2380100553280RE: Kamermeerderheid voor parlementaire enquête woningcorporaties en de uitslag daarvan is het ontstaan van de dak en thuislozenproblematiek en stijgende woonkosten,complete ontwrichting van de Nederlandse samenleving en slecht toezicht op de bestuurlijke macht van corporatiedirecties en natuurlijk de publieke besturen met hun sociaal-economisch wanbeleid die hebben er toe geleid dat staatsburgers hun sociale rechten werden ontnomen

VKbanen

de Volkskrant
de site van
 

Kamermeerderheid voor parlementaire enquête woningcorporaties

Bewerkt door: Redactie −07/03/12, 14:47  − bron: ANP
© anp.

Het CDA wil een parlementaire enquête naar de woningcorporaties. De laatste jaren stapelen incidenten bij woningcorporaties zich op met één constante: een gebrek aan toezicht, klaagt de partij. ‘Omdat vooral de huurders de klappen moeten opvangen van (mogelijk) falend beleid, is het van belang dat het parlement een grondig onderzoek doet naar het stelsel.’

PvdA, SP en PVV steunden woensdag een voorstel van het CDA om een parlementaire enquête te beginnen. De laatste jaren stapelen incidenten bij woningcorporaties zich op met één constante: een gebrek aan toezicht, klaagt de partij. ‘Omdat vooral de huurders de klappen moeten opvangen van (mogelijk) falend beleid, is het van belang dat het parlement een grondig onderzoek doet naar het stelsel.’ Ook de rol van banken, toezichthouders en gemeenten moet erbij worden betrokken.
De zorgelijke situatie bij woningcorporatie Vestia, waar de Tweede Kamer donderdag over praat, is voor de CDA-fractie alleen maar de druppel. Vestia kwam door risico’s in het financieel beheer in grote problemen. Ex-topman Erik Staal kreeg bij zijn vertrek 3,5 miljoen mee en de corporatie is van plan de huren te verhogen.
De PvdA is ook voor een parlementaire enquête, maar wil dat het wettelijk regelen van scherper toezicht op de woningcorporaties niet stil komt te liggen door een onderzoek dat 2 jaar in beslag kan nemen.
‘Er zijn genoeg problemen met het toezicht op de woningcorporaties’, vindt Kamerlid Jacques Monasch. ‘Er zijn nu maatregelen nodig.’ Ook CDA en SP vinden dat door een enquête maatregelen niet op de lange baan geschoven moeten worden.
De VVD zegt een parlementaire enquête niet uit te sluiten. Maar de liberalen mikken eerst op verbetering van toezicht. D66 wil eerst met een hoorzitting te weten komen
 
En de uitslag van de enquette is dat zonder volksraadspleging de woningmarkt over ging in particuliere handen zonder behoorlijk onafhankelijk toezicht en ontbrekende criteria en regelgeving waar woningcorporaties zich aan bepaalde richtlijnen diende te houden.
In 1986 kwam de fraude met de bouwsubsidies aan het licht waardoor staatssecretaris volkshuisvesting de Hr. Gerrit Brokx moest aftreden omdat er geen toezicht was uitgeoefend op de besteding van de bouwsubsidies die richting Burgerlijk Pensioenfonds gingen die investeerden in sociale woningbouw. Zijn opvolger staatssecretaris Heerma besloot daarop met de bruteringsoperatie te beginnen en liet de landelijke woningcorporaties verzelfstandigen tot en met 1994 waardoor de corporaties teveel bestuurlijke macht kregen en invloed op de woningbouw en huisvestingsbeleid binnen de gemeentes en waar zij hun kerntaken niet meer uitvoerden zoals voor de helft koop- woningen bouwen en voor de andere helft sociale huurwoningingen die werden bekostigd uit de verkoop van koopwoningen en zij gingen zich ook toeleggen op commerciele activiteiten die buiten hun taakstellingen vielen en zich bemoeien met zorg en welzijnvraagstukken maar dat past niet in hun werkterrein en is verboden volgens de woningwet en dat komt nu na 16 jaar aan het licht. Er moet nog bij vertelt worden dat dit doelbewust CDA beleid is,omdat de Rabobank de grootste hypotheek verstrekker van Nederland is en in de top van de Rabobank zitten allemaal CDA leden die gelieerd zijn aan de tweede kamerfractie CDA en CDA bewindslieden. Met andere woorden wie de woningmarkt in zijn greep heeft en nu ook de zorgsector die heeft een politieke-economische machtsmiddel en kan via chantagepraktijken en via subsidieverstrekking een hele samenleving dwingen in een keurslijf van “christelijke schijnnormen en waarden”en regels en voorschriften via het maatschappelijk middenveld waar Balkenende het zo graag over heeft met zijn VOC mentaliteit. Wie wil nog beweren dat er geen psychopatenkabinetten aan het bewind zijn! Aan de andere zijde is de PvdA ook met zulke praktijken bezig op lokaal en landelijk niveau zoals hier in Zwolle o.a. het geval is met zogenaamde sociaal bevlogenheid voor daklozen en waar een Herberg als uithangbord word gebruikt voor hun louche praktijken. Maar zij zijn met het CDA verwikkeld in een desasreuze competitiestrijd over de ruggen van kansarmen en waar de belastingbetalers voor de kosten kunnen opdraaien en waar de Nederlandse samenleving naar de afgrond is geholpen op financieel en economische gebied. Want die dient zich al weer aan middels hoog oplopende kosten voor onderdak,energie en zorg en waar de graaiculturen van ondernemers en managers gewoon door zullen gaan.
Een onderzoeksrapport van de Wetenschappelijke raad voor de Nederlandse Regering van 2006 “vertrouwen in de buurt”toont aan dat de verzelfstandigde woningcorporaties hun sociale taken hebben verwaarloosd en bezig zijn met winstmaximalisering door commerciele activiteiten en daarnaast bemoeien zij zich met zorg en welzijn wat niet in de woningwet staat vermeld maar door de vrije marktwerking kan iedereen zonder opleidingen en diploma”s zich op deze marktsector zich begeven. Zie ook onderzoeksrapport van de Boer en Croon uit 2004 met de titel “Gebruik van AWBZ middelen” en de bijbehorende bijlagen.
Bij de woningcorporaties met hun marktwerking en machtspositie was en is het zo dat bij een huurachterstand van 3 maanden incoassobureau”s werden ingeschakeld en als dat niet hielp dan werd de gang naar de kantonrechter gemaakt.Blijft de huurder toch achter met betaling dan werden de bewoners met wel of geen kinderen zo de straat opgedonderd en kon men het zelf verder wel uitzoeken,er was en is geen sociaal vangnet aanwezig en worden dakloze burgers richting het leger des heils gestuurd die onderhand een staat binnen een staat is geworden met toegekende privileges en waar zij boven de wet is komen te staan zonder verantwoording af te leggen. Een kil en onmenselijk beleid want op straat betekend geen onderdak,geen goede voedselvoorziening of sanitaire gelegenheid en geen medische voorzieningen of sociaal leven en barre levensbedreigende weersomstandigheden.
Wie controleert de controleur oftewel de volksvertegenwoordiging?
 
28 691 Interpellatie woningcorporatie Woonzorg
Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE
ORDENING EN MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 juni 2003
1. Inleiding
Tijdens een interpellatiedebat op 3 december 2002 (Handelingen der
Kamer II, vergaderjaar 2002–2003, nr. 28, blz. 2020–2029) heeft Uw Kamer
met mijn ambtsvoorganger gesproken over de financiële situatie bij
woningcorporatie Woonzorg Nederland en het uitgeoefende financiële
toezicht door het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) in de
periode 1998–2001. Hij heeft u in dat debat een rapportage toegezegd, die
ik u bijgaand aanbied1. De rapportage is opgesteld door de Accountantsdienst
van mijn Ministerie. Ik merk op dat bijgaande rapportage later dan
aanvankelijk voorzien uw Kamer bereikt. Uw Kamer is hierover en over de
achterliggende oorzaken in de afgelopen maanden bericht. De
onderzoeksvragen die op grond van het interpellatiedebat zijn gesteld aan
de Accountantsdienst zijn gerubriceerd op blz. 3 van het rapport. Ik wil
daarnaar, evenals naar de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd (zie
blz. 4 van het rapport), kortheidshalve verwijzen.
In deze brief belicht ik kort de uitkomsten van de analyse van de
Accountantsdienst en trek daaruit mijn conclusies. Ik plaats deze tegen de
achtergrond van de wijze waarop het financiële toezicht in de afgelopen
jaren is ingericht, in relatie tot de ministeriële verantwoordelijkheid voor
het toezicht op woningcorporaties.
2. Het financiële toezicht sinds 1998
Met de financiële verzelfstandiging van de woningcorporaties als gevolg
van de Wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (brutering)
is het eerstelijns financiële toezicht, evenals het volkshuisvestelijke
toezicht op de woningcorporaties bij de gemeenten gelegd. Bij brief van
7 april 1997 is uw Kamer echter, naar aanleiding van de financiële en
bestuurlijke problemen bij woningcorporatie Woningbeheer Limburg,
voorgesteld het toezicht op woningcorporaties weer te leggen bij het Rijk.
Het financiële toezicht werd «op afstand» bij het CFV geplaatst. Het CFV,
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2002–2003
KST68958
0203tkkst28691-4
ISSN 0921 – 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2003
1 Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt
Tweede Kamer.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 1
dat sinds 1988 bestaat, had reeds als taak financieel zwakke woningcorporaties
te saneren. Gegeven die reeds bestaande taak, kreeg het CFV,
door kennisneming van de jaarstukken van alle corporaties en de
bevoegdheid om nadere informatie te vragen, de aanvullende taak en de
mogelijkheid om vroegtijdig te signaleren of sanering dreigde (zogenaamd
«early warning»-systeem). De taak van het CFV, neergelegd in het
Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (BCFV), werd beperkt tot
de beoordeling van de financiële continuïteit van individuele woningcorporaties
in het kader van de saneringstaak. In de brief van 7 april 1997
werd echter eveneens aangekondigd dat een wetswijziging zou worden
voorbereid op basis waarvan het CFV een bredere taak zou krijgen ten
aanzien van het financiële toezicht op woningcorporaties. Bij de wijziging
van de Woningwet die in werking is getreden op 5 november 2001, is deze
taakverbreding geëffectueerd. Te beginnen met het boekjaar 2001 diende
het CFV het financiële toezicht in elk geval, doch niet meer uitsluitend,
vanuit het saneringsrisico uit te oefenen. Ook moest het CFV voortaan
rapporteren over financiële ontwikkelingen in de hele sector.
Het CFV voert haar financiële toezicht uit als Zelfstandig Bestuursorgaan
(ZBO). De minister treedt daarom in beginsel niet in beslissingen en
beoordelingen van het ZBO in individuele gevallen. Dit zou immers de
zelfstandige beoordeling op afstand, één van de motieven om te kiezen
voor onderbrenging van het financiële toezicht in een ZBO, geen recht
doen. Een en ander heeft tot gevolg dat het CFV de minister kan adviseren
om, op basis van zijn bevindingen, al dan niet een nader onderzoek in te
stellen naar een corporatie. De keuze voor het leggen van het financiële
toezicht bij een ZBO impliceert daarbij dat de minister dit advies opvolgt,
tenzij (in beginsel in uitzonderingsgevallen) uit sterke andere indicaties
zou blijken dat een ander oordeel zou moeten worden geveld. In dat geval
wendt de minister zich tot het CFV om te bezien welke actie van de kant
van het Rijk op zijn plaats is.
De minister van VROM bepaalt wel welke regels en richtlijnen het ZBO
heeft na te leven (i.c. de Woningwet en het BCFV), maar het ZBO legt zelf
vast welke uitvoeringsregels het daarbinnen zal hanteren (i.c. de Beleidsregels
van het CFV). Van deze uitvoeringsregels maakt wat betreft het
financiële toezicht door het CFV een vastgelegde beoordelingsmethodiek
en -procedure deel uit.
Ik heb de onderzoeksrapportage van de Accountantsdienst en mijn voornemens
op basis van die rapportage tegen deze achtergrond beoordeeld.
3. De conclusies van het onderzoek
Het onderzoek concludeert dat de methodiek waarmee het CFV de financiële
continuïteit woningcorporaties beoordeelt verantwoord is (zie blz. 6
rapport). De AD concludeert verder dat de informatievoorziening aan de
bewindspersoon van VROM in dit verband voldoende is geweest.
Naar aanleiding van de vraag of de wijze van werken en rapporteren door
het CFV aan de bewindspersoon, gelet op de taakafbakening tussen
VROM en CFV, de ministeriële verantwoordelijkheid voldoende afdekt,
stelt de AD dat dit tot de wijziging van de Woningwet per 5 november
2001 onvoldoende het geval was. Dit omdat tot die wijziging het CFV zich
in het financieel toezicht slechts hoefde te richten op de vraag of de financiële
continuïteit van de corporatie in het geding was. Er bleven daarmee
toezichtstaken niet toebedeeld.
Vanaf de genoemde wijziging van de Woningwet is de toezichtstaak van
het CFV weliswaar verbreed, maar zijn naar het oordeel van de AD de
omschrijvingen van de taken van het CFV zodanig algemeen dat zij veel
ruimte geven voor interpretatieverschillen. Ook lopen hierdoor de
verwachtingen omtrent de invulling van het financiële toezicht van VROM
enerzijds en CFV anderzijds uiteen. De AD stelt van mening te zijn dat
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 2
hierdoor vooralsnog de verantwoordelijkheid voor het financiële toezicht
niet toereikend wordt ingevuld. De AD verbindt hieraan de aanbeveling
om nader uit te werken wat financieel toezicht moet inhouden en hierover
te komen tot duidelijke afspraken met het CFV.
Wat betreft de financiële ontwikkelingen bij de onderzochte corporaties
constateert de AD dat er bij Woonzorg Nederland gedurende de periode
1998–2001 sprake is geweest van enkele opmerkelijke financiële ontwikkelingen.
Dit wordt onder andere veroorzaakt door een omvangrijke
beleggingsportefeuille met aanzienlijke waardeschommelingen en verliesgevende
deelnemingen met onduidelijke financieringsrelaties. Wat betreft
het door het CFV uitgeoefende toezicht op en de kwaliteit van de
informatievoorziening over Woonzorg Nederland oordeelt de AD dat deze
voldoende is geweest. Het specifieke onderzoek van het CFV naar
bankieren en beleggen bij Woonzorg Nederland geeft volgens de AD een
goed beeld van het betreffende beleid en de daarmee samenhangende
risico’s bij Woonzorg Nederland. Wel is de AD wat betreft het toezicht op
Woonzorg Nederland van oordeel dat het CFV de bewindspersoon eerder
had moeten informeren met betrekking tot de sterk wisselende jaarresultaten
en het hoge kostenniveau.
Wat betreft Het Oosten stelt de AD vast dat deze corporatie na in de eerste
jaren van de onderzochte periode voortdurend een voldoende weerstandsvermogen
te hebben gehad, in het verslagjaar 2001 is terechtgekomen
in de (door het CFV gehanteerde) categorie B2, dat wil zeggen
dat de corporatie een onvoldoende weerstandsvermogen heeft, maar
voldoende maatregelen treft om deze situatie te verbeteren. Wel wordt
door de AD aandacht gevraagd voor de tijdigheid van rapporteren.
Voor de opmerkingen ten aanzien van woningcorporatie Centrada en
Vastgoedfonds Lieven de Key wil ik u kortheidshalve verwijzen naar het
rapport van de AD (blz. 7).
4. Reactie en voornemens
Op een groot aantal punten laat het rapport van de AD zien dat de wijze
van uitoefening van het financiële toezicht toereikend en verantwoord is.
Dat neemt niet weg dat de AD ook conclusies trekt over de afdekking van
de ministeriële verantwoordelijkheid voor het financiële toezicht op de
corporatiesector. De constatering dat onvoldoende scherp is geformuleerd
welke taken moeten worden uitgevoerd bij het financiële toezicht en de
verschillende verwachtingen daaromtrent die de AD constateert tussen
CFV en VROM, geven aanleiding om op dit punt te komen tot verbeteringen.
Ik heb daarover inmiddels gesproken met het bestuur van het CFV.
De uitgangspunten inzake de uitoefening van het financiële toezicht zoals
beschreven in paragraaf 2 staan daarbij voorop. Vanuit die uitgangspunten
heb ik met het bestuur afgesproken in de komende maanden te
komen tot een gezamenlijke formulering van wat het financiële toezicht
moet inhouden, hoe zich dit verhoudt tot het volkshuisvestelijke toezicht
op de corporaties, op welke wijze de taken en bevoegdheden tussen
VROM en het CFV moeten zijn verdeeld en wat aanvullend nog nodig is
om aldus de ministeriële verantwoordelijkheid af te dekken. Ik zal op basis
van de uitkomsten van die nadere analyse bezien of, en zo ja welke, maatregelen
nodig zijn. Ik neem mij voor u over de uitkomsten hiervan in het
najaar te informeren.
Wat betreft de situatie bij de onderzochte woningcorporaties merk ik op
dat de AD zich in zijn onderzoek heeft moeten richten op de gegevens
over de periode tot en met het boekjaar 2001. Het reguliere financiële
toezicht, alsmede een beoordeling van de toereikendheid daarvan, kan
zich slechts baseren op de situatie zoals die bestond in het laatste boek-
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 3
jaar waarover gegevens bekend zijn. Dat neemt niet weg dat zich inmiddels
ontwikkelingen kunnen voordoen die uit een oogpunt van financieel
toezicht aandacht vragen en waarop alert moet worden gereageerd. Op
basis van verschillende signalen, waaronder ook recente persberichten
over omstreden financieringsbronnen bij woningcorporatie Het Oosten,
zal ik een dezer dagen de directie van Het Oosten uitnodigen voor een
gesprek met mijn ministerie. Wat betreft de situatie bij Woonzorg Nederland
heb ik inmiddels het Centraal Fonds verzocht mij stelselmatig en
indien nodig tussentijds te informeren over de (financiële) ontwikkelingen
bij deze woningcorporatie. Het gaat daarbij onder andere om de ontwikkeling
van de beleggingsportefeuille, de risicoreductie, de ontwikkeling van
de deelnemingen en de voortgang van de reorganisatie.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S. M. Dekker
Tweede Kamer, vergaderjaar 2002–2003, 28 691, nr. 4 4
 
31 420 Interpellatie Jan de Vries over door de NMa
goedgekeurde fusie tussen Evean Groep,
Philadelphia Groep en Woonzorg Nederland
Nr. 9 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 april 2009
Op 23 april a.s. zullen de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport en ik een algemeen overleg met de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport hebben over de aard en omvang van de
problemen bij zorginstelling Philadelphia Zorg.
Met het oog daarop heeft deze commissie mij verzocht haar «mijn visie te
geven over belangenverstrengeling van vastgoed en zorg inzake Philadelphia
en Espria en de mij daarbij ter beschikking staande sturingsmogelijkheden
te duiden».
Naar ik aanneem, is dit verzoek aan mij ingegeven door de betrokkenheid
van woningcorporatie Woonzorg Nederland bij Espria, het organisatieverband
dat deze corporatie sinds april vorig jaar via een personele unie
heeft met de zorginstellingen Philadelphia Zorg en Evean groep. Deze
betrokkenheid raakt aan mijn toezicht op de corporatiesector, zoals dat
voortvloeit uit de Woningwet, het Besluit beheer sociale-huursector en
daarmee samenhangende circulaires.
Vanuit deze toezichtsrol heeft mijn ambtsvoorganger uw Kamer naar
aanleiding van de voorgenomen totstandkoming van Espria eerder
bericht1, dat het corporaties op basis van de zonet genoemde regelgeving
is toegestaan via een personele unie een verbinding aan te gaan met
zorginstellingen. Voorwaarde daarbij is wel dat de corporatie zich beperkt
tot het zorgvastgoed en geheel zelfstandig en met behoud van volledige
zeggenschap haar activiteiten kan en zal uitvoeren. De autonomie van de
corporatie als toegelaten instelling moet met andere woorden gewaarborgd
blijven. De feitelijke zorg en/of diensten mogen alleen worden
verleend door de betrokken zorginstelling(en).
Gelet op deze voorwaarden werd het verzoek van de initiatiefnemers van
Espria om toestemming voor een bestuurlijke fusie door mijn ambtsvoorganger
afgewezen. Een dergelijke verdergaande organisatorische
verstrengeling van de vastgoed- en zorgverstrekking zou immers het
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2008–2009
KST129993
0809tkkst31420-9
ISSN 0921 – 7371
Sdu Uitgevers
’s-Gravenhage 2009
1 Brief van 30 juni 2008, TK2008/09, 31 420,
nr. 8.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 420, nr. 9 1
risico in de hand werken, dat corporatiemiddelen die een volkshuisvestelijke
bestemming hebben, wegvloeien naar de zorg.
Omdat een dusdanige organisatiewijziging een statutenwijziging vergt die
vooraf door mij moet worden goedgekeurd, kan ik voornemens tot een te
vergaande versmelting tegengaan. Mocht achteraf blijken dat een corporatie
hiertoe toch is overgegaan, dan is sprake van strijd met de regelgeving
en kan en zal ik daar op grond van de Woningwet en het Besluit
beheer sociale-huursector tegen optreden.
Dat is ook het geval indien een corporatie volkshuisvestingsmiddelen
inzet in de zorg door bijvoorbeeld zelf zorg te verlenen.
De sanctiemiddelen die mij in dit verband ter beschikking staan betreffen
onder meer een aanwijzing, al dan niet vergezeld van een last onder
dwangsom. Daarmee kan ik een corporatie sommeren bepaalde handelingen
te verrichten of na te laten, of een ongewenste situatie zoals hiervoor
bedoeld terug te draaien. Ook kan ik bijvoorbeeld een extern
toezichthouder bij de corporatie aanstellen. Deze dient alle handelingen
van de corporatie vooraf goed te keuren. Als het handelen van een corporatie
leidt tot ernstige schade aan de volkshuisvesting, kan ik de rechtbank
verzoeken een bewindvoerder bij de betreffende corporatie aan te stellen.
Uit het voorgaande mag duidelijk worden dat er vanuit de wet- en regelgeving
voor de volkshuisvesting grenzen zijn aan de mate van samengaan
van de taakvelden wonen en zorg. Investeren in zorgvastgoed is corporaties
evenwel toegestaan.
Over de aankopen van zorgvastgoed van Philadelphia door Woonzorg
Nederland zijn in februari jl. schriftelijke vragen gesteld door de leden
Depla en Wolbert. In mijn antwoorden daarop1 heb ik benadrukt, dat de
aard van het vastgoed bij mijn beoordeling van dit soort transacties geen
rol speelt, maar dat ik kijk naar de functie of bestemming die een corporatie
aan het vastgoed geeft. Indien sprake is van nevenactiviteiten van
corporaties, waarvan niet op voorhand duidelijk is of deze hun op grond
van de wet- en regelgeving zijn toegestaan, moeten deze vooraf ter toetsing
aan mijn departement worden voorgelegd.
Ook in het vernieuwde wettelijk kader voor de corporaties, waarover ik uw
Kamer voorstellen zal aanbieden zal ik waarborgen dat de corporatie zich
met de inzet van haar middelen blijft richten op de volkshuisvesting.
Ik vertrouw erop u hiermee vooralsnog voldoende te hebben geïnformeerd.
De minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E. E. van der Laan
1 Brief van 9 februari 2009, TK2008/09,
nr. 1506.
Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 420, nr. 9 2
 
 
Zwolse woningcorporaties en RIBW Vecht gijzelen dakloze burgers langdurig en kleden hun financieel uit in de Herberg en schenden de kwaliteitswet zorg met instemming van het burgerlijk bestuur en hun belangenverstrengelingen met corporaties en welzijnsinstellingen.
Over-IJsselse woningcorporaties investeren met huurdersgelden in dubieuze zorgpanden zoals de Herberg een opvang voor daklozen.
Ondertekening intentieovereenkomst Platform Wonen Welzijn ZwolleBekijk ook de foto’s…overgenomen van www.zwolle.nl‘Samen de kracht van Zwolle tonen en benutten’, dat is het motto van het onlangs opgerichte platform Wonen Welzijn Zorg (WWZ).IntentieovereenkomstHet platform is een initiatief van de gemeente, woningcorporaties, welzijns- en zorginstellingen in Zwolle. Het verbeteren van de afstemming en coördinatie tussen verschillende projecten in de stad en het maken van concrete, meerjarige resultaatafspraken op het gebied van wonen, welzijn en zorg zijn de doelstellingen van het platform. Donderdag 14 februari 2008 hebben alle deelnemers een intentieovereenkomst ondertekend waarmee de samenwerking een feit is.op de foto:
V.l.n.r.: vooraan: wethouders Erik Dannenberg en Gerard van Dooremolen achteraan: de heer E. Gritter (RIBW), namens zorginstellingen, de heer G.W. Brouwer (Openbaar Belang), vanuit woningcorporaties, de heer W.J. Rave (Driezorg), vanuit zorginstellingen, de heer G.A. Alewijnse (Travers), vanuit welzijnsinstellingen (Foto Jan Willem Dollekamp)
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

De dag dat het misgaat, komt dichterbij,

‹‹Terug
Trouw, 28 oktober 2002, door Gonny ten Haaft De dag dat het misgaat, komt dichterbij De sociale  woningbouw wordt verkwanseld. Volgens Sweder van Wijnbergen zullen de  woningcorporaties eens moeten erkennen dat zij geen betaalbare huizen meer  kunnen bieden. Amsterdam – Corporaties, wordt wakker! Prof. dr. S. van  Wijnbergen, hoogleraar economie aan de universiteit van Amsterdam en directeur  van het internetbedrijf Infomedics, is ervan overtuigd dat corporaties op den  duur niet meer kunnen overleven. “Eens komt de dag dat ze hun exploitatie niet  meer rondkrijgen. Wanneer weet ik ook niet, maar het verbaast me dat de  corporaties niet beseffen dat hun toekomst eindig is.” Dit is de belangrijkste boodschap die Sweder van Wijnbergen zijn toehoorders  woensdag in de zogeheten Enneüs Heermalezing wil voorhouden. Deze lezing is naar  Heerma vernoemd, omdat deze ‘zijn stempel op de volkshuisvesting heeft gedrukt’. Da’s mooi, prikkelt Van Wijnbergen, maar Heerma is ook de staatssecretaris die  van woningcorporaties zelfstandige ondernemingen heeft gemaakt. Juist die  beslissing heeft tot gevolg dat de volkshuisvesting wordt verkwanseld. “Sociale  woningbouw is op de lange duur alleen mogelijk als de overheid subsidies  verstrekt die het mogelijk maken om huizen beneden de kostprijs aan te bieden”,  stelt Van Wijnbergen. Sinds de verzelfstandiging krijgen de corporaties die  subsidies niet meer. In een goed functionerende markt, redeneert Van Wijnbergen,  is het echter voor ondernemingen onmogelijk om jarenlang huizen beneden de  kostprijs aan te bieden. “Stel dat het zonder subsidies kan, dan klopt er toch  iets niet in de markt? Dan zouden er bovennormale winsten worden  gemaakt.” Heerma betaalde in 1995 alle nog verschuldigde exploitatiesubsidies  uit, in ruil daarvoor losten de corporaties alle langlopende leningen af die ze  nog bij het rijk hadden uitstaan. Zonder rijkssubsidies en –leningen moeten de  corporaties hun belangrijkste taak nu uitvoeren: zorgen voor mensen met een  kwetsbare positie op de woningmarkt, zoals ouderen en psychische patiënten. Hoe ze dit doen? Vooral doordat ze “op een grote zak met geld zitten”, zegt  Van Wijnbergen. “Hun huizen kregen ze cadeau. Maar ook die zak met geld raakt  een keer op. Dan kunnen ze hun huizen gaan verkopen, maar dat heeft grote  nadelen, zowel voor de huurders als de corporaties.” Huurders die hun huis  kopen, argumenteert Van Wijnbergen, lopen veel risico’s. Hun geld zit dan immers  in vastgoed, zodat ze er niet meer bij kunnen als er financiële problemen  dreigen. “Dus moeten ze weer verkopen en staan ze op straat. In Engeland is dat,  na de verkoop van sociale woningbouwhuizen, overal gebeurd.” Corporaties die veel huizen verkopen, voorspelt Van Wijnbergen, zijn in feite  ondernemingen die structureel hun eigen vermogen opeten. Bovendien dwingt deze ‘grote uitverkoop’ hen op zoek te gaan naar een nieuwe rol, die vaak buiten de  echte volkshuisvesting zal liggen. Op bijeenkomsten met corporaties merkt de  hoogleraar dat er ‘enorme verschillen’ in taakopvatting bestaan. “Dat alleen al  is verontrustend. Ze nemen steeds meer ‘gekke’ taken erbij: de één wordt  projectontwikkelaar, de ander verbetert de kwaliteit van de wijk, legt een park  aan of wil grote stadsproblemen oplossen. Ze hebben daarvoor het geld, maar vaak  niet de expertise.” Van Wijnbergen werkte van 1997 tot 1999 als  secretaris-generaal op het ministerie van economische zaken (EZ). Na openlijke  kritiek op zijn baas, minister Jorritsma, moest hij vertrekken. Bij EZ verzette  hij zich al tegen de grote drang van de overheid om bedrijven te  verzelfstandigen en privatiseren zonder dat de publieke taken goed gedefinieerd  waren. “De NS, Schiphol, energiebedrijven: overal zie je dat het bedrijfsbelang  prevaleert boven de publieke taken. Bij de corporaties gebeurt dit ook.” De corporaties verwijt Van Wijnbergen niet zoveel. Hooguit, bij sommige, de  gretigheid waarmee ze zich als ontwikkelaar of makelaar in de wereld van het  grote geld begeven. Zijn beschuldigende vinger gaat naar de politiek, waar  niemand inziet dat de sociale woningbouw gevaar loopt. “Onbegrijpelijk. Terwijl  onze volkshuisvesting in het buitenland wordt geroemd, bespeur ik in Nederland  een totale desinteresse.” Sterker nog, er ligt zelfs een plan dat de kansen voor minder draagkrachtigen  op de woningmarkt nog verder zal doen dalen. In de meest recente overheidsnota  wordt gepleit voor opting out, de mogelijkheid dat corporaties het publieke  bestel kunnen verlaten. Nu nog is elke corporatie door een vergunning met de  overheid verbonden. Met opting out kan een corporatie zich uitkopen. “De rijkere  corporaties treden dan uit”, voorspelt Van Wijnbergen. “Ze gaan spelen met hun  geld en zijn voor de sociale woningbouw verloren. Alleen de armere corporaties  blijven dan over om de huisvesting voor kwetsbare groepen te garanderen. De dag  dat het misgaat, komt zo alleen maar dichterbij.”

                                Dit was de oude woningmarkt dankzij de crisis neergaand

  De nieuwe woningmarkt in opkomst en geen financiele melkkoe voor de Rijksoverheid

Binnenlands Bestuur

‘De volkshuisvesting is verkwanseld’

André de Vos02 nov 20072 reacties reacties’>2 reacties
De verzelfstandiging van woningbouwcorporaties was technisch en financieel een groot succes. De corporaties zijn rijker dan ooit, maar de overheid is de greep op de volkshuisvesting kwijt.
‘Wij zijn niet tegen brutering. We zijn tegen het feit dat het volkshuisvestingsbeleid wordt weggegeven. We geven miljarden aan de corporaties zonder concrete prestatieverplichtingen te eisen. En het ontbreekt de regering aan moed om terug te gaan naar de corporaties om die afspraken te maken.’ De woorden zijn van Adri Duivesteijn, nu volkshuisvestingswethouder in Almere, in 1995 Kamerlid voor regeringspartij PvdA. Duivesteijn voorzag bij de verzelfstandiging van de corporaties problemen in de aansturing. Een door hem ingediende motie om tot prestatieafspraken met corporaties te komen werd aangenomen, maar nooit uitgevoerd. De corporaties, fel tegen aanvullende regels die hun net verworven vrijheid zouden beknotten, kregen hun zin. In zijn werkkamer bladert Duivesteijn eind september door een dik pak papier, de weergave van de zeven termijnen waarin het bruteringsakkoord in 1995 in de Tweede Kamer werd behandeld. Passages aankruisend en mompelend, verbaasd over de actualiteit van zijn opmerkingen destijds. ‘Hoe is het mogelijk dat de politiek de zeggenschap over één van de belangrijkste beleidsterreinen zo heeft kunnen verkwanselen?’ Twaalf jaar na hun verzelfstandiging is er grote onvrede over de wijze waarop corporaties de volkshuisvestingstaak uitvoeren. Ze hebben miljarden, maar ze doen er te weinig mee, is de kritiek. De afspraak tussen minister Vogelaar en corporaties om in tien jaar 2,5 miljard in de ‘prachtwijken’ te investeren, doet de roep om structurele maatregelen niet verstommen. Het bruteringsakkoord, officieel ‘de balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting’, geldt als het kunststuk van staatssecretaris volkshuisvesting Heerma. Hij sloot in 1993 met woningcorporaties en gemeenten het ‘Akkoord van Heemskerk’, waarbij werd afgesproken dat de corporaties op eigen benen zouden komen te staan. In 1995 werd de wet door Heerma’s opvolger, D66’er Tommel, door het parlement geloodst. De steun voor de brutering en de verzelfstandiging van de corporaties was groot. En is dat nog steeds. Het bruteringsakkoord geldt als een geslaagde financiële exercitie. In één klap sneed het rijk de banden door met de corporaties, die tot dan toe afhankelijk waren van Den Haag, dat het volkshuisvestingsbeleid dicteerde. Den Haag bepaalde waar, hoeveel en hoe er werd gebouwd en betaalde de rekening. Corporaties waren uitvoeringsorganisaties. ‘De subsidiewijzer van Vrom was zo uitgebreid dat als ik die tegen het plafond aan de muur hing, het uiteinde over de vloer sleepte’, zegt Willem van Leeuwen, voorzitter van Aedes, de vereniging van woningcorporaties. ‘Alles draaide om de Haagse geldstromen.’ Van Leeuwen was destijds – ‘nog met gekleurde pakken en zonder bril’ – officieus ‘subsidioloog’ bij het NCIV, een van de twee brancheorganisaties die later opgingen in Aedes. Dat de corporaties los moesten komen van Den Haag, daarover was begin jaren negentig consensus. ‘In het oude bestel werden miljoenen over de balk gesmeten’, zegt Frank Bijdendijk, al 25 jaar directeur bij de Amsterdamse corporatie Het Oosten. ‘In 1986 knapten we in Amsterdam een woningbouwcomplex in Geuzenveld op met een subsidie van 53.000 gulden per woning. We deden niet wat het beste voor de wijk was, maar wat Den Haag verordonneerde. We kregen precies te horen hoe hoog de keukenkastjes moesten hangen. Twintig jaar later hebben we dat complex gesloopt. Verouderd. Want het ging helemaal niet om de techniek, maar om het soort woning, de locatie, de bewonerssamenstelling. Daar werd in het oude stelsel geen rekening mee gehouden.’ Angst Bij de brutering streepte het rijk 36 miljard gulden (16 miljard euro) aan toekomstige subsidies aan de corporaties weg tegen 26 miljard gulden aan uitstaande rijksleningen. In totaal werd tien miljard gulden (4,5 miljoen euro) aan de Nederlandse corporaties overgemaakt. De brutering had voor het rijk verschillende pluspunten. De staatsuitgaven – volkshuisvesting was een van de grootste begrotingsposten – werden verlaagd, en dat was van belang voor de positie binnen de EMU, de papieren voorloper van de euro. Aan de open subsidieregeling voor de corporaties kwam een eind. En de corporaties zouden op ‘de markt’ ongetwijfeld beter gaan presteren: het was begin jaren negentig en de markt was de mantra. Het klinkt twaalf jaar later onwaarschijnlijk, maar de vrees bij de bruteringsoperatie was dat corporaties in financiële moeilijkheden zouden komen. De rente was hoog, de (huur)inkomsten niet kostendekkend en financiële verantwoordelijkheid was compleet nieuw voor de corporaties. ‘De angst voor financiële problemen was helemaal niet zo vreemd’, zegt Johan Conijn, nu directeur bij het Centraal Fonds Volkshuisvesting, destijds onderzoeker en adviseur van corporaties. Corporaties moesten zelf de financiële risico’s dragen. Ze moesten duurder lenen op de kapitaalmarkt. Er was een groep corporaties die al dure leningen had uitstaan in de markt en daarvoor slechts gedeeltelijk werd gecompenseerd. Die dreigden in moeilijkheden te komen.’ Huurdersverenigingen en linkse politieke partijen waren bang dat de verzelfstandigde corporaties de huren sterk zouden verhogen om hun financiële positie te versterken. Het bruteringsakkoord bood ruimte voor een maximale huurstijging van 7,5 procent, en een gemiddelde stijging van 5,5 procent. Stijgingen die in de praktijk niet werden gerealiseerd. De huurdersverenigingen speelden bij het bruteringsakkoord geen rol. ‘We werden door Heerma het bos ingestuurd’, zegt René van Genugten, beleidsmedewerker bij de Woonbond. ‘Wij vonden de geplande huurstijgingen veel te hoog. En zeker in de eerste jaren na de brutering zijn de huurders behoorlijk op kosten gejaagd.’ Door de brutering werd het stilzwijgende ‘pact’ tussen huurders en corporaties verbroken. Vóór de brutering hadden corporaties weinig belang bij hoge huren. Tekorten werden aangezuiverd, dus was er voor corporaties geen reden voor forse huurstijgingen. Eenmaal verzelfstandigd hadden corporaties echter alle belang bij hoge huren, omdat ze daarmee hun eigen inkomsten kunnen verhogen. In de jaren negentig lagen de huurstijgingen gemiddeld twee procent boven inflatie. Huurverhoging en financiële stabiliteit waren de twee belangrijkste onderwerpen tijdens de Kamerdebatten over de brutering. De roep van Duivesteijn om prestatieafspraken met corporaties, ging in dat geweld verloren. Het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) uit 1992, waarin het brede kader voor het volkshuisvestingsbeleid was vastgelegd, zou voldoende moeten zijn. Toen de corporaties eenmaal verzelfstandigd waren, was prioriteit nummer één het verbeteren van de eigen organisatie en de financiële positie. Een ontwikkeling die werd versterkt doordat het toezicht van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting vooral financieel georiënteerd was. Solvabiliteit – de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen – werd het toverwoord. Om toekomstige investeringen veilig te stellen én om de verwachte hoge rente op de kapitaalmarkt te kunnen betalen. De solvabiliteit ligt inmiddels rond de dertig procent, ruim hoger dan noodzakelijk. Het bruteringsakkoord gold in 1992 als een fair deal. Maar rond de eeuwwisseling werd duidelijk dat de corporaties een fantastisch akkoord hadden gesloten. De angst voor financiële debacles bleek ongegrond. Slechts een handjevol corporaties moest uit geldgebrek fuseren of saneren. Het gros bleek na het bruteringsakkoord over forse vermogens te beschikken. Bijna alle corporaties (96%) vallen nu in de A-categorie, wat duidt op de hoogst mogelijke financiële gezondheid. De vermogensgroei had verschillende oorzaken. Rentestand en inflatie bleken zich veel gunstiger te ontwikkelen dan verwacht. Het bruteringsakkoord ging uit van een rente van zeven procent en een inflatie van drie procent. Die inschattingen waren veel te hoog. Corporaties konden goedkoper lenen en door de lage inflatie leverden de huurstijgingen netto meer op. Tegelijkertijd begonnen de huizenprijzen sterk te stijgen. Ineens bleek het bezit van de corporaties (2,4 miljoen woningen) vele miljarden waard. Het immense slapende vermogen – alle corporatiewoningen samen vertegenwoordigen volgens De Nederlandsche Bank een marktwaarde van bijna 300 miljard euro – was er al vóór de verzelfstandiging, maar toen deed de waarde van de corporatiewoningen er niet toe. Het enige dat telde waren de stichtingskosten en de jaarlijkse onderhoudskosten en huuropbrengsten. De woningen stonden in de boeken voor de historische kostprijs en werden in vijftig jaar afgeschreven naar 0. Zelfs op de kostbare grond werd afgeschreven. In het nieuwe stelsel is die manier van boekhouden achterhaald. Want hoewel de waarde van het corporatiebezit niet meetelde bij de berekeningen van het bruteringsakkoord, werd bij de verzelfstandiging wel afgesproken dat corporaties voortaan woningen mochten verkopen. Als er maar voldoende woningen overbleven voor de primaire doelgroep: de mensen met lage inkomens. Zelfs de spaarzame verkopen van de corporaties leverden enorme boekwinsten op. Een woning die voor 30.000 euro in de boeken stond, bleek bij verkoop soms een marktwaarde van twee ton te hebben. Dat de corporaties rijk werden, was natuurlijk een prettige constatering, met name voor de sector zelf. Maar ook voor de huurders, die na 2002 hun huren nog slechts met de inflatie zagen stijgen. Corporaties hadden geen hoge huurverhogingen meer nodig. Maar met de groeiende financiële onafhankelijkheid bleek tevens dat de corporaties zo op zichzelf en de eigen financiën waren gefixeerd, dat ze hun primaire taak verwaarloosden. Toen het naijleffect van de bouwsubsidies was uitgewerkt, stokte de bouw van sociale huurwoningen. In 1996 werden er 31.000 gebouwd; in 2002 nog maar 13.000. De laatste jaren is het gestegen naar 19.000 in 2006. ‘De belangrijkste reden dat corporaties zo rijk zijn geworden, is dat ze zo weinig hebben geïnvesteerd’, meent René van Genugten van de Woonbond. Marktdenken De verzelfstandigde corporaties leken meer geïnteresseerd in de bouw van koophuizen, winkels en kantoren dan in het bouwen voor de eigen doelgroep. Alles draaide om het marktdenken. Daarin pasten de fusies en schaalvergroting. Net als marktconforme salarissen. De corporatiedirecteuren zagen hun inkomen stijgen tot extremen van ruim boven de twee ton. ‘Een groot deel van die mensen zijn van mijn generatie, met ooit dezelfde volkshuisvestingsidealen’, zegt Adri Duivesteijn. ‘Ze hebben hun beginselen losgelaten en de overgang van idealisme naar markt aangegrepen om zichzelf te verrijken. Verbijsterend.’ Corporaties kregen weinig prikkels om te investeren. Er was geen leegstand, dus geen reden voor grootschalige renovatie. Het traditionele rekenen met historische boekwaarde, waardoor de stichtingskosten op nieuwbouwwoningen volgens corporaties niet worden terugverdiend, was geen stimulans om veel te bouwen (zie kader). De ‘onrendabele top’ werd een begrip in de sector. Terwijl in de grote steden wijken afgleden, bleven veel corporaties op hun handen zitten. ‘De sector raakte na de verzelfstandiging in een staat van lethargie’, stelt Frank Bijdendijk. ‘We hebben moeten wennen aan onze zelfstandigheid. Vergelijk het met Oost-Europa na de val van de muur. Het veranderende politieke beleid speelde ons ook parten. Na Tommel kwam Remkes, die vond corporaties eigenlijk maar overbodig. We moesten vooral zoveel mogelijk verkopen. Maar verkopen, dat dééd je niet als corporatie. Daarna kregen we Dekker met liberaliseringsplannen waar niets van terecht kwam. Ondertussen is het echte probleem in de woningmarkt, de strikte scheiding tussen koop- en huurmarkt, nog altijd niet aangepakt.’ ‘We zijn tien jaar bezig geweest met het professionaliseren van de eigen organisatie’, zegt Willem van Leeuwen. ‘Daarin zijn we heel succesvol geweest. Daar ben ik enorm trots op. Maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik niet had gedacht dat de omschakeling zo lang zou duren.’ Vrijblijvendheid Al bij de brutering was duidelijk dat er een scheiding zou ontstaan tussen rijke en arme corporaties. Het idee was dat de rijke de arme zouden helpen. Deze verevening, of matching, moest op vrijwillige basis gebeuren. Daar kwam niets van terecht. Het College Sluitend Stelsel, speciaal voor dit doel opgericht, heeft één project gedaan. Het akkoord van Vogelaar is wederom een poging om arme corporaties met een grote volkshuisvestingstaak te laten subsidiëren door rijke corporaties buiten de grote steden. Ditmaal gaat het wel lukken, volgens Aedes-voorzitter Van Leeuwen. ‘Er is geen ruimte voor vrijblijvendheid.’ Natuurlijk zijn er genoeg corporaties die, samen met gemeenten, voortvarend hun huisvestingstaak oppakken. Maar zij die dat niet doen, hebben niets te duchten. Niemand kan ze dwingen. In een rapport voor de Tweede Kamer constateerde Johan Conijn twee jaar geleden dat slechts éénderde van de gemeente een convenant heeft met woningcorporaties. Er zijn geen sancties als de afspraken niet worden nagekomen. Anno 2007 is de patstelling tussen overheid en corporaties nog altijd niet doorbroken. Wat Duivesteijn in 1995 vreesde, is gebeurd. Het gebrek aan een grand design voor de volkshuisvesting wreekt zich. Er blijken te weinig harde afspraken te zijn om corporaties tot prestaties te dwingen. Het BBSH biedt onvoldoende houvast. Het Centraal Fonds houdt wel toezicht, maar kan niet beoordelen of corporaties efficiënt of doelmatig werken. Gemeenten hebben evenmin machtsmiddelen. Ze zien hun onderhandelingspositie verzwakt ten opzichte van steeds grotere corporaties die ook in andere gemeenten actief zijn. ‘De volkshuisvestingswethouder is gemarginaliseerd’, aldus Duivesteijn. Corporaties zijn zelfstandige koninkrijkjes geworden. De overheid lonkt nu naar de miljarden van de corporaties; de corporaties vinden dat het geld van hen is. En daarin hebben ze gelijk. Corporaties zijn stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk. Ze beheren een maatschappelijk kapitaal dat in 1995 aan hen is overgedragen, maar ze hebben de vrijheid om dat naar eigen inzicht ‘aan volkshuisvesting’ te besteden. Nadat minister Bos dreigde eenzijdig miljarden af te romen van het corporatievermogen – en dat nog altijd wil via het opleggen van vennootschapsbelasting – is er een akkoord gekomen tussen Aedes en minister Vogelaar om de komende tien jaar 2,5 miljard te investeren in de ‘prachtwijken’. Het is een sigaar uit eigen doos: de investeringsopgave in die wijken wás altijd al een opgave voor de corporaties. Er leeft dan ook veel scepsis over de afspraak. Na twaalf jaar ontbreken nog altijd de instrumenten om individuele corporaties te dwingen tot investeringen in volkshuisvesting. ‘Er is nog steeds geen manier waarop een individuele corporatie kan worden beoordeeld op haar prestaties’, zegt Johan Conijn. Toezicht Een van de opvallende gevolgen van het ontbreken van sturing en sancties is de wijze waarop corporaties grote plannen aankondigen, die vervolgens ernstige vertraging oplopen of nooit worden uitgevoerd. ‘Dat is een probleem’, erkent Aedes-voorzitter Van Leeuwen. ‘De passie bij de meeste corporatiedirecteuren is zo groot dat de doelen soms niet realistisch zijn. Dat zou beter moeten.’ Van Leeuwen ziet echter geen noodzaak tot andere regelgeving. ‘Dat zou impliceren dat corporaties nu hun best niet doen en dat is gewoon niet waar. Aan dat soort opmerkingen kan ik me buitengewoon ergeren. Ons woningbezit ligt er uitstekend bij. De fysieke pijler van de volkshuisvesting is niet verwaarloosd. De corporaties begrepen al veel eerder dat het niet alleen om fysieke zaken gaat, maar we mochten ons met de andere zaken niet bemoeien. Nu hebben we een mooie afspraak met Vogelaar en daarmee maken we het traject dat we twaalf jaar geleden zijn ingezet af.’ Van Leeuwen vindt dat te veel tijd verloren gaat met discussiëren over wie de macht heeft. ‘Laten we ophouden met die stelseldiscussie. Het antwoord van wie de corporaties zijn en van wie het geld, is eenvoudig: van de corporaties. Maar overheid en corporaties zijn aan elkaar vastgeklonken via de volkshuisvestingstaak. Ik zie geen reden om dat anders vorm te geven. Als gemeenten niet tevreden zijn met prestaties van corporaties zijn er genoeg middelen om ze aan te pakken. Maar de meeste gemeenten hebben het lef niet.’ De corporaties vinden weinig steun voor hun standpunt. Ze zijn door de verzelfstandiging maatschappelijk geïsoleerd komen te staan. Behalve zijzelf is niemand echt tevreden met hun prestaties. Een vreemde paradox, vindt Frank Bijdendijk. ‘Vóór de bruteringsoperatie konden corporaties helemaal niets zelfstandig en werden we bewierookt. Nu we ons hebben ontwikkeld tot zelfstandige ondernemingen die in veel gevallen best goed presteren, krijgen we geen waardering, maar jaloezie.’ Bijdendijk is wel van mening dat het huidige stelsel op z’n kop moet. Hij vindt dat corporaties net zo zouden moeten opereren als pensioenfondsen. De corporaties worden beheerder van maatschappelijk vermogen en richten voor hun verschillende activiteiten bv’s op die concurreren met andere bedrijven. De winsten die corporaties maken, vallen ten goede aan het primaire doel: de volkshuisvesting in brede zin. ‘Niet alleen stenen, maar alles wat met het bouwen en beheren van goede wijken te maken heeft.’ In de corporatiebesturen komen, net als bij de pensioenfondsen, de belanghebbende partijen die er op toezien dat het geld dat in de markt wordt verdiend op verantwoorde wijze wordt besteed. René van Genugten van de Woonbond ziet niets in het verder naar de markt brengen van corporaties. ‘Met het marktdenken is de ellende begonnen. Als we corporaties nog verder loslaten, raken we de zeggenschap helemaal kwijt.’ Van Genugten vindt het vooral van belang dat de zwakke Raden van Toezicht worden versterkt met commissarissen die worden voorgedragen of benoemd door de belanghebbenden, zoals huurders en gemeenten. ‘Het coöptatiemodel heeft gezorgd voor Raden van Toezicht met commissarissen die elkaar benoemen en in de praktijk nauwelijks erop toezien dat de corporatie serieus met volkshuisvesting bezig is.’ Adri Duivesteijn vindt de verzelfstandiging van de corporaties zover uit de hand gelopen dat er een parlementaire enquête moet komen naar het functioneren van de corporaties. ‘De politiek heeft gefaald. De pogingen van Bos het corporatievermogen af te romen zijn begrijpelijk, maar een wanhoopsdaad. De corporaties zijn steenrijk, hoe je het vermogen ook berekent. Als ze echt zo integer waren, zouden ze zelf al lang een investeringspot hebben gemaakt van één miljard per jaar waar elke corporatie met goede ideeën uit kan putten. Het enige dat ze nu doen is op dood kapitaal zitten.’ Vermogen en onrendabele top In de corporatiewereld is vermogen een rekbaar begrip. Corporaties zelf hanteren de zuinigste definitie. Volgens branchevereniging Aedes bedraagt het eigen vermogen van de corporaties in 2005 16 miljard euro. Het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting komt uit op een ‘weerstandsvermogen’ van 45 miljard euro. Het Centraal Planbureau komt tot ruim 200 miljard euro, de Nederlandsche Bank zelfs tot 290 miljard. CPB en DNB gaan uit van de marktwaarde van de 2,4 miljoen woningen die corporaties bezitten. De meeste corporaties vinden dat niet terecht. Ze stellen dat ze hun woningbezit niet op de markt kunnen brengen en gaan daarom uit van de bedrijfswaarde of soms zelfs historische kostprijs. Bij de bedrijfswaarde wordt rekening met het saldo van toekomstige uitgaven (onderhoud) en inkomsten (huur) en wordt de verkoopprijs van huizen die binnen vijf jaar worden verkocht, ook meegerekend. De wijze waarop het vermogen wordt berekend heeft vergaande consequenties. Hoe zuiniger een corporatie haar eigen vermogen berekent, hoe geringer de investeringsbereidheid. Als een corporatie de, lage, historische boekwaarde of iets hogere bedrijfswaarde hanteert, kan het de stichtingskosten van een nieuwbouwwoning zelden terugverdienen. Die woning heeft dan een onrendabele top en levert dus (boekhoudkundig) verlies op. Wordt echter uitgegaan van een huurwoning die na een aantal jaren wordt verkocht, dan kan de meerwaarde bij verkoop worden verzilverd en is de onrendabele top verdwenen. Van de opbrengst van de verkochte woningen kunnen vervolgens nieuwe huurwoningen worden gebouwd. Dit model wordt bijvoorbeeld gehanteerd door Het Oosten. Toch nog subsidie Met de bruteringsoperatie werden de objectsubsidies aan corporaties voor nieuwbouwwoningen afgeschaft. Dat wil niet zeggen dat woningcorporaties sindsdien geen subsidie meer ontvangen. De huurstijgingen, die sinds het bruteringsakkoord op twee jaar na steeds boven het inflatieniveau hebben gelegen, worden deels gesubsidieerd met huursubsidie en – toeslag aan huurders. Dat is in feite indirecte subsidie aan de corporaties. Sinds het bruteringsakkoord is de huursubsidie sterk gestegen. In 1994- 95 werd een kleine 900 miljoen euro aan huursubsidie uitgekeerd. Tien jaar later was dat 1600 miljoen. Het aantal mensen dat een beroep doet op huursubsidie is gestegen met ruim 100.000. Dit is het eerste deel van een tweeluik over woningcorporaties. Volgende week: nut en noodzaak van fuseren. Nieuwbouwwoningen gebouwd door woningcorporaties

1995 28.143
1996 31.002
1997 25.160
1998 20.390
1999 17.660
2000 14.563
2001 13.725
2002 13.101
2003 13.365
2004 14.609
2005 16.993
2006 18.971

Bron: CBS Ontwikkeling huursubsidie

Periode Totale uitgaven huursubsidie (in miljoenen euro) Aantal toekenningen (x1000)
1994-95 893 909
1995-96 998 922
1996-97 1107 979
1997-98 1330 1031
1998-99 1405 1047
1999-00 1428 1031
2000-01 1446 992
2001-02 1467 963
2002-03 1507 1002
2003-04 1581 1015
2004-05 1603 1033

Bron: Vrom Vermogen corporaties gebaseerd op marktwaarde woningen

1995 126 miljard
1996 140
1997 152
1998 164
1999 194
2000 222
2001 240
2002 252
2003 256
2004 266
2005 277
2006 291

Bron: DNB, NVMVermogen corporaties gebaseerd op historische boekwaarde en bedrijfswaarde

1995 7,2 miljard (1 historische boekwaarde)
1996 7,5
1997 7,8
1998 7,2 (2 historische boekwaarde volgens BBSH)
1999 8,1
2000 8,7
2001 29,4 (3 weerstandsvermogen volgens bedrijfswaarde)
2002 32,6
2003 37
2004 40
2005 45

Bron: Vrom Huurverhogingen en inflatie

Periode Huurstijging Inflatie
1995 4,5 2,0
1996 4,1 2,1
1997 3,8 2,2
1998 3,4 2,0
1999 3,0 2,2
2000 2,6 2,6
2001 2,7 4,5
2002 2,9 3,4
2003 3,2 2,1
2004 3,1 1,2
2005 2,0 1,7
2006 2,7 1,1
2007 (verwacht) 1,4 1,3

Bron: CBS

Financiele debacles bij corporaties niet alleen van deze tijd.

Dankzij staatssecretaris E. Heerma”s bruteringsoperatie werd ik R.Donker 24 oktober 2000 onterecht mijn woning aan de Dokkumlaan 59 1324 AD Almere uitgezet na 20 jaar zelfstandig wonen zonder problemen door de ”christelijke woningbouwvereniging ” Goede Stede na een 3 jaar durend arbeidsconflict bij een bedrijf waar ik 28 jaar arbeid voor heb verricht en ben zo dakloos geworden tot nu toe.

Link:https://anaconda15.wordpress.com/2011/06/21/ruud-donker-zijn-arbeidsverleden-en-geschonden-arbeidsovereenkomst-en-ontbrekende-juridische-dienstverlening-van-de-vakcentrale-fnv-en-hulpverlening-opvang-voor-dak-en-thuislozen-dankzij-achterlijk-po/

http://youtu.be/MfYM1kJzXRg

 

 

 

 Dinsdag 27 maart 2012

dossier

Archief

VROM schoot verwijtbaar tekort, vindt WBL-commissie

19/06/96, 00:00

WBL is in 1992 ontstaan uit een fusie tussen de Limburgse woningstichtingen Het Zuiden, HBL en SBI. De bedoeling van de fusie was de redding van SBDI, dat in zware financiële problemen verkeerde. De fusie vloeide voort uit een overeenkomst die het ministerie van VROM in 1991 had gesloten met Het Zuiden en HBL. Zij zouden SBDI onder hun hoede nemen en saneren, VROM zou een financiële bijdrage geven.

De reddingsoperatie liep uit op een mislukking. Binnen een jaar na de fusie moest de WBL een beroep doen op het Centraal fonds voor de volkshuisvesting (de stroppenpot van de gezamenlijke woningbouwverenigingen) voor steun. Het duurde tot maart van dit jaar voordat er een deugdelijke steunaanvraag op tafel lag. In april besloot het CFV aan WBL 103 miljoen gulden steun toe te kennen, 83 miljoen gulden als schenking, de rest als lening.

In haar rapport stelt de parlementaire-onderzoekscommissie vooral in de eerste plaats het bestuur van Het Zuiden en HBL verantwoordelijk voor de mislukking. De bestuursleden schoten ernstig tekort, vertilden zich aan SBDI, namen te grote risico’s, lieten na de sanering van SBDI tijdig ter hand te nemen en namen verkeerde beslissingen, aldus enkele kwalificaties uit het rapport.

Maar de commissie maakt ook zware verwijten in de richting van het ministerie van VROM. Tot augustus 1994 was daar de huidige CDA-fractievoorzitter Heerma staatssecretaris. Hij werd opgevolgd door de D66’er Tommel. In haar rapport legt de commissie bij VROM een ‘zware verantwoordelijkheid’ voor de mislukte sanering van SBDI. Volgens de commissie ‘schoot VROM verwijtbaar tekort’ als het ging om het houden van toezicht op de gang van zaken, het uitoefenen van druk op WBL om de sanering van SBDI in gang te zetten en het toepassen van sancties toen het bestuur van WBL de sanering niet ter hand nam.

Volkskrant

dossier

Archief

Harde kritiek op staatssecretaris keert zich tegen Duivesteijn Tweede Kamer steunt Tommel

27/06/96, 00:00

Staatssecretaris Tommel van Volkshuisvesting werd woensdagdoor vrijwel alle fracties in de Tweede Kamer – ook door de oppositie – gecomplimenteerd met de manier waarop hij zijn handelen in de WBL-affaire verdedigde….

Van onze verslaggeefster

DEN HAAG

Tommels felste tegenstander, het PvdA-kamerlid Duivesteijn, kreeg daarentegen van zijn collega-kamerleden de wind van voren. De andere fracties verwijten hem dat hij Tommel nodeloos beschadigt door zijn beleid af te wijzen, maar tegelijkertijd ook het vertrouwen in de bewindsman uit te spreken.

Het kamerdebat over het parlementaire onderzoek naar de oorzaken van het financiële debâcle bij de Limburgse woningcorporatie WBL had een verwarrend verloop. Dat kwam doordat het VVD-kamerlid Van Rey en Duivesteijn elk een andere uitleg gaven aan een motie die zij samen hadden ondertekend, en waarin instemming werd uitgesproken met de kritische conclusies en aanbevelingen van de speciale WBL-commissie.

Die commissie is van oordeel dat staatssecretaris Tommel (D66) en zijn voorganger Heerma (CDA) verwijtbaar hebben gehandeld, omdat ze de financiële problemen bij WBL te lang op hun beloop hebben gelaten. Eerder deze week zei Duivesteijn dat dat oordeel als een politieke conclusie moet worden opgevat. Hij gaf daarmee de term ‘verwijtbaar’ een politieke lading, hoewel de WBL-commissie zelf heeft verklaard dat het slechts ‘een onderzoeksterm’ was. Van Rey zei gisteren dat zijn motie er een is ‘zonder lont’. ‘De politieke lading van verwijtbaar delen wij niet.’

Maar Duivesteijn ging een stap verder: ‘De motie kan niet worden uitgelegd als steun voor het beleid dat in het verleden ten opzichte van de WBL is gevoerd. Maar verwijtbaar betekent niet dat Tommel moet aftreden.’ Duivesteijn wil wel dat Tommel toegeeft dat hij anders had moeten handelen. Maar dat weigerde de staatssecretaris. ‘Het beleid inzake WBL was verdedigbaar, gezien de situatie van toen.’ Tommel gaf wel toe dat sneller handelen op sommige momenten mogelijk was geweest.

CDA-kamerlid Biesheuvel typeerde de situatie als ‘groezelig’. ‘Duivesteijn heeft niet het lef om een motie van wantrouwen in te dienen.’ Het kamerlid zei wel waardering te hebben voor het feit dat Tommel maatregelen aankondigde om financiële rampen als bij de WBL voortaan te voorkomen. GPV-kamerlid Schutte reageerde daar fel op. ‘Als u dat allemaal vindt, waarom doet u dit dan de staatssecretaris aan? Waardeer het dan’

Schutte vindt dat Duivesteijn, die zich de laatste dagen buiten de Kamer kritisch over Tommel uitliet, moet kiezen. ‘Het is van tweeën één. Of u komt met een motie die elementen van afkeuring in zich heeft, òf u pakt uw biezen en erkent: ik heb te hoog ingezet. Het gebruik van de term verwijtbaar is een politieke daad. Ik kan me niet voorstellen dat Tommel dit accepteert.’

Duivesteijn: ‘De staatssecretaris geeft via een omweg wel toe dat niet alles in de WBL-kwestie succesvol is gegaan. Maar hij doet dat niet rechtstreeks. Ik ben voor een nieuwe politieke cultuur, waarin fouten ruimhartig worden erkend, zonder dat dat politieke gevolgen heeft.’ Schutte: ‘Uw motie is niet nodig voor de toekomst, want de staatssecretaris kondigt maatregelen aan. De motie is alleen bedoeld om zout in de wonden te wrijven. U wilt het onderste uit de kan.’

Het CDA-kamerlid Biesheuvel riep Tommel op ‘een streep te trekken’. ‘Duivesteijn maakt u het leven behoorlijk zuur. Als u nu de kans niet grijpt, voorspel ik dat u de rest van uw politieke leven een marionet van Duivesteijn zult zijn.’

Tommel bleef laconiek: ‘Ik accepteer de uitleg van de eerste ondertekenaar van de motie, Van Rey. Dat is de enige uitleg die telt. Hij heeft me de helderheid gegeven dat de vertrouwenskwestie niet aan de orde is. Als de motie door verschillende kamerfracties anders wordt uitgelegd, is dat het probleem van de Kamer.’

Tommel zei dat hij wel degelijk heeft gedaan wat hij kon om WBL zo snel mogelijk te saneren. Maar de juridische instrumenten ontbraken. Hij is al bezig om de verhouding tussen overheid en woningcorporaties,die door het vorige kabinet met CDA en PvdA werd geregeld, te verbeteren.

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s