het bewind zijn!
Aan de andere zijde is de PvdA ook met zulke praktijken bezig op lokaal en landelijk niveau zoals hier in Zwolle o.a. het geval is met zogenaamde sociaal bevlogenheid voor daklozen en waar een Herberg als uithangbord word gebruikt voor hun louche praktijken.
Maar zij zijn met het CDA verwikkeld in een desasreuze competitiestrijd over de ruggen van kansarmen en waar de belastingbetalers voor de kosten kunnen opdraaien en waar de Nederlandse samenleving naar de afgrond is geholpen op financieel en economische gebied.
Want die dient zich al weer aan middels hoog oplopende kosten voor onderdak,energie en zorg en waar de graaiculturen van ondernemers en managers gewoon door zullen gaan.

Noot:Dus het Leger des Heils is geen kerkgenootschap maar een evangelische sektebeweging die is ingehuurd door het CDA als huurlingenleger om dakloze burgers van hun sociale rechten af te houden en te evangeliseren om zo de ontkerkeling tegen te gaan en de inkomsten veilig te stellen voor een geldverspillende christelijke overheid en het valse Koninkrijk der Nederlanden in stand te houden en de burgers van de ware geest der vrijheid weg te houden zodat zij hersenloze comsuptie en werkslaven blijven
Voor de naaste toekomst die er niet is als we zo doorgaan met de roofbouw op onze planeet.
BOUblog
Ads
De Corporatie nu Nederlands ondertiteld
Auteur: mr. drs. BOU gepost in catagorie: Corporatisme op 5 januari, 2011

The Corporation is een Canadese documentaire uit 2003 over de persoonlijkheid van rechtspersonen. Rechtspersoonlijkheid betekent dat bedrijven kunnen handelen alsof het personen zijn. Ze kunnen kopen en verkopen, mensen in dienst nemen en weer ontslaan, goederen en diensten leveren en zo voort. Het zijn uiteraard geen echte personen, maar organisaties. Ze kunnen niet sterven en je kunt hen niet in de gevangenis stoppen, maar volgens de wet kunnen ze zich verder gedragen als echte mensen. In The Corporation worden ze daarom geanalyseerd op hun persoonlijkheidskenmerken. Dan blijkt dat deze rechtspersonen zich gedragen als psychopaten!
In 2008 is deze documentaire al eens op BOUblog geplaatst. De volledige versie duurt 3 uur, maar deze is verdwenen van Google Video. Hij staat nog wel op YouTube, in 23 delen. Op zoek naar een betere versie, bleek The Corporation te zijn ondertiteld in het Nederlands. Deze belangrijke documentaire is een Must See voor iedereen! Hij is gebaseerd op het boek The Corporation: The Pathological Pursuit of Profit and Power door Joel Bakan.
De Corporatie deel 1 duurt een uur en 25 minuten.

Watch The Corporation deel 1 Nederlands ondertiteld in Educational
View More Free Videos Online at Veoh.com

De Corporatie, deel 2 duurt een uur.
Watch The Corporation deel 2 in Educational
View More Free Videos Online at Veoh.com

Stem of voeg toe aan :
De persoonlijkheid van de corporatie
Auteur: mr. drs. BOU gepost in catagorie: Corporatisme, Economie op 6 juli, 2008

Grote corporaties zijn naamloze vennootschappen, ze hebben een rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat ze kunnen handelen alsof het personen zijn. Ze kunnen kopen en verkopen, mensen in dienst nemen en weer ontslaan, goederen en diensten leveren en zo voort. Het zijn uiteraard geen echte personen, maar organisaties. In “The Corporation” worden ze echter geanalyseerd op hun persoonlijkheid. Deze documentaire is gebaseerd op het boek The Corporation: The Pathological Pursuit of Profit and Power door Joel Bakan.
Het is dan wel komkommertijd, maar The Corporation is zeker geen komkommer, het is een must see! Op Internet circuleren talloze complottheorieën die proberen te verklaren waarom er in deze wereld geen vrede kan heersen, waarom mensen worden onderdrukt, waarom er zoveel armoede bestaat. Er wordt dan gewezen op de Illuminati, de Vrijmetselaars, de Bilderbergclub of desnoods de Reptilians. Deze geheime organisaties zouden bestaan uit boosaardige personen die belust zijn op macht en rijkdom, zonder rekening te houden met de belangen van de bevolking die het slachtoffer is van hun machtswellust.
Dergelijke boosaardige mensen bestaan inderdaad, men noemt hen psychopaten. Het is een karakterstoornis die in meerdere of mindere mate voorkomt bij ongeveer 4% van de bevolking en waardoor mannen significant vaker worden getroffen dan vrouwen. Dat zij zich verenigd zouden hebben in geheime organisaties, is weliswaar niet onmogelijk, maar het lijkt niet waarschijnlijk. De grootste macht ligt ook niet langer bij personen, maar bij rechtspersonen. Dat zijn de beursgenoteerde bedrijven, de grote corporaties, maar ook iedere overheid is een rechtspersoon. Uit de karakteranalyse van corporaties blijkt dat deze rechtspersonen zich gedragen als psychopaten!
The Corporation bevat interviews met talloze mensen, waaronder Milton Friedman, Noam Chomsky, Naomi Klein en Michael Moore. De volledige documentaire duurt 3 uur, maar er is eveneens een verkorte versie in omloop. Deze duurt anderhalf uur, waarop een tweede deel volgt van een uur. Ik plaats ze hier alle drie, de keuze is aan u.
The Corporation deel een duurt anderhalf uur.
The Corporation deel twee duurt een uur.
The Corporation de volledige versie duurt drie uur.
25 oktober 2010: Update
De persoonlijkheid van de corporatie
Auteur: mr. drs. BOU gepost in catagorie: Corporatisme, Economie op 6 juli, 2008
Grote corporaties zijn naamloze vennootschappen, ze hebben een rechtspersoonlijkheid. Dat betekent dat ze kunnen handelen alsof het personen zijn. Ze kunnen kopen en verkopen, mensen in dienst nemen en weer ontslaan, goederen en diensten leveren en zo voort. Het zijn uiteraard geen echte personen, maar organisaties. In “The Corporation” worden ze echter geanalyseerd op hun persoonlijkheid. Deze documentaire is gebaseerd op het boek The Corporation: The Pathological Pursuit of Profit and Power door Joel Bakan.
Het is dan wel komkommertijd, maar The Corporation is zeker geen komkommer, het is een must see! Op Internet circuleren talloze complottheorieën die proberen te verklaren waarom er in deze wereld geen vrede kan heersen, waarom mensen worden onderdrukt, waarom er zoveel armoede bestaat. Er wordt dan gewezen op de Illuminati, de Vrijmetselaars, de Bilderbergclub of desnoods de Reptilians. Deze geheime organisaties zouden bestaan uit boosaardige personen die belust zijn op macht en rijkdom, zonder rekening te houden met de belangen van de bevolking die het slachtoffer is van hun machtswellust.
Dergelijke boosaardige mensen bestaan inderdaad, men noemt hen psychopaten. Het is een karakterstoornis die in meerdere of mindere mate voorkomt bij ongeveer 4% van de bevolking en waardoor mannen significant vaker worden getroffen dan vrouwen. Dat zij zich verenigd zouden hebben in geheime organisaties, is weliswaar niet onmogelijk, maar het lijkt niet waarschijnlijk. De grootste macht ligt ook niet langer bij personen, maar bij rechtspersonen. Dat zijn de beursgenoteerde bedrijven, de grote corporaties, maar ook iedere overheid is een rechtspersoon. Uit de karakteranalyse van corporaties blijkt dat deze rechtspersonen zich gedragen als psychopaten!
The Corporation bevat interviews met talloze mensen, waaronder Milton Friedman, Noam Chomsky, Naomi Klein en Michael Moore. De volledige documentaire duurt 3 uur, maar er is eveneens een verkorte versie in omloop. Deze duurt anderhalf uur, waarop een tweede deel volgt van een uur. Ik plaats ze hier alle drie, de keuze is aan u.
The Corporation deel een duurt anderhalf uur.
The Corporation deel twee duurt een uur.
The Corporation de volledige versie duurt drie uur.
25 oktober 2010: Update
Home Euromarsen tegen bestaansonzekerheid, armoede en sociale uitsluiting Kontakt
Pensioenfondsen en FNV werken mee aan bom onder Nederlandse volkshuisvesting
De FNV maakt deel uit van het bestuur van de pensioenfondsen. Deze pensioenfondsen hebben geld belegd in vastgoedmaatschappijen die verenigd zijn in de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN). Deze lobbyorganisatie probeert het Nederlandse en Europese volkshuisvestingsbeleid te beïnvloeden. De IVBN pleit voor huurliberalisatie en concurrentie op de woningmarkt
Abraham Vega

In 19 april 2007 heeft de IVBN een klacht ingediend bij de Eurocommissaris voor mededinging, Neelie Smit-Kroes. De IVBN vindt dat de Nederlandse overheid de woningcorporaties bevoordeelt en dat er daarmee sprake is van oneerlijke concurrentie. Daarmee legt de IVBN in feite indirect met goedkeuring van de pensioenfondsen en de FNV een bom onder de sociale huisvesting in Nederland.
De klacht werd als volgt gepresenteerd: ’…De klacht richt zich tegen het beleid van de Nederlandse overheid ten aanzien van de taakafbakening van woningcorporaties. Kern van de klacht is dat corporaties (met gebruikmaking van staatssteun) in toenemende mate opereren op commerciële markten, zonder dat er sprake is van een gelijk speelveld. Voor gereguleerde huurwoningen besloot het kabinet recent tot een huurbevriezing per 1 juli 2007 (alleen de inflatie van 1,1% over 2006 mag in de huur worden verwerkt)’.
Daarmee zet de Nederlandse overheid marktpartijen als institutionele woningbeleggers in een dubbele klem. IVBN verzoekt de Europese Commissie dan ook om een formele aanbeveling tot de Nederlandse overheid te richten in de zin van artikel 18 van de Procedureverordening,
Nieuw Europees akkoord.
De ontwikkeling is pikant omdat premier Balkenende beweert dat in het nieuwe Europese verdrag – dat het oude ontwerp grondwetverdrag moet vervangen – de volkshuisvesting in Nederland buiten schot blijft. De woningbouwverenigingen zouden wat betreft de sociale huursector niet aan het concurrentieprincipe onderworpen zijn. Alleen bij de bouw van koopwoningen zou dit concurrentieprincipe, waarbij de woningbouwverenigingen niet bevoordeeld mogen worden van toepassing zijn. Aangezien echter deze woningbouwverenigingen hun bouw van sociale huurwoningen financieren met de bouw van koopwoningen, zal het concurrentieprincipe er wel degelijk toe leiden dat de bouw van sociale huurwoningen in gevaar komt.
De IVBN heeft aan ons verklaard, dat de resultaten van de Europese top geen verandering in de klacht van de IVBN zullen aanbrengen.Het nieuwe akkoord slaat de grond niet weg onder de klacht. Daarmee wordt het standpunt van de regering, dat in het nieuwe Europese akkoord de volkshuisvesting buiten schot blijft, ontkracht.

Geschiedenis
Er zijn zo’n 3 miljoen huurwoningen in Nederland; waarvan er 2,85 miljoen door de Nederlandse overheid strikt worden gereguleerd, zowel in jaarlijkse huurverhoging als in de maximale huurprijs. Die maximale huurprijs hangt vooral af van de kwaliteit van die woning, uitgedrukt in punten. Huurtoeslag (huursubsidie) wordt tot aan de huurgrens verstrekt en door 1.1milijoen huishoudens ontvangen, het inkomen van de aanvrager (afhankelijk van leeftijd en huishoudensamenstelling) moet onder de maximaal € 27.500 liggen.
In 1902 brengt de overheid de woningwet tot stand. Aanleiding is de dreigende verspreiding van socialisme en communisme die in die tijd al in Rusland zich gemanifesteerd heeft als gevolg van de erbarmelijke werk- en woonomstandigheden van de arbeiders. Mensenrechten was destijds nog een onbekende begrip.Deze wet heeft voor de bescherming van huurders en het ontstaan van de woningcorporaties gezorgd. Tot in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog beheerste de woningnood het Nederlandse Volkshuisvestingsbeleid. Eind jaren vijftig wordt de basis gelegd voor de verzelfstandiging van de woningcorporaties met de instelling van de Commissie De Roos. Rond 1970 was de grootste woningnood voorbij en verschoof het beleidsaccent naar verbetering van de kwaliteit van de huisvesting. De jaren tachtig en begin negentig stonden voor een belangrijk deel in het teken van het beheersen van de uitgaven aan de volkshuisvesting.

Bruteringsoperatie
In 1989 verschijnt de nota ‘Volkshuisvesting in de jaren negentig’. Deze nota van staatssecretaris Heerma (CDA) leidt tot de ‘bruteringsoperatie’. In 1993 worden onder het kabinet van Lubbers (CDA) de woningcorporaties ’verzelfstandigd’ en in 1995 onder het kabinet van Kok (PvdA) en Lubbers (CDA) wordt de bruteringsoperatie geïntroduceerd. Met de bruteringsoperatie worden de subsidies van het Rijk aan woningcorporaties (f 36,8 miljard) weggestreept tegen leningen die de corporaties bij het Rijk hebben gesloten (f 26,6 miljard). De doelstelling is tweeledig. De rijksoverheid wil bezuinigen en het bouwen van woningen moet meer aan de marktsector worden overgelaten.
Woningbouwverenigingen
Woningcorporaties zijn met gemeenschapsgelden opgebouwd. De Woningwet van 1902 bood de mogelijkheid om rijksvoorschotten en jaarlijkse bijdragen toe te kennen aan particuliere instellingen voor het bouwen van woningen die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Voorwaarde was wel dat die instellingen een non-profit karakter zouden hebben en dat ze zich uitsluitend op de volkshuisvesting toeleggen. Voor de verzelfstandiging waren woningcorporaties democratisch georganiseerd in de vorm van verenigingen.Het bezit van woningbouwverenigingen was eigendom van de vereniging en zijn leden, dat wil zeggen de huurders. Maar nu zijn het stichtingen geworden met ingewikkelde en ondoorzichtige financiële constructies en zijn de stichtingen eigenaar geworden. De machthebbers in de stichtingen zijn de werkelijke eigenaren geworden, denk aan de top salarissen bijvoorbeeld.
Vragen als: wat er precies van de corporaties wordt verwacht, hoe zij daarover verantwoording dienen af te leggen en aan wie, blijft onduidelijk. Als gevolg daarvan is een situatie ontstaan met onvoldoende helderheid over hun economisch dan wel maatschappelijk functioneren. De verzelfstandiging is een inefficiënte hervorming gebleken waar corporaties hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet willen dragen. Ook omdat de vrije markt veel aantrekkelijker is vanuit het principe van zelfverrijking.

De IVBN behartigt de gezamenlijke belangen van grote pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, vermogensbeheerders en (al dan niet beursgenoteerde) vastgoedfondsen. De 33 leden hebben voor circa 65 miljard euro aan Nederlands onroerend goed in bezit en nog eens zo’n 45 miljard aan vastgoed in het buitenland. De bij de IVBN aangesloten vastgoedorganisaties beleggen in woningen, kantoren, winkels, bedrijfsruimten en parkeergarages. Zij verhuren circa 150.000 woningen en zijn daarmee de derde aanbiedende partij op de woningmarkt. Het commercieel vastgoed is opgebouwd uit kantoren (circa 6 miljoen m2), winkels (circa 4,5 miljoen m2), bedrijfsruimten en parkeergarages.
Pas in 10 mei 2007 kwam huisvesting als een apart punt op de agenda van de EU. Dat is echter nog geen garantie voor een goed volkshuisvesting beleid op EU niveau. De strijd tussen vrije markt en sociale huisvesting wordt ook op de EU in alle hevigheid gestreden.En het moet geconstateerd worden dat voorlopig de neoliberale invloed en de macht van de ’vrije’ markt het zwaarste weegt in de EU.

Balkenende 2007 liegt over huisvestingszekerheid in de EU
Balkenende liet via de voorpagina’s van bijna alle media (datum, ja datum!) (dat is een keuze van de media, Balkenende zelf liet niet in grote letters weten) weten van zijn ’overwinning’ in het EU nieuw verdrag. ‘De volkshuisvesting blijft buiten de EU invloedsfeer!’, garandeerde hij en zijn kabinet. Een diepere kijk op de stand van zaken wijst op een andere werkelijkheid, namelijk geen garanties!
Zoals we hiervoor zagen is er door de bruteringsoperatie al een onduidelijke situatie ontstaan waarbij woningbouw corporaties zowel op de commerciële markt als in de sociale woningbouw opereren. Deze situatie zal nog worden versterkt door de afspraken die in het nieuwe verdrag ter vervanging van de conceptgrondwet zijn gemaakt.
In feite is door de Nederlandse regering al jaren geleden een proces van privatisering van de sociale huisvesting in gang gezet, dat alleen maar door het nieuwe Europese verdrag wordt bevestigd. De woorden van Balkende zijn in onze ogen niets waard. De klacht van de IVBN bij de Europese Commissie toont aan, dat zich in de toekomst juridische loopgravengevechten op Nederlands en Europees niveau zullen gaan afspelen met een onzekere uitkomst.
Wat gaat de FNV doen om op het gebied van huisvesting de belangen van mensen met een laag inkomen te verdedigen? In het nabije verleden beweerde deze vakorganisatie dat zij zich vooral wil richten op haar core-businness: werk en inkomen. Het concept van de ‘brede vakbeweging’ waarbij de samenhang van maatschappelijke zaken naar voren werd gebracht en ook aandacht werd besteed aan volkshuisvesting, oorlog en vrede, milieu etc. werd overboord geworpen. Ondertussen bemoeit de FNV zich via de pensioenfondsen toch met de volkshuisvesting. In onze ogen niet op een positieve manier. De liberale lobby voor vrije marktwerking van het IVBN wordt ondersteund.

Belangrijke belangenorganisatie van huurders op internationaal niveau:
IUT International Union of Tenants: Internationale huurders vereniging (http://www.iut.nu/)
Woningbouwcorporaties stevenen af op faillissement
Van onze verslaggevers Tjerk Gualthérie van Weezel en Ron Meerhof − 18/11/10, 06:20

De sloop van een flatgebouw in Amsterdam. Door de nieuwe kabinetsplannen zouden de jaarlijkse investeringen van de woningcorporaties terugvallen van 10 miljard naar 1 miljard euro. © anp
AMSTERDAM/DEN HAAG – De kassen van de woningbouwcorporaties stromen leeg. De crisis, strengere eisen van de Haagse en Brusselse politiek en fouten van de sector zelf leiden de komende jaren tot faillissementen, fusies en ontslagen, voorspellen kenners van de sector. Uiteindelijk worden de wachtlijsten voor huurders langer.
Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) komt volgende maand in zijn jaarlijkse rapport met nieuwe tegenslagen. Corporatiekenner Piet Klop van accountantskantoor Deloitte, dat 40 procent van de sector als klant heeft, schat op basis van gepubliceerde jaarrekeningen dat ‘alleen al de extra rentederving door de crisis in de richting van de honderd miljoen euro per jaar’ gaat.
Volgens Klop staat voor een half miljard euro aan huizen leeg, terwijl nog eens voor bijna een miljard euro aan projecten in de pijplijn zit en ernstige vertraging oploopt. Ook hebben de gezamenlijke corporaties voor zo’ n twee miljard euro aan grond in bezit. Nu de bouw- en woningmarkt is ingestort, moeten zij ook die waarde naar beneden bijstellen, boven op het renteverlies dat wordt geleden.

De corporaties voorzien verder grote verliezen door het beleid in Brussel en Den Haag. Door strengere Europese regels moeten corporaties duurder geld gaan lenen; het kabinet-Rutte stelt een nieuwe heffing van 760 miljoen euro in. Intussen loopt de vennootschapsbelasting, ingesteld door het vorige kabinet, door. ‘Alle wissels staan verkeerd en alle seinen staan op rood’, zegt Klop.
Geheime notitie
In een geheime notitie aan de onderhandelaars voor het huidige kabinet heeft Aedes, de branchevereniging van de corporaties, twee maanden terug geschreven: ‘Het huidige beleid leidt tot de ondergang van de sociale huisvesting.’
Aedes-voorzitter Marc Calon voorspelt dat alle nieuwe ontwikkelingen de investeringsruimte van de sector decimeren, van 10 miljard naar 1 miljard euro per jaar.
Bij die berekening hield Aedes nog geen rekening met de leegstaande huizen en onverkochte grond. Calon: ‘Het is heel waarschijnlijk dat noodlijdende corporaties al de komende jaren omvallen.’
Hoogleraar volkshuisvesting Peter Boelhouwer vreest dat de penibele situatie van hun huisbazen, slecht nieuws is voor huurders en voor mensen op de wachtlijst voor een sociale huurwoning. ‘Doordat er minder wordt gebouwd , zullen de wachtlijsten die in veel steden toch al extreem lang zijn, alleen maar toenemen. Ook geld voor renovaties en voor investeringen in de buurten is er straks niet meer. Verpaupering van buurten ligt op de loer.’

Corporaties pleiten voor huurstijging
Volgens Aedes-voorzitter Marc Calon zou de huur met een procent boven de inflatie verhoogd moeten worden, anders kunnen woningcorporaties binnen tien jaar geen goedkope huurwoningen meer bouwen.
Voor Aedes is het daarom nodig huurders te vragen om “een beperkte huurdersbijdrage voor het voortbestaan van de volkshuisvesting”. Dat zou blijken aan de hand van een zogeheten verdienmodel dat Aedes heeft laten ontwikkelen door wetenschappelijk onderzoeksbureau Ortec Finance. Vorig jaar investeerden de sociale huisvesters nog 11,6 miljard euro in volkshuisvesting.
Aedes zegt bezig te zijn met de aanpak van de hoge salarissen van corporatiedirecteuren, waar de laatste tijd veel kritiek op was. Toch staan de lonen en bedrijfskosten volgens Calon ‘in geen enkele verhouding tot wat nodig is om de sociale huisvesting op gang te houden’, zo laat hij in De Telegraaf weten. Volgens dezelfde krant zegt de Huurdersorganisatie Woonbond te kunnen leven met een gematigde huurverhoging. „De stijging vormt een onderdeel van een pakket aan maatregelen om de woningmarkt weer gezond te maken”, aldus een woordvoerder.
Voorwaarden voor de Woonbond zijn “geen bezuinigingen op de huurtoeslag om de betaalbaarheid voor lage inkomens te garanderen en het gelijktijdig nemen van maatregelen voor de koopmarkt”. De huurtoeslag, een ‘linkse’ nivelleringsregeling als tegenhanger van de ‘rechtse’ hypotheekrenteaftrek, wordt zodoende onbespeekbaar gemaakt omdat de bond zich voornamelijk bekommert om huurders met lage inkomens. Maar de gestelde voorwaarde maakt de fikse huurstijging voor huurders zonder huurtoeslag in de duurdere huursegmenten niet beter aanvaardbaar en betaalbaar, integendeel!
Te vrezen valt voor nog hogere woonlasten voor huishoudens met een middeninkomen, zeg maar: Jan Modaal, nu ‘Henk en Ingrid’, die aangewezen zijn op huren rond de liberalisatiegrens en in de zogenaamde vrije sector, en voor verhoging van hun zorglasten, ongeacht of er nu een paars, links of rechts kabinet gaat regeren. Waar andere groepen ontzien of vergoed worden, gaan vooral zij waarschijnlijk hiervoor nog meer betalen dan ze nu al ruimschoots doen.

Bron Novum e.a. met een redactoneel comment van Mart Giesen, 7 augustus 2010

Binnen 10 jaar zijn er 1 miljoen daklozen in Nederland.

V.l.n.r.: vooraan: CDA wethouders Erik Dannenberg en Gerard van Dooremolen achteraan: de heer E. Gritter (RIBW), namens zorginstellingen, de heer G.W. Brouwer (Openbaar Belang), vanuit woningcorporaties, de heer W.J. Rave (Driezorg), vanuit zorginstellingen, de heer G.A. Alewijnse (Travers), vanuit welzijnsinstellingen (Foto Jan Willem Dollekamp
Woningcorporatie
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een woningbouwcorporatie of woningcorporatie is een organisatie die zich zonder winstoogmerk richt op het bouwen, beheren en verhuren van betaalbare woonruimte. Doordat de Nederlandse overheid het bouwen van goede en goedkope woningen grotendeels aan deze organisaties overliet, en zichzelf veelal beperkte tot de rol van financier, regelgever en toezichthouder, heeft de woningbouwcorporatie in Nederland een centrale rol in de volkshuisvestingssector gekregen. De taken van de woningcorporaties zijn door het Ministerie van VROM geregeld in het Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh).
Inhoud
[verbergen]
1 Soorten woningbouwcorporaties
2 Geschiedenis
2.1 De eerste woningcorporaties
2.2 Woningbouwverenigingen tot 1950
2.3 Woningbouwverenigingen na 1950
3 Corporaties in de 21ste eeuw
4 Voorbeelden van woningcorporaties
5 Zie ook
6 Bronnen, noten en/of referenties
Soorten woningbouwcorporaties
Veel woningbouwcorporaties zijn of waren oorspronkelijk verenigingen, de zogenaamde woningbouwverenigingen. Andere woningbouwcorporaties hadden de vorm van een vennootschap of stichting (woningstichtingen). In de volksmond worden de termen woningbouwvereniging, woningstichting en woningbouwcorporatie door elkaar gebruikt. Juridisch maakt het wel verschil of er sprake is van een stichting of vereniging. Zo moet bij een vereniging het bestuur gekozen worden uit de leden, dat is bij een stichting bijvoorbeeld niet het geval.
Woningbouwverenigingen kunnen worden opgericht door belangstellenden of belanghebbenden. ‘Belangstellenden’ zijn sociaal voelende personen die het bouwen van goede arbeiderswoningen wilden bevorderen. ‘Belanghebbenden’ zijn de huurders of aspirant huurders. Veel corporaties zijn sinds de jaren negentig verzelfstandigd en meer en meer gaan optreden als projectontwikkelaars. Dit leidde tot kritiek, de corporaties zouden te veel dure woningen bouwen en de bewoners (‘belanghebbenden’) verloren hun zeggenschap cq. inspraak waar het ging om investeringen. Officieel hadden bewoners dat recht voorheen wel.
Geschiedenis
De eerste woningcorporaties
Voor de invoering van de Woningwet van 1901 telde Nederland ongeveer 40 woningbouwverenigingen die zonder overheidssteun opereerden. Veelal waren deze door sociaal bewogen belangstellenden opgericht. De oudste woningbouwcorporatie in Nederland is de in 1852 opgerichte Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam. In 1851 riepen enkele Amsterdamse notabelen op om een particuliere bouwmaatschappij op te richten, die iets zou moeten doen aan de heersende woningnood en belabberde huisvesting van arbeidersgezinnen. De oproep werd opgevolgd door 20 welgestelde burgers, zodat op 21 februari 1852 de eerste woningbouwvereniging van Nederland kon worden opgericht. Ieder lid bracht f 2000 in, waarop ze maximaal 3% rente zouden krijgen. De vereniging had in 1853 haar eerste blok huizen gereed aan de Amsterdamse Oostenburger-middenstraat op Oostenburg, (praktisch op de plek waar tegenwoordig het bedrijfsverzamelgebouw staat met de redacties van De Volkskrant en Het Parool): 18 woningen met elk twee ruime vertrekken, voorzien van privaat (voorloper van het toilet), gootsteen en ijzeren ledikant. In dertig jaar tijd wist deze vereniging zo nog eens circa 800 woningen te bouwen op diverse locaties in de stad. De huurprijs van de verenigingswoningen bedroeg gemiddeld ongeveer 1/6 deel van het inkomen van de huurders.
Het initiatief in Amsterdam werd vrij snel elders in het land gevolgd, zoals in Arnhem waar de Vereeniging tot het verschaffen van geschikte woningen aan de arbeidende klasse in 1853 het levenslicht zag. Deze bouwde een complex van 134 woningen. Gemiddeld woonden er vier personen per woning van ruim 25 m². De weekhuur bedroeg zo’n ƒ 1,20. In ‘s-Gravenhage werd in 1854 de Vereniging tot verbetering van de woningen van de arbeidende klasse opgericht. In de periode 1854-1889 werd een bezit van 502 woningen gerealiseerd.
Sommige woningbouwcorporaties, waaronder de Bouwmaatschappij tot Verkrijging van eigen woningen te Amsterdam, stelden zich ten doel de te bouwen woningen na 20 jaar in eigendom aan de bewoners te doen overgaan.
In 1890 liet de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen, kortweg ‘t Nut genoemd, een onderzoek uitvoeren om te zien hoe de diverse woningbouwverenigingen het tot dan toe gedaan hadden. Het rapport van dit onderzoek kreeg als titel De arbeiderswoningen in Nederland. In 1896 publiceerde ‘t Nut een vervolgrapport, Het vraagstuk der volkshuisvesting, opgesteld door H.L. Drucker, H.B. Greven en J. Kruseman, waarin een pleidooi werd gehouden voor leningen of garanties van de overheid om de problemen met de volkshuisvesting op te lossen. Volgens de rapporteurs waren veel woningen erg slecht, ze drongen aan op afbraak en herbouw van oude buurten en nieuwbouw in stadsuitbreidingsgebieden. Het Kabinet-Pierson baseerde de Woningwet van 1901 vrijwel geheel op de ideeën uit dit rapport.
Woningbouwverenigingen tot 1950
De Woningwet van 1901 maakte het voor woningbouwverenigingen mogelijk om overheidssteun te ontvangen. In de meeste gemeenten werden toen één of meerdere woningbouwverenigingen opgericht, ook ontstonden de eerste gemeentelijke woningbouwverenigingen. De verenigingen gingen voortvarend te werk en begonnen met het bouwen van, met name, arbeiderswoningen.
Om in aanmerking te komen voor het ontvangen van overheidssteun moest een woningbouwvereniging uitsluitend werkzaam zijn in het belang van de verbetering van de volkshuisvesting en toegelaten zijn door de Minister van Volkshuisvesting. Het Woningbesluit van 1932 bevatte de bepalingen betreffende de ministeriële toelating. In het algemeen werd in een gemeente beneden de 10.000 inwoners niet meer dan één vereniging toegelaten. Na een trage start nam het aantal toegelaten woningbouwverenigingen geleidelijk toe.
In 1913 werd de Nationale Woningraad opgericht, een federatie van woningbouwverenigingen en gemeentelijke woningbedrijven. In dat jaar waren er 301 toegelaten woningbouwverenigingen. In de jaren twintig en dertig hadden de woningbouwvereniging opzichteressen in dienst, deze selecteerden de bewoners en hielden toezicht op de bewoning.
Tussen 1900 en 1940 werden 1 miljoen zogenaamde woningwetwoningen gebouwd.
Voor de Tweede Wereldoorlog financierde de overheid de bouw van zogenaamde ‘woningwetwoningen’ meestal door middel van een rijksvoorschot. Dit rijksvoorschot moest in 50 jaar terugbetaald worden. In de crisisjaren werd de looptijd verlengd van 50 tot 75 jaar. Na de Tweede Wereldoorlog, werden de benodigde gelden door middel van een gemeentelijke lening of een gemeentelijke garantie verstrekt.
Woningbouwverenigingen na 1950
Omstreeks 1955 waren er bij de Nationale Woningraad ruim 700 woningbouwcorporaties aangesloten. De woningbouwverenigingen bouwden oorspronkelijk allereerst voor hun eigen leden. Zij hadden vaak de ‘geestelijke verheffing van de arbeider’ als doel. Later, zo ongeveer na 1960, veranderde de relatie tussen vereniging en leden tot louter een verhuurder-huurder relatie. De relatie werd losser en zakelijker. Na 1966 werd gesteld dat een woningbouwvereniging niet alleen voor haar eigen leden moet bouwen, maar voor de samenleving als geheel. Tussen 1947 en 1985 steeg het woningbezit van de woningbouwverenigingen van 196.000 tot 1.607.000 woningen, hiermee steeg het aandeel van de woningbouwverenigingen in het totale woningbezit van circa 9% tot 30%.
Vanaf 1988 verstrekte de regering geen woningwetleningen meer. Voortaan moesten de woningbouwverenigingen de financiering van nieuwbouwprojecten via de kapitaalmarkt realiseren. Hierbij werden (en worden) vaak garanties verstrekt door de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Tegelijk met de invoering van de huurliberalisatie (voor een klein deel van de woningen) in 1994 werd een groot deel van de verenigingen verzelfstandigd, zij kregen sindsdien geen leningen en subsidies meer van het Rijk, maar hielden wel de wettelijke plicht om te zorgen voor goede en betaalbare woningen voor lagere inkomensgroepen, deze groep betreft ongeveer 30% van alle huishoudens in Nederland. In 2000 was het totale woningbezit van de corporaties 2,36 miljoen woningen, dit grote aantal woningen konden de corporaties in het verleden (voor 1994) opbouwen met financiële steun van de overheid.
De verzelfstandiging van de woningbouwverenigingen kende twee facetten. In de eerste plaats werden verenigingen omgezet in stichtingen, die voortaan woningcorporaties genoemd werden. Dit werd in 1993 geregeld in het ‘Besluit Beheer Sociale Huursector’. De overgang van vereniging naar stichting (of corporatie) hield in dat het bestuur niet meer door leden gekozen en gecontroleerd werd. Ook de gemeenten konden corporaties niet langer sturen, ze waren immers zelfstandig. De corporaties kregen een niet-gekozen Raad van Toezicht. Wel bleef er landelijk toezicht, waarbij wordt gekeken of aan de eisen van de Rijksoverheid wordt voldaan en of op een verantwoordelijke wijze met de financiën wordt omgesprongen. De verzelfstandiging van de verenigingen betekende daarmee in feite een privatisering van het bestuur, men dacht zo een professioneler en slagvaardiger management aan te trekken. In de tweede plaats werden de corporaties financieel verzelfstandigd, dat werd geregeld in de zogeheten ‘Bruteringswet’ officieel de ‘Wet Balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting’ (zie bruteringsoperatie). In deze wet uit 1994 werd geregeld dat er voortaan geen objectsubsidies meer werden verleend. Doordat corporaties nu zelf het benodigde geld bij elkaar moesten halen, werden er minder goedkope sociale huurwoningen gebouwd – de huuropbrengsten van deze woningen ten opzichte van de bouwkosten zijn niet rendabel. Ook gingen woningbouwcorporaties over tot het slopen van goedkope woningen, hier kwamen minder en duurdere woningen voor terug. TNO becijferde in 2005 dat voor elke 100 gesloopte goedkope woningen er 69 duurdere werden teruggebouwd. [1]
Corporaties in de 21ste eeuw
Eind jaren negentig en begin deze eeuw kregen de corporaties het verwijt te veel op hun geld te zitten en te weinig (betaalbare) huizen te bouwen. De taken van de corporatie werden via een aanpassing van het Besluit Beheer Sociale Huursector verder uitgebreid en strekten zich nu uit naar het behoud van de leefbaarheid in wijken en buurten alsook een grotere betrokkenheid bij het beheer van maatschappelijk vastgoed.
Om te laten zien dat zij wel degelijk ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ maakten corporaties ‘prestatieafspraken’ met de gemeenten. Echter niet alle corporaties deden dat. Uit een onderzoek van adviesbureau Severijn bleek dat het aantal corporaties dat prestatieafspraken heeft gemaakt met gemeenten stagneert: 237 (in 2002) tegen 231 (in 2006), respectievelijk 39% en 36% van het totaal. Hoewel het maken van prestatieafspraken met de lokale overheid een kader biedt voor overleg, staan er geen sancties op het niet het niet halen van de overeengekomen prestaties.
In de eerste jaren van de 21e eeuw investeerden sommige woningbouwcorporaties ook in kantoren en sportcomplexen. Daarmee wilden ze een sterkere bedrijfseconomische positie bereiken, die uiteindelijk ook ten goede zou moeten komen aan de woningbouwactiviteiten voor de primaire doelgroep. Volgens de Woningwet mag een woningcorporatie zich echter uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting bewegen. De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu verbood daarom deze activiteiten.
De positie van woningbouwcorporaties kwam in het eerste decennium van de 21e eeuw verder onder druk te staan vanwege betrokkenheid van een enkele corporatie bij bouwfraudeaffaires, onverantwoord hoge beloningen voor bestuurders en te riskante investeringen. Zo was er de Amsterdamse Rochdale-affaire, de Rotterdamse PWS-affaire, de kwestie van buitenlandse investeringen door een Limburgse corporatie, investeringen in een universiteitscampus, de aankoop van de SS Rotterdam, etc. Incidenten weliswaar, maar die deden het imago van de sector geen goed. Deze situatie was aanleiding tot het treffen van verdergaande maatregelen waar het gaat om het verbeteren van het toezicht en de wijze van verantwoorden, wat leidde tot professionelere bestuurders en een veel grotere openheid waar het gaat om de dagelijkse gang van zaken.
Ook de sinds 1901 (invoering Woningwet) bestaande staatssteun kwam ter discussie naar aanleiding van bemoeienis van de Europese Commissie, daartoe uitgedaagd door de toenmalige (1998-2002) VVD-staatssecretaris van Volkshuisvesting en Stedenbeleid Johan Remkes. Kernpunt in die discussie is de vraag in hoeverre staatssteun toegelaten kan worden, gelet op de omstandigheid dat vele tot de sociale huursector gerekende huurwoningen bewoond worden door huishoudens met een gezinsinkomen dat boven het norminkomen (2010: € 33.000,-) uitkomt, het zogenaamde ‘scheefwonen’.
Voorbeelden van woningcorporaties
Woningcorporaties met een artikel op Wikipedia zijn:
Lefier (Groningen, Drenthe)
Nijestee (Groningen)
Patrimonium (Groningen)
Portaal (in de omgeving van Amersfoort, Arnhem, Leiden, Nijmegen en Utrecht)
Rochdale (Amsterdam)
Staedion (Den Haag)
Vereeniging ten behoeve der Arbeidersklasse te Amsterdam (Amsterdam)
Vereniging Viaductstraat (Groningen)
Vestia (Bergeijk, Brielle, Delft, Den Haag, Hoogvliet, Liemeer, Nieuwerkerk aan den IJssel, Nootdorp, Rotterdam, Tilburg, Zoetermeer)
Westhoek wonen, (De Ronde Venen, Abcoude)
Woningstichting SWZ (Zwolle)
Woonstede (Ede, Woudenberg, Scherpenzeel en Wageningen)
Woonzorg Nederland (in heel Nederland) (seniorenhuisvesting)
Ymere (Amsterdam, Haarlem, Almere, Haarlemmermeer)
Zomers Buiten (Amsterdam)
Zie ook
Bruteringsoperatie
De bruteringsoperatie is de informele aanduiding voor de privatiseringsactie van Nederlandse woningcorporaties uit 1995. Het wettelijk kader voor de operatie was vastgelegd in de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting van mei 1995[1].
Bij deze reorganisatie is de financiële sturing van de corporaties door de overheid grotendeels opgeheven ten gunste van een grotere bestuurlijke vrijheid voor de woningbouwcorporaties. Na de operatie werd de financiële positie van de corporaties individueel gecontroleerd door het zelfstandige bestuursorgaan Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV).
Met de bruteringsoperatie werden subsidies van het Rijk aan de woningcorporaties weggestreept tegen leningen die de corporaties bij het Rijk hadden gesloten. Het ging hierbij om bedragen van 36,8 respectievelijk 26,6 miljard gulden[2]. De operatie ging in mei 1994 van start. De afwikkeling ervan duurde tot en met het jaar 2000.
De term is niet exclusief voor de volkshuisvesting. Ook op andere beleidsterreinen zijn bruteringsoperaties uitgevoerd.
Er zijn personen die zeer negatieve reacties hieronder kunnen plaatsen tot roddelpraat toe die persoonsgericht zijn maar dit zijn figuren die totaal niets bijdragen aan de samenleving of oplossing van problemen en alleen uit zijn op eigen gewin ten koste van anderen.
Aan deze narcisten en egocentristen heb ik geen enkele boodschap en reageer er niet op want die richten zichzelf wel ten gronde want je maakt over 10 jaar wat mee in de opvang voor daklozen zonder zorg en hulpverlening en dan leer je overeind te blijven tussen tuig.
Daarom zijn deze blogs opgesteld om ogen te openen.

 

Vind ik leuk:

Wees de eerste om post te waarderen.

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink. Bewerken

Recente berichten

 

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s