De Opvang naar Waarde geschat onderzoek CDA Aart Mosterd

Twijfels over onderzoek Leger des Heils

Geplaatst op juli 16, 2011 door anaconda15
 
maandag 29 januari 2007
Met veel ophef , heeft het Leger des Heils in Zwolle kenbaar gemaakt, middels Aart Mosterd, oud Tweede Kamerlid voor het CDA, een onafhankelijk onderzoek te laten verrichten naar aanleiding van de beschuldigingen naar mogelijke onrechtmatigheden, die gedaan zijn door een aantal (oud) clienten, die verenigd zijn in de stichting “De Onderste Steen Boven”.
 
“Dit is momenteel in Nederland de omgekeerde wereld, waarin een beschuldigde , zijn / haar onderzoek kan / mag leiden, en dus zal over een aantal maanden ongetwijfeld ” er zijn geen onrechtmatigheden geconstateerd” , de uitslag zijn”, zegt voorzitter van de stichting Goossensen. Met verbazing heeft de stichting geconstateerd dat het gemeentebestuur van Zwolle zich achter dit onderzoek geschaard heeft, waarbij de gemeenteraad vrij recent een verzoek van de SP, om een onafhankelijk onderzoek, van tafel heeft geveegd. De stichting “De Onderste Steen Boven”, kan zich voorstellen dat het Leger des Heils, gesteund door o.a. het gemeentebestuur van de gemeente Zwolle een snelle uitkomst wil forceren, maar men realiseert zich blijkbaar niet, dat dit wel een heel eenzijdig onderzoek is. 

Vervolg ingezonden brief:

Een onderzoek door de heer Mosterd , bij de gemeente Zwolle, zal op basis van de gronden waarop het voorstel van de SP is afgewezen, wel heel snel een voor het Leger des Heils positief resultaat opleveren.
 
Daarnaast heeft het gemeentebestuur / de gemeenreraad een behoorlijk Leger des Heils-gehalte.

Wethouder Dannenberg (CDA) is oud-directeur van het CWZW / Leger des Heils en heeft zelfs in een persoonlijk antwoord aan de voorzitter van de stichting , afwijkende antwoorden gegeven over de onrechtmatige inhoudingen op de inkomens van (oud)clienten , mevrouw van Gijssel (ChristenUnie) is coordinator binnen het CWZW / Leger des Heils en heeft de bevoegdheid mee te beslissen over de subsidie voor haar eigen baan. Tevens kan wethouder Knol (PvdA) niet het respect en fatsoen opbrengen om te reageren op de feiten , die bij hem zijn aangebracht in december 2005.
 
Een onafhankelijk onderzoek is in onze ogen een onderzoek , waar beide partijen in gekend zijn en zich zouden kunnen scharen achter een voorzitter die voor alle partijen geaccepteerd wordt.
 
De stichting ”De Onderste Steen Boven”, zet bij voorbaat grote vraagtekens bij de uitkomst , die te zijner tijd zal worden weergegeven door oud Tweede Kamerlid Mosterd (CDA) , want hij zal nooit kunnen beschikken over alle gegevens of inzage hebben in het bewijsmateriaal.
 
Het gemeentebestuur van Zwolle heeft baat bij een snelle uitkomst van dat onderzoek , aangezien het feit dat de vier falende bestuurspartners ( PvdA , CDA , GroenLinks / De Groenen en de ChristenUnie ) belang hebben bij een snel positief resultaat van dat onderzoek , om het falende beleid voor de toekenning van Bijzondere Bijstand onder het vloerkleed te vegen en geen verantwoording behoeven te geven over de wijze van het verhogen van de gemeentelijke belastingen met 100-150 % , door het Leger des Heils.
 
Ook de gemeente Zwolle kan zich hierin niet aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken , want zonder toestemming van de in de afdeling bevolking ingeschreven inwoners , heeft de gemeente Zwolle aanslagen voor gemeentelijke belastingen verzonden naar het CWZW / Leger des Heils en heeft daarmee voor die burgers de kans weggenomen kwijtschelding aan te vragen en het Leger des Heils in de gelegenheid gesteld e.e.a. met maar liefst 150 % te verhogen.
 
De stichting “De Onderste Steen Boven” , geeft de heer Mosterd het advies , zich niet voor de vierspan van het Leger des Heils te laten spannen , want via de gerechtelijke procedure zou de uitkomst straks wel eens van een koude kermis kunnen thuiskomen.
 
Namens de Stichting “De Onderste Steen Boven”
 
S. Goossensen , voorzitter.  

Opvang naar waarde

geschat

Putten, 10 april 2007
Commissie onderzoek zorgverlening en

zorgdeclaratie aan dak- en thuislozen

door het Leger des Heils in Zwolle

2

Samenvatting

Na klachten van (voormalig) dak- en thuislozen heeft de commissie onderzoek

zorgverlening en zorgdeclaratie aan dak- en thuislozen door het Leger des Heils in Zwolle

van de directeur Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg opdracht

gekregen een onafhankelijk onderzoek te verrichten. Dit onderzoek moet antwoord

geven op de volgende vragen:

· Heeft het Leger des Heils in Zwolle bedragen gedeclareerd bij het Zorgkantoor

zonder dat daar zorg voor is verleend?

· Heeft het Leger des Heils in Zwolle ten onrechte woonlasten in rekening gebracht

bij bewoners van woonvoorzieningen begeleid wonen?

De commissie heeft bij de uitvoering van de opdracht langs drie sporen gewerkt:

· PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (PwC) heeft ondersteunende en

aanvullende werkzaamheden verricht naar het realiteitsgehalte van de geuite

beschuldigingen.

· Aan een aantal relevante instanties voor de maatschappelijke opvang in en rond

Zwolle zijn schriftelijk vragen voorgelegd.

· Daarnaast zijn (oud)cliënten van het Leger des Heils in Zwolle en volgens de

commissie relevante instanties in de maatschappelijke opvang mondeling

gehoord.

De commissie komt alles overziende en afwegende tot de conclusie dat er geen

enkele aanwijzing is voor het met opzet benadelen van cliënten of misbruik van

collectieve voorzieningen door het Leger des Heils in Zwolle. De commissie

vindt om die reden de ingediende klachten ongegrond.

De klacht over de woonlasten, vaak de eigen bijdrage genoemd, wordt veroorzaakt

doordat de eigen bijdrage voor het verblijf in de opvangvoorziening weinig transparant is.

Het is een bijdrage van de cliënt in de kosten van ‘bed, bad, brood en begeleiding’, elke

cliënt betaalt hiervoor hetzelfde bedrag. Maatschappelijke opvang is een collectieve

voorziening. Hiervoor moet het totaal van de kosten gedragen worden door het totaal

van de opbrengsten, waaronder de eigen bijdragen van cliënten. De klagers hebben hun

bijdrage willen toerekenen aan hun individuele situatie. De poging van het Leger des

Heils om de hoogte van de eigen bijdrage te onderbouwen met kostenposten was

gedoemd te mislukken en heeft de verwarring helaas alleen maar groter gemaakt.

De klacht over de niet-verleende zorg ontstaat door het verschil tussen de geïndiceerde

zorg en de daadwerkelijk verkregen zorg. Dat verschil is, zo is de commissie gebleken,

terug te voeren op schaarste in middelen (het zorgkantoor wijst minder zorg toe dan is

geïndiceerd). Daarnaast willen cliënten in de opvang in de praktijk vaak minder zorg dan

is geïndiceerd. Er is nergens uit gebleken dat het Leger des Heils geïndiceerde zorg die

niet is geleverd, heeft gedeclareerd via de AWBZ.

De commissie heeft gemerkt dat het Leger des Heils serieus werkt aan verbetering van

de transparantie en de communicatie. Door meer inhoud te geven aan de cliëntenraad

probeert het Leger des Heils in Zwolle de communicatie te verbeteren.

3

Inhoudsopgave

Samenvatting …………………………………………………………………………………………………………. 2

1 Procedure en werkwijze …………………………………………………………………………………………. 4

1.1 Aanleiding …………………………………………………………………………………………………… 4

1.2 Totstandkoming en informatieverkrijging ……………………………………………… 5

1.3 Onderzoeksvragen ……………………………………………………………………………………… 5

1.4 Werkwijze ……………………………………………………………………………………………………. 5

1.5 Opbouw rapport ………………………………………………………………………………………….. 6

1.6 Onderzoeksmateriaal ………………………………………………………………………………….. 7

2 Bevindingen onderzoek ………………………………………………………………………………………….. 8

2.1 De maatschappelijke opvang in Nederland ……………………………………………….. 8

2.2 Beantwoording onderzoeksvragen …………………………………………………………….. 9

2.2.1 Eigen bijdragen ……………………………………………………………………………….. 9

2.2.2 Bijzondere bijstand ……………………………………………………………………….. 13

2.2.3 Zienswijze actoren ………………………………………………………………………… 13

2.2.4 Bevindingen eigen bijdrage n.a.v. onderzoek PwC ……………………… 19

2.2.5 Indicatiestelling ……………………………………………………………………………… 21

2.2.6 Rol zorgkantoor …………………………………………………………………………….. 26

2.2.7 Bevindingen indicatiestelling n.a.v. onderzoek PwC ……………………. 30

2.3 Klachtrecht en cliëntenraden …………………………………………………………………… 31

3 Toetsing bevindingen …………………………………………………………………………………………… 35

3.1 Eigen bijdrage …………………………………………………………………………………………… 35

3.2 Indicatiestelling ……………………………………………………………………………………….. 35

3.3 Toezicht en verantwoording ……………………………………………………………………. 36

3.4 Klachtrecht en cliëntenraad ……………………………………………………………………. 37

4 Conclusies en aanbevelingen …………………………………………………………………………..…..38

4.1 Conclusies ………………………………………………………………………………………………… 38

4.2 Aanbevelingen …………………………………………………………………………………………. 39

Bijlagen:

1 Opdrachtbrief van het Leger des Heils

2 Samenvatting en conclusie van het onderzoeksrapport van

PricewaterhouseCoopers Advisory N.V.

3 Lijst van instanties die schriftelijk zijn geraadpleegd

4 Lijst van personen en instanties met wie op een hoorzitting is gesproken

4

Onderzoek naar de besteding van middelen door het Leger des

Heils naar aanleiding van berichten in “De Pers” van

23 januari 2007

Hoofdstuk 1

1. Procedure en werkwijze

1.1 Aanleiding

Op 23 januari 2007 verscheen in het blad “De Pers” een artikel waarin werd

gesuggereerd dat het Leger des Heils toegekende middelen niet juist zou gebruiken.

Daarnaast werden deze suggesties geuit in landelijke en regionale televisie uitzendingen.

Het Leger des Heils wenst een grondig onderzoek naar het waarheidsgehalte van deze

berichten in het belang van de cliënten, het werk van het Leger des Heils en in het

belang van de gehele hulporganisatie en de medewerkers. Om die reden heeft het Leger

des Heils het ministerie van VWS benaderd en een onafhankelijk onderzoek voorgesteld.

Het ministerie van VWS heeft dit voorstel ondersteund en voorgesteld hiervoor Dr. A.

Mosterd te vragen. Het Leger des Heils heeft vooraf overlegd met de gemeente Zwolle

(financier van de maatschappelijke opvang activiteiten van het Leger des Heils in Zwolle)

en met het zorgkantoor ’t Gooi dat landelijk de budgetafspraken voor AWBZ-zorg zonder

verblijf maakt met het Leger des Heils als landelijk opererende zorgaanbieder. Deze

instanties ondersteunen het voorgenomen onderzoek en hebben daaraan hun

medewerking verleend.

Het Leger des Heils in Nederland bestaat uit verschillende entiteiten. Bij dit onderzoek

gaat het om de entiteit Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg (hierna

Stichting W&G) verantwoordelijk voor de professionele gezondheidszorg en het

welzijnswerk van het Leger des Heils in Nederland. De Stichting W&G is een landelijk

werkende christelijke organisatie die coördineert, begeleidt en leiding geeft aan de

werkeenheden die zich bezighouden met welzijnswerk en gezondheidszorg. Hiertoe is de

Stichting W&G gestructureerd in 15 werkeenheden met circa 220 vestigingen en een

Stichtingsbureau ter ondersteuning van het bestuur en de directie. Bij de Stichting W&G

werken ruim 4.000 medewerkers en 700 vrijwilligers. De totale exploitatieomvang is voor

2006 begroot op € 194 miljoen.

De Stichting W&G werkt volgens het ‘Raad van Beheer’-model, waarbij de leden van het

statutaire bestuur als toezichthouders (Raad van Toezicht) worden beschouwd en de

leden van directie van de Stichting W&G als bestuurders gelden.

Het Leger des Heils heeft Dr. A. Mosterd te Putten, van 1998 tot en met 2006 lid van de

Tweede Kamer en vanuit die functie voorzitter van de Tijdelijke Commissie Onderzoek

Zorguitgaven gevraagd dit onafhankelijke onderzoek te leiden. Om dit onderzoek uit te

voeren is “De commissie onderzoek zorgverlening en zorgdeclaratie aan dak- en

thuislozen door het Leger des Heils in Zwolle” ingesteld met de heer Mosterd als

voorzitter. De heer Mosterd heeft om reden van verbreding en draagvlak mevrouw Mr.

Th.O.J. Lucardie, bestuurslid van de Rekenkamer Oost Nederland, gevraagd hem als

medecommissielid te ondersteunen. De heer Drs. J.B. van den Berg, senior

beleidsmedewerker op het terrein opvang dak- en thuislozen van het ministerie van

VWS, heeft de commissie geadviseerd en ondersteund. De commissie werd technisch

ondersteund door mevrouw M.P. de Jong van het bureau De Laborije,

secretariaatsservice en projectondersteuning te Wageningen en door

PricewaterhouseCoopers Advisory N.V. (PwC) te Amsterdam.

5

1.2 Totstandkoming en informatieverkrijging

Bij de totstandkoming van de rapportage is gebruik gemaakt van alle op dit punt

betrekking hebbende gegevens die bij het Leger des Heils aanwezig waren en voor zover

die gegevens gelet op de bescherming van de privacy van cliënten door het Leger des

Heils konden worden gegeven. Het Leger des Heils heeft hiertoe volledige medewerking

verleend. In overleg met het ministerie van VWS is informatie ingewonnen bij het

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), het betrokken zorgkantoor, de Inspectie

Gezondheidszorg (IGZ), de betrokken huisartsen, de Vereniging Nederlandse

Gemeenten, de gemeente Zwolle, de Federatie Opvang, de Landelijke Vereniging voor

Thuislozen en bij HHM organisatieadviseurs te Enschede. HHM is gehoord in verband met

hun rol bij de indicatiestelling in 2005. Daarnaast is via hoorzittingen informatie

verkregen van cliënten en van relevante instanties. PricewaterhouseCoopers Advisory

N.V. heeft ondersteunende en aanvullende werkzaamheden verricht naar het

realiteitsgehalte van de geuite beschuldigingen.

1.3 Onderzoeksvragen

Bij het onderzoek van de commissie staat de volgende onderzoeksvraag centraal:

“Heeft het Leger des Heils te Zwolle de zorg geleverd waarvoor men de AWBZvergoeding

kreeg, zijn de cliënten op de juiste wijze voor deze AWBZ-zorg geïndiceerd en

is de eigen bijdrage voor het verblijf op een verantwoorde wijze opgelegd?”

Om deze centrale vraag te kunnen beantwoorden heeft de commissie eerst onderzocht

hoe de keten in de maatschappelijke opvang is georganiseerd, en in het bijzonder bij het

Leger des Heils. Daarbij komen de volgende zaken aan de orde.

1. Op welke wijze krijgen personen toegang tot de maatschappelijke opvang?

2. Hoe vindt de indicatiestelling plaats en wie is daarvoor verantwoordelijk?

3. Hoe is de financiering van de maatschappelijke opvang geregeld? Welke

financieringsstromen spelen hierbij een rol en welke verschillen bestaan er tussen

regio’s? Spelen eigen bijdragen een rol in de exploitatie van de maatschappelijke

opvang? Zo ja, hoe? Op welke wijze worden de eigen bijdragen bepaald en

vastgesteld?

4. Is het voor een cliënt duidelijk wat hij of zij kan verwachten in de

maatschappelijke opvang van ondersteuning, begeleiding, de hoogte van de eigen

bijdrage ,hoe die tot stand komt en waar die op is gebaseerd? Waar kan een cliënt

terecht met klachten en welke procedures gelden daarvoor?

5. Hoe en aan wie wordt door de aanbieder verantwoording afgelegd over de

uitvoering van de maatschappelijke opvang?

Hierna zal de commissie de centrale onderzoeksvraag beantwoorden.

1.4 Werkwijze

De commissie heeft de volgende werkwijze aangehouden:

Voordat de exacte onderzoeksopdracht was geformuleerd, heeft er overleg

plaatsgevonden tussen het Leger des Heils, vertegenwoordigd door mevrouw Lt. Kolonel

Dr. C.A. V. en de heer H.M. van T., het ministerie van VWS, vertegenwoordigd door de

heren Drs M.P. van Gastel en Drs J.B. van den Berg en de heer Dr. A. Mosterd. Daar is

afgesproken dat de onderzoeksopdracht door het Leger des Heils aan de commissie zou

worden gegeven. Daarnaast werd tevens vastgesteld dat het onderzoek ook voor het

ministerie van VWS van belang is omdat het niet onaannemelijk is dat wat voor het Leger

des Heils zou kunnen worden geconstateerd ook van toepassing is op de rest van de

sector maatschappelijke opvang. Om die reden werd afgesproken dat het ministerie van

VWS en het Leger des Heils gezamenlijk de kosten voor het onderzoek zullen dragen

6

volgens een nadere afspraak. Nadat de onderzoeksopdracht door het Leger des Heils was

verleend (bijlage 1) heeft de commissie het bureau De Laborije, secretariaatsservice en

projectondersteuning te Wageningen, verzocht de commissie bij de werkzaamheden te

ondersteunen. Om een volledig inzicht te krijgen in de administratieve en financiële

processen en deze te toetsen aan de geldende regelgeving heeft de commissie

PricewaterhousCoopers Advisory N.V. te Amsterdam verzocht het daarvoor noodzakelijke

onderzoek te verrichten (bijlage 2).

De commissie heeft vervolgens langs drie sporen gewerkt:

1. PricewaterhousCoopers Advisory N.V. is gestart met onderzoek en heeft daarbij Pricewaterhousecoopers kreeg geen toegang tot de financiele administratie

datgene gedaan wat zij noodzakelijk achtten om tot beantwoording van de van het leger des heils en kon daarom dit onderzoek niet onderbouwen

onderzoeksvragen te komen.

2. Aan een aantal relevante instanties voor de maatschappelijke opvang rond Zwolle

(zie bijlage 3) is schriftelijk vragen voorgelegd met het verzoek om binnen twee

weken te antwoorden.

3. Op 26 en 27 februari en op 7 maart 2007 zijn cliënten en volgens de commissie

relevante instanties mondeling gehoord (zie bijlage 4).

Nadat via deze drie wegen de benodigde informatie voor het beantwoorden van de

onderzoeksvragen was verkregen, is de commissie overgegaan tot het schrijven van dit

rapport.

1.5 Opbouw van het rapport:

Het rapport omvat vier hoofdstukken en een aantal bijlagen. De commissie heeft

doublures proberen te voorkomen. Gelet op de samenhang tussen de hoofdstukken is

enige overlap onvermijdelijk gebleken.

Hoofdstuk 1, het onderhavige hoofdstuk, vormt de inleiding van dit rapport. Daarin wordt

ingegaan op de voorgeschiedenis van het onderzoek, de onderzoeksopzet alsmede de

opbouw van het rapport.

In Hoofdstuk 2 wordt verslag gedaan van de bevindingen van het onderzoek. In de

eerste plaats is gekeken naar hoe de maatschappelijke opvang in Nederland in het

algemeen functioneert en vervolgens hoe deze bij het Leger des Heils in Zwolle

functioneert aan de hand van de volgende onderzoeksvragen:

· Hoe worden de eigen bijdragen van cliënten voor de woonvoorzieningen van het

Leger des Heils in de regio Zwolle bepaald?

· Hoe verlopen de contacten tussen het Leger des Heils en de gemeente Zwolle

voor de maatschappelijke opvang?

· Hoe vindt de indicatie voor de AWBZ-zorg plaats in Zwolle?

· Hoe worden de indicatiestellingen bij het Leger des Heils in de regio Zwolle

uitgevoerd?

· Hoe vindt het toezicht op de maatschappelijke opvang plaats?

· Is de administratie van het Leger des Heils voor de maatschappelijke opvang

zodanig ingericht dat gesproken kan worden van een goede en transparante

administratie op basis waarvan terecht goedkeurende verklaringen zijn verleend?

· Hoe is het klachtrecht voor cliënten in de maatschappelijke opvang bij het Leger

des Heils geregeld?

In Hoofdstuk 3 worden de bevindingen uit hoofdstuk 2 getoetst aan de geldende

regelgeving, aan wat gebruikelijk is binnen de sector dak- en thuislozen en aan wat in

het algemeen als maatschappelijk aanvaardbaar en praktisch uitvoerbaar wordt gezien

en ervaren.

In hoofdstuk 4 zijn conclusies en aanbevelingen geformuleerd.

7

Tot slot bevat de rapportage diverse bijlagen:

· Bijlage 1 is de door het Leger des Heils aan de commissie verleende opdracht

waarmee het ministerie van VWS, de gemeente Zwolle en het zorgkantoor ’t Gooi

konden instemmen.

· Bijlage 2 is het rapport van PricewaterhousCoopers Advisory N.V. naar aanleiding

van door hen in opdracht van de commissie uitgevoerd onderzoek.

· Bijlage 3 bevat de lijst met instanties die zijn gevraagd een schriftelijke reactie te

geven.

· Bijlage 4 bevat een lijst met personen en instanties de zijn uitgenodigd voor een

hoorzitting.

1.6 Onderzoeksmateriaal

Het onderzoeksmateriaal is op verzoek in te zien bij het Leger des Heils in Almere.

8

Hoofdstuk 2

2. Bevindingen onderzoek

2.1 De maatschappelijke opvang in Nederland

De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is sinds 2007 het wettelijk kader van de

maatschappelijke opvang. Het is één van de negen prestatievelden waarop een

gemeente beleid moet voeren. In de periode waarop het onderzoek vooral betrekking

heeft, gold nog de Welzijnswet 1994. Die wet regelde de taakverdeling tussen Rijk en

gemeenten op het terrein van de maatschappelijke opvang. De Welzijnswet bepaalde dat

alle gemeenten verantwoordelijk zijn voor het beleid inzake het uitvoerende werk op het

terrein van de maatschappelijke opvang. Maar alleen door de minister aangewezen

gemeenten kunnen een specifieke uitkering ontvangen. Dit zijn de centrumgemeenten.

Zij zijn binnen het doel van de uitkering vrij in de besteding van deze uitkering, maar

dienen over de besteding wel te overleggen met de regiogemeenten. De regiogemeenten

zijn de andere gemeenten in de regio waarvoor de specifieke uitkering bestemd is. Het

Rijk heeft aan de centrumgemeenten de volgende taken toebedeeld:

· Het formuleren van een (regionale) beleidsvisie over de omvang en het karakter van

de inspanningen van de verschillende participanten ten aanzien van de vier functies

(preventie, asiel, handhaving en herstel), afgezet tegen de regionale problematiek

van de gehele kwetsbare groep waar de opvang zich op richt.

· Zorgdragen voor een adequaat, gedifferentieerd voorzieningenniveau en zorgdragen

dat de aanpalende sectoren worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid al

dan niet door middel van vastgelegde inspanningsverplichtingen.

Dit bestuurlijk stelsel van een specifieke uitkering aan 43 centrumgemeenten is met de

invoering van de Wmo ongewijzigd gebleven.

De maatschappelijke opvang kent verschillende financieringsstromen. De belangrijkste

staan in de onderstaande tabel.

Tabel 1. Financiering van de maatschappelijke opvang in 2006 in € mln.

1. Specifieke uitkering maatschappelijke opvang/verslavingsbeleid 182

2. AWBZ-financiering maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en zwerfjongeren 109

3. Gemeentelijke bijdragen 127

4. Eigen betalingen cliënten 30

Ad. 1 Jaarlijks ontvangen de 43 centrumgemeenten van VWS de specifieke uitkering

maatschappelijke opvang/verslavingsbeleid. De 27 centrumgemeenten die vallen

onder het GSB-beleid – waaronder Zwolle – ontvangen deze middelen via de

Brede Doeluitkering Sociaal, Integratie en Veilig (BDU SIV).

Ad. 2 De afgelopen jaren is dankzij de modernisering van de AWBZ de AWBZfinanciering

in de maatschappelijke opvang sterk toegenomen en hebben

instellingen voor maatschappelijke opvang te maken met de “spelregels” van de

AWBZ.

Ad. 3 De meeste centrumgemeenten zetten naast de specifieke uitkering ook eigen

middelen in. Dat loopt overigens zeer uiteen. Volgens een nog niet gepubliceerd

onderzoek van het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven bedraagt dat

circa 127 mln.

Ad 4 Instellingen voor maatschappelijke opvang ontvangen jaarlijks circa € 30 mln. aan

inkomsten van cliënten. Van hen wordt een bijdrage gevraagd in de kosten van

onderdak, slaapgelegenheid, voeding en begeleiding. Instellingen gebruiken

hiervoor de term “eigen bijdrage”. Die bijdrage kan in een 24-uurs-voorziening

9

fors oplopen. Er is geen “verplichte” landelijke norm. Instellingen bepalen de

hoogte van de bijdrage en innen die zelf.

Maatschappelijke opvanginstellingen zijn toegankelijk voor iedereen die tijdelijk

onderdak, begeleiding, informatie en advies behoeft omdat zij, door een of meer

problemen, al dan niet gedwongen de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn

zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De toegang is laagdrempelig.

Instellingen bepalen meestal wie opgenomen wordt. In de G4 (Amsterdam, Rotterdam,

Den Haag en Utrecht) is dat veranderd. Deze gemeenten werken met een centrale

toegang om een eind te maken aan de versnipperde instroom in de maatschappelijke

opvang.

Zoals hierboven gesignaleerd ontvangen cliënten uit opvanginstellingen in toenemende

mate zorg gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Via deze

wet is iedere Nederlander verzekerd voor zorg en ondersteuning bij langdurige ziekte,

handicap of ouderdom. Om aanspraak te kunnen maken op deze wet is een

indicatiebesluit nodig van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het CIZ voert de

indicatiestelling uit en zorgt daarbij dat de indicatiestellers allemaal dezelfde methode

gebruiken. De beoordeling in hoeverre iemand recht heeft op AWBZ-zorg moet uniform

en objectief gebeuren. Het CIZ heeft hiervoor criteria ontwikkeld en deze vastgelegd in

protocollen. Op die manier maken indicatiestellers zoveel mogelijk dezelfde afweging bij

het bepalen van de zorgbehoefte van de cliënt ten laste van de AWBZ.

In de praktijk van de maatschappelijke opvang krijgen cliënten in de opvang vooral op

basis van de grondslagen psychosociale problematiek en psychiatrische stoornis

ondersteunende en activerende begeleiding toegewezen. Samen met de sector werkt het

CIZ aan een werkinstructie zodat er, meer dan nu het geval is, eenduidigheid in de

beoordeling van zorgvragen plaatsvindt.

De instellingen voor maatschappelijke opvang beschikken in de regel over een

cliëntenraad en een klachtencommissie.

Instellingen voor maatschappelijke opvang leggen verantwoording af aan hun financiers:

de centrumgemeente en het zorgkantoor. Waar centrumgemeenten in het verleden

(zeker in de eerste jaren na de decentralisatie in 1994) overwegend als doorgeefluik (van

de Rijksuitkering) optraden, ontwikkelen zij in toenemende mate beleid waarover zij met

de instellingen (prestatie)afspraken maken.

2.2 Beantwoording onderzoeksvragen

2.2.1 Eigen bijdragen

Een cliënt in de maatschappelijke opvang moet een eigen bijdrage betalen voor de

kosten die voor hem, of haar worden gemaakt. De hoogte van de eigen bijdrage wordt

door het Leger des Heils jaarlijks per locatie vastgesteld. In Zwolle vindt aanpassing van

de eigen bijdrage plaats na overleg met de cliëntenraad.

Over het financieel beheer van de gelden van cliënten merkt PwC het volgende op:

Veel cliënten die zich aanmelden voor opvang bij het Leger des Heils beschikken niet

over een vorm van inkomen en/of kampen met schuldenproblematiek. Deze cliënten

willen echter wel gebruik van de opvang waarvoor de regeling geldt dat zij een eigen

bijdrage verschuldigd zijn. Voorts zijn er cliënten die niet beschikken over een eigen

bankrekening. Als gevolg hiervan is het Leger des Heils zich gaan bezig houden met Onwettelijke taken die door gemeentes weren toegestaan en nog steeds

bancaire activiteiten en inmiddels is het aanbieden van inkomensbeheer een integraal

onderdeel geworden van de hulpverlening. Het Leger des Heils heeft hiertoe een

vergunning tot ontheffing in het kader van artikel 82 van de Wet Toezicht Kredietwezen

10

(hierna: ‘WTK’) van De Nederlandsche Bank (hierna: ‘DNB’) verkregen. Per 31 december

2005 bedroeg het aantal rekeningen inkomensbeheer bij het Leger des Heils circa

14.739, waarvan 6.735 rekeningen actieve rekeningen en 8.004 ‘slapend’.

Het streven van het Leger des Heils is het budgetbeheer in de toekomst zoveel mogelijk

onder te brengen bij de daartoe geëigende instanties zoals gemeentelijke kredietbanken.Die in de meeste gemeentes niet aanwezig zijn

Om dit te kunnen realiseren is het Leger des Heils in gesprek met de Nederlandse

Vereniging voor Volkskrediet en met de Organisatie voor Bewindvoering en Insolventie

Nederland met als doel het opzetten van een samenwerking inzake schulphulpverlening.

Met betrekking tot het financieel beheer sluit het Leger des Heils met de cliënt een

overeenkomst inkomensbeheer af en per cliënt wordt een budgetplan opgesteld. Beide

documenten worden door de cliënt ondertekend. Indien de cliënt niet over een vorm van

inkomen beschikt, wordt een bijstandsuitkering aangevraagd bij de gemeente.

Als een bijstandsuitkering wordt toegekend, soms aangevuld met een uitkering voor

bijzondere bijstand, machtigt de cliënt de gemeente om de uitkering naar het Leger des

Heils over te maken. Op basis van de (verplichte) overeenkomst inkomensbeheer wordt

de uitkering van de cliënt beheerd door het Leger des Heils.

Opgenomen in het kwaliteitshandboek van de Stichting W&G (definitieve versie januari

2006) bij het onderdeel Regeling inkomensbeheer zijn onder andere de volgende

(administratieve) procedures omtrent inkomensbeheer van cliënten:

 Iedere cliënt tekent de standaard overeenkomst inkomensbeheer, waarmee de cliënt

de Stichting W&G machtigt om zijn/haar inkomen te beheren via de

kwaliteitsrekening inzake cliëntengelden;

 Na ondertekening van de overeenkomst inkomensbeheer maakt de afdeling

administratie van de werkeenheid in de cliëntenadministratie een rekening voor de

cliënt aan; en

 Iedere cliënt tekent een machtiging om te zorgen dat het inkomen van de cliënt op de

kwaliteitsrekening wordt gestort.

In het budgetplan, mede ondertekend door de hulpvrager, is een nadere specificatie

opgenomen van de maandelijkse inkomsten en uitgaven van de cliënt.

De opvang van het Leger des Heils is er op gericht cliënten voor te bereiden op een

(meer) zelfstandige deelname aan de samenleving. In zijn begeleiding richt het Leger des

Heils zich op het aanleren van ontbrekende vaardigheden. Hierbij speelt een belangrijke

rol dat de cliënt leert omgaan met inkomsten die overeenkomen de omstandigheden van

een schuldsaneringstraject. Cliënten worden gesteund om te leren gaan met een

inkomen op het niveau van bijstand minus 10%. Dit is naar verluidt een inkomensniveau

dat ongeveer overeenkomt met een inkomen dat mensen individuen beschikbaar hebben

als zij deelnemen aan een schuldsaneringsregeling. Dit gebeurt ook om te voorkomen dat

verblijf in een opvangvoorziening financieel aantrekkelijker is dan een zelfstandige positie

in de maatschappij.

Het kan voorkomen dat het Leger des Heils geld in beheer heeft van cliënten, waarvan

het geld niet aangewend wordt voor de voorziening en geleverde diensten. In het

budgetplan kan worden afgesproken dat een cliënt geld spaart, respectievelijk dat de

cliënt het geld niet opneemt. Dit spaargeld wordt te zijner tijd aan de cliënt terugbetaald. Waar clienten maanden kunnen wachten tot het op rekening is Als een cliënt vertrekt zonder opgaaf van redenen en zonder nieuw adres achter te laten, gestort

blijft zijn saldo op ‘slapend’ beschikbaar, zodat hij hierover later alsnog kan beschikken.

Ter waarborging dat het Leger des Heils aan cliënten deze gelden daadwerkelijk kan

uitbetalen, is door de ING Bank namens de Stichting W&G een onherroepelijke en

onvoorwaardelijke betalingsgarantie afgegeven aan DNB van € 4,5 miljoen.

11

De eigen bijdragen, de subsidie van de gemeente Zwolle en de AWBZ-inkomsten voor Welke zorg word hier bedoeld

geleverde zorg vormen samen de inkomsten van de maatschappelijke opvang van het

Leger des Heils in Zwolle. Deze inkomsten dekken de uitgaven die het Leger des Heils

voor de maatschappelijke opvang in Zwolle heeft. De gemeente Zwolle kent een subsidie

toe op basis van werkafspraken met het Leger des Heils en op basis van de ingediende

begroting van het Leger des Heils. Duidelijk is dat de opvang kostendekkend moet zijn

en geen winst mag maken. De commissie heeft de gemeente Zwolle onder andere de

volgende schriftelijke vragen gesteld rond de eigen bijdragen van cliënten bij het Leger

des Heils waarop door de gemeente Zwolle als volgt geantwoord werd:

Vraag aan de gemeente Zwolle

Op welke wijze vindt de vaststelling van de eigen bijdrage voor bewoners in de

maatschappelijke opvang in uw regio plaats? In hoeverre is het beleid van het Leger des

Heils in overeenstemming met het beleid van het Leger des Heils in uw regio? Heeft u op

dit punt overleg en/of discussie gevoerd met het Leger des Heils en met cliënten in de

maatschappelijke opvang van het Leger des Heils in uw regio?

Antwoord

De vaststelling van de hoogte van de eigen bijdrage van cliënten van instellingen voor

maatschappelijke opvang in de regio Zwolle kent geen formele basis. Een aantal

voorzieningen in de regiogemeenten worden niet door CWZW Leger des Heils

geëxploiteerd. Voor de stad Zwolle wordt voor wat betreft het CWZW Leger des Heils tot

dit moment als volgt gehandeld:

Het Leger des Heils verlangt van de gebruikers van haar opvangvoorzieningen dat zij een

machtiging afgeven, zodat een inhouding op de uitkering kan plaatsvinden. Deze

inhoudingen worden rechtstreeks overgemaakt aan het Leger des Heils en vinden plaats

met toestemming van de betrokken persoon. De gebruiker maakt zelf afspraken met het

Leger des Heils over de hoogte en de besteding van de inhoudingen.

Het Leger des Heils hanteert per adres een vast bedrag voor de eigen bijdrage. Voor

bijvoorbeeld de Crisisopvang geldt een eigen bijdrage van € 552 per maand. Dit is tevens

de hoogste eigen bijdrage die het Leger des Heils hanteert. De WWB-uitkering exclusief

vakantiegeld bedraagt € 823,–. Na aftrek van de eigen bijdrage heeft een bewoner van

de Crisisopvang dus een bedrag van € 271,– per maand te besteden. Indien er sprake is

van een beslaglegging kan maximaal 10% worden ingehouden op de uitkering. Dat is

€ 86,– per maand. In dat geval blijft er een lager bedrag over aan leefgeld.

Voor de doelgroep jonger dan 23 jaar geldt een lagere uitkeringsnorm. In dat geval

wordt de eigen bijdrage lager vastgesteld.

Hoewel SoZaWe geen toetsende rol heeft in de vaststelling van de eigen bijdrage, wordt

door SoZaWe bij vaststelling van het recht op uitkering wel onderzocht of er een redelijk

bedrag aan leefgeld over blijft. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt met cliënten die

zelfstandig wonen en/of door een schuldensituatie al dan niet verplicht worden

gebudgetteerd. Het leefgeld voor bewoners bij het Leger des Heils is veelal hoger dan

een persoon die zelfstandig woont en die wordt gebudgetteerd.

Discussies en klachten over de hoogte van het resterende leefgeld zijn veelal terug te

leiden tot (politieke) discussies over de hoogte van de uitkering. Discussies en klachten Bij klachten volgen repressie en sancties van het leger des heils zoals

komen volgens de uitvoerende medewerkers weinig voor. De meeste gebruikers van een Time outs en exit opvang oftewel uitzetting

voorziening hebben er begrip voor dat ze een deel van hun inkomen moeten afstaan voor

een bijdrage in de exploitatiekosten. Zeker wanneer dit door het Leger des Heils duidelijk

wordt uitgelegd.

Vanaf 2007 is de formele grondslag voor het bepalen van de hoogte van de eigen

bijdrage gevonden in de subsidie-uitvoeringsovereenkomst, op basis van de Algemene

Subsidieverordening Zwolle 2006. In artikel 2.2 lid B is vastgelegd dat de instelling

vooraf toestemming nodig heeft om de hoogte van het tarief (voorheen eigen bijdrage)

te kunnen wijzigen. De komende periode zal worden benut om met de betrokken

instellingen de actuele stand van zaken te inventariseren en beoordelen.

12

Vraag

Is de hoogte van de eigen bijdrage in overeenstemming met de gangbare regels bij

cessie van een bijstandsuitkering in uw gemeente aan het Leger des Heils? Wordt met

cliënten of hun zaakwaarnemers gesproken over de manier waarop de eigen bijdrage

wordt bepaald in de maatschappelijke opvang?

Antwoord

Cliënten/deelnemers van het Leger de Heils betalen door een eigen bijdrage aan de

exploitatiekosten. Formeel is SoZaWe geen partij in de vaststelling van de hoogte van

deze bijdrage.

Beslag op algemene bijstand is alleen mogelijk voor het deel van de uitkering dat boven

de beslagvrije voet uitgaat. Een en ander betekent dat een cliënt altijd over een inkomen

blijft beschikken ter hoogte van de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475d Rv (wetboek

van burgerlijke rechtsvordering). De beslagvrije voet bedraagt op grond van artikel 475d

lid 1 en lid 2 Rv in beginsel 90% van de bijstandsnorm (inclusief vt en inclusief de

eventuele gemeentelijke toeslag). In principe houdt het Leger des Heils geen rekening

met deze inhoudingen op de uitkering bij vaststelling van de eigen bijdrage. Per saldo

wordt het leefgeld lager naarmate er meer wordt ingehouden (tot een maximum van

10%).

Vraag

Kan het zijn dat bepaalde cliënten meer bijdragen aan de kosten van maatschappelijke

opvang dan de werkelijke kosten van de opvang?

Antwoord

Het Leger des Heils hanteert een vast bedrag per adres. Hierin houdt de instelling in

principe geen rekening met inhoudingen, maar wel met de hoogte van de uitkering

(bijvoorbeeld de jongerennorm). Overigens is het zo dat voor alle voorzieningen een

gemeentelijke subsidie noodzakelijk is. De inkomsten uit eigen bijdragen zijn nooit

toereikend om de werkelijke kosten van de opvangvoorziening te kunnen dekken.

Vraag

Wordt er op landelijk niveau via regelgeving aangestuurd op hoe een eigen bijdrage in de

maatschappelijke opvang moet worden bepaald?

Antwoord

Op basis van de Welzijnswet heeft de VNG enige jaren geleden besloten een De welzijnswet is na het decentralisatiproces 1997 MO nooit uitgevoerd

modelverordening eigen bijdragen in de maatschappelijke opvang op te stellen. De

gemeente Zwolle heeft geen eigen verordening opgesteld. Vanwege het feit dat er een

nieuwe voorziening voor maatschappelijke opvang is gestart, bestaat sinds enige tijd de

behoefte om te komen tot harmonisering van de eigen bijdragen voor vergelijkbare

voorzieningen. Tevens bestaat er de behoefte om de financiële prikkel voor cliënten

positief te laten zijn bij in-, door- en uitstroom. Dit heeft er toe geleid dat er contact is

gezocht met de VNG over de exacte wettelijke kaders. Vanuit dit overleg kwam

uiteindelijk naar voren dat met de invoering van de Wmo er een probleem ontstaat. Dit

probleem is gelegen in het feit dat er in de Wmo bepalingen zijn opgenomen over de

eigen bijdragen voor individuele voorzieningen. De VNG heeft ons inmiddels recent laten

weten dat het ministerie van VWS een wetswijziging voorbereid. Wij wachten met het

verder omschrijven van de kaders voor het bepalen van de hoogte van de eigen

bijdragen tot deze wetswijziging is afgerond. Tot dat moment zullen wij via de

uitvoeringsovereenkomst (zie hierboven) invloed uitoefenen op de hoogte van de eigen

bijdragen. Vooralsnog zullen wij ons daarbij primair richten op het harmoniseren van de

hoogte van de eigen bijdrage bij vergelijkbare voorzieningen. Voorstellen voor

verhogingen die boven de inflatie uitkomen zullen door ons kritisch worden beoordeeld.

Uit hetgeen door de gemeente naar voren is gebracht, blijkt dat voor alle voorzieningen

in de maatschappelijke opvang een gemeentelijke subsidie nodig is om de werkelijke

kosten van een opvangvoorziening te kunnen dekken. Tevens blijkt dat het leefgeld voor

bewoners bij het Leger des Heils veelal hoger is dan voor personen die zelfstandig wonen

en worden gebudgetteerd.

13

2.2.2 Bijzondere bijstand

De gemeente Zwolle heeft in de afgelopen jaren ook bijzondere bijstand verleend voor de

kosten van begeleid wonen bij het Leger des Heils omdat de gemeentelijke subsidie

ontoereikend was om de exploitatie van begeleid wonen rond te krijgen. Voor 2007 werkt

de gemeente Zwolle op dit onderdeel niet meer via de bijzondere bijstand, maar heeft de

gemeente de subsidie aan het Leger des Heils voor de opvang verhoogd.

Vraag aan de gemeente Zwolle

Zijn er bij u cliënten geweest met klachten over de maatschappelijke opvang bij het

Leger des Heils en/ of andere voorzieningen in uw regio? Wat waren dat voor klachten en

op welke wijze heeft u deze klachten afgehandeld?

Antwoord

Er is een klacht geweest bij SoZaWe over de besteding door het Leger des Heils van de

verstrekte bijzondere bijstand voor een deel van de kosten Begeleid Wonen. Het gaat

hierbij om een vast kostenbedrag per adres van Begeleid Wonen. Hiertoe is destijds

besloten omdat de eigen bijdrage van de bewoner en de gemeentelijke subsidie

ontoereikend waren voor de exploitatie- en begeleidingskosten van Begeleid Wonen. Er is geen proffesionele begeleiding aanwezig alleen AWBZ oplichting

Voor de financiële vragen over besteding van de gelden is de betreffende cliënt verwezen

naar het Leger des Heils (zie de tweede vraag). Om de indruk weg te nemen dat de

bijzondere bijstand individueel wordt afgestemd, is dit budget met ingang 1 januari 2007

op jaarbasis opgenomen in de subsidierelatie met het Leger des Heils. Deze casus vormt

nu onderwerp van uw onderzoek.

Eerder is tussen een cliënt van het Leger des Heils en de wethouder Zorg een gesprek De CDA wethouder Zorg en Welzijn Zwolle E. Dannenberg was vroeger

geweest. In dit gesprek is gesproken over vermeende misstanden bij de instelling. De directeur CMO leger des Heils Zwolle

betreffende cliënt heeft na dit gesprek geen verdere stappen ondernomen. Onze indruk

was dat het hier ging om een casus waarin geen sprake was van misstanden of foutief

handelen van het Leger des Heils.

2.2.3 Zienswijze actoren

In de ogen van de cliënten en van de LVT gaat het bij de eigen bijdrage om kosten als

huur, energie, telefoon, inrichting en begeleiding. De heer G. klaagt in privé en namens

de stichting “De onderste steen boven” over de hoogte van de eigen bijdrage die hij en

anderen moeten betalen in een voorziening van het Leger des Heils voor begeleid wonen

in Zwolle. Tijdens de hoorzitting verklaarde de Federatie Opvang het volgende over de

eigen bijdragen:

Vraag aan mevrouw B., beleidsmedewerker bij de Federatie Opvang

Is de normering voor wonen landelijk te verbeteren, bijvoorbeeld wat betreft de eigen

bijdrage?

Antwoord

Per gemeente en per instelling verschilt het te betalen bedrag. Dit is een oud zeer bij

cliënten. Inkomsten uit de eigen bijdrage hebben direct een weerslag op de exploitatie

van instellingen. Daarom is het ontwerpen van een nieuwe landelijke regeling lastig..

Wijzigingen zullen direct terugslaan op de exploitatie. Het vaststellen van de eigen

bijdrage is een bevoegdheid van de gemeente, een instelling moet daarover

overeenstemming met de gemeente hebben. Soms bestaat deze overeenstemming

slechts uit een mondelinge op overlevering gebaseerde afspraak, omdat het nooit een

aandachtspunt is geweest en zich nooit problemen hebben voorgedaan.

Toen in 1994 de maatschappelijke opvang aan de gemeenten werd gedecentraliseerd,

stopte de landelijke subsidieregeling. Sinds die tijd zijn er klachten. Sommige

organisaties stelden een eigen bijdrage uit de bijstandsuitkering vast (de pensionprijs),

andere hanteerden een inkomensafhankelijke bijdrage. Op enig moment is de

14

bijstandswet ontdekt als sluis voor extra financiering. Toen is de eigen bijdrage

vastgesteld, zijnde de bijstand minus het zak- en kleedgeld. Deze eigen bijdrage

(pensionprijs) gaat naar de exploitatie. Het is onmogelijk aan de cliënt kenbaar te maken

hoe de pensionprijs, puur op kosten, is opgebouwd. Het is een collectieve voorziening,

die nodig is voor een aantal voorzieningen van begin tot eind van de opvang. Voor een

cliënt voelt dat alsof hij mee betaalt aan een totaalpakket van voorzieningen waar hij niet

volledig gebruik van maakt. Daarnaast zijn er verschillen in bijvoorbeeld het aantal

vierkante meters van woonvoorzieningen, terwijl de eigen bijdrage hetzelfde kan zijn.

De organisaties in de maatschappelijke opvang hebben niet de mogelijkheid de kosten

voor de cliënt te verminderen naarmate de cliënt zelfstandiger wordt, omdat er geen

financiële ruimte voor is. Het zou een goede zaak zijn als het kon, vooral omdat bijna alle

cliënten schulden hebben, maar verder dan het geven van meer vrijheid en zeggenschap

kunnen de instellingen niet gaan.

Vraag

Is de eigen bijdragesystematiek bij het Leger des Heils in Zwolle anders dan bij de

overige organisaties?

Antwoord

Dat is niet het geval, deze actie van een aantal cliënten had overal in het land kunnen

gebeuren. De Federatie Opvang krijgt van tijd tot tijd een brief van een cliënt met vragen

over de eigen bijdrage. De LVT heeft een inventarisatie over de eigen bijdrage gedaan en

de Straatkant heeft er een artikel aan gewijd. Steeds weer blijkt dat de financiering op

verschillende plekken op verschillende manieren wordt geregeld. Voor zover mevrouw

Beers weet is alleen in Den Haag en Amsterdam de eigen bijdrage regeling op schrift

gezet waardoor deze steden een goed voorbeeld van transparantie zijn.

De Federatie Opvang stelt dat het onmogelijk is aan een cliënt kenbaar te maken hoe de

pensionprijs, puur op kosten, is opgebouwd. Het is een collectieve voorziening die nodig

is voor een aantal voorzieningen van begin tot eind van de opvang. Tevens zegt de

Federatie Opvang dat deze actie van een aantal cliënten overal had kunnen plaatsvinden.

De heer G. heeft het Leger des Heils nadrukkelijk gevraagd om specificaties van de

kosten die het Leger des Heils heeft in de voorziening waarin hij woont. Het Leger des

Heils heeft die specificaties na lang aandringen verstrekt. Echter na verificatie door de

heer G. zegt deze dat bepaalde kostenposten niet met de werkelijkheid

overeenstemmen. Het gevolg hiervan is dat het conflict over de eigen bijdrage is blijven

bestaan.

Vraag aan de heer G., klager

Kan uit de exploitatie van de maatschappelijke opvang in Zwolle blijken dat de eigen

bijdrage nodig is voor het begeleiden van zelfstandig wonen? Is het mogelijk dat de

gemiddelde eigen bijdrage wel klopt maar dat het bedrag in de eerste fasen van de

begeleiding te laag is en in een later stadium te hoog?

Antwoord

De cliënten wonen zelfstandig, het Leger des Heils is op dat punt alleen een

administratiekantoor voor de cliënten. Daarom moet het Leger des Heils gespecificeerd

aangeven wat voor de cliënten wordt uitgegeven. De eigen bijdrage is te hoog nu de

afvalstoffenregeling is veranderd. Toch wordt de eigen bijdrage,, ondanks beloften, niet

veranderd.

De kosten voor crisisopvang zijn per persoon door subsidie en bijzondere bijstand geheel

gedekt. Bij zelfstandig begeleid wonen wordt geen subsidie verstrekt maar bijzondere

bijstand, die bedoeld is voor begeleidingskosten en afschrijving en onderhoud. Door

middel van deze bijzondere bijstand kan de definitieve stap terug in de maatschappij

worden gemaakt. Er zijn cliënten voor wie de stap naar zelfstandigheid lang duurt of zelfs

onmogelijk is. De heer G. vindt het onjuist dat hij zich daaraan zou moeten conformeren

terwijl hij in een korte tijd weer geheel zelfstandig werd. Het bedrag dat de gemeente

15

Zwolle verstrekt, is voldoende om de kosten te dekken die het Leger des Heils maakt

voor cliënten die zelfstandig een woonruimte huren.

PwC merkt onder de noemer “financiële verantwoording begeleid wonen Leger des Heils

in Zwolle” het volgende op:

Het begeleid wonen betreft een collectieve voorziening waarin het totaal van kosten moet

worden gedragen door het totaal van de opbrengsten.

Het Leger des Heils in Zwolle verantwoordt alle inkomsten en uitgaven van de begeleid

wonen voorzieningen in de jaarrekening van CWZW. In 2005 bedroegen de totale kosten

van deze afdeling € 296.816 en de totale opbrengsten € 297.418. Per saldo resulteert

over 2005 een (positief) exploitatieresultaat van € 602. Het resultaat is verwerkt

(conform andere jaren) in de reserves van CWZW. Deze reserves zijn niet ter vrije

besteding, maar blijven onder het betreffende (subsidie/AWBZ) regime.

Er is niet gebleken dat met de klager is gesproken over de manier waarop de eigen

bijdrage in Zwolle voor de maatschappelijke opvang wordt berekend. Uit de informatie

die de commissie heeft gekregen blijkt niet dat klager uitgelegd is dat de eigen bijdragen

nodig waren voor de hele keten van maatschappelijke opvang van nachtopvang,

crisisopvang tot begeleid wonen. Ook lijkt niet besproken te zijn met klager dat de eigen

bijdrage noodzakelijk is om de exploitatie van de hele keten van de maatschappelijke

opvang in Zwolle sluitend te maken.

De Landelijke Vereniging voor Thuiszorg (LVT)heeft nadrukkelijk contact met de groep

klagers rond de heer G. . De LVT en de heer G. voeren dezelfde argumenten aan tegen

het Leger des Heils in Zwolle. Het gaat dan om zaken betreffende de noodzakelijke eigen

bijdrage in de maatschappelijke opvang, het functioneren van de cliëntenraden bij het

Leger des Heils, het gebruik van de bijzondere bijstand in Zwolle en het huren van

woningen van de woningstichting in Zwolle.

Vraag aan mevrouw A. van de LVT

Hoe vaak wordt u door cliënten benaderd met klachten, neemt dit aantal toe?

Antwoord

Het aantal klachten blijft ongeveer gelijk. Mevrouw A. heeft geconstateerd dat cliënten

geen klachten naar buiten toe mogen brengen. Als de leiding van het Leger des Heils

merkt dat een cliënt uit de school klapt, wordt hij op straat gezet. Bij de meeste

klachtencommissies kunnen deze mensen niet terecht omdat daar altijd iemand van het

Leger des Heils in zit en twee cliënten die ongeschikt zijn voor hun taak. Een enkele

klachtencommissie functioneert wel goed, dat heeft voornamelijk met het personeel te

maken. Helaas klagen cliënten en medewerkers meestal achteraf (als ze al uit de opvang

of uit dienst zijn) of ze doen het anoniem.

Met name bij het Leger des Heils kan de LVT weinig met de klachten. Het is geen open

organisatie, de LVT krijgt weinig ingang.

Vraag

Heeft u contact met de heer G. gehad?

Antwoord

De LVT heeft zijn rapport ontvangen. Mevrouw A. denkt dat er een andere structuur

binnen de maatschappelijke opvang en bij het Leger des Heils moet komen, anders

blijven dit soort klachten bestaan. Ze kan zich niet voorstellen dat het Leger des Heils in

Zwolle de (te) hoge eigen bijdrage nodig heeft om de exploitatie te betalen. Andere

instellingen met cliënten met dezelfde problematiek kennen deze problemen niet. Dat de

heer G. weinig medestanders in het land heeft gekregen, wijt mevrouw A. aan de angst

van cliënten hun huisvesting kwijt te raken. Helaas heeft de LVT geen feiten en kan ze

daarom alleen proberen op een goede manier met klachten van cliënten om te gaan.

16

Vraag

De heer G. gaat ervan uit dat de eigen bijdrage wordt betaald voor kosten die voor de

cliënt worden gemaakt, bijvoorbeeld voor huur en telefoon. Op die manier kunnen de

kosten precies worden berekend en verantwoord. Maar volgens de Federatie Opvang

werkt het bij geen enkele organisatie voor opvang op die manier. Een instelling heeft een

bepaald bedrag nodig om de opvanghuizen te laten draaien. Daarvoor geven ze

huisvesting, begeleiding en dergelijke. Het benodigde bedrag komt uit subsidie, AWBZgeld

en de eigen bijdragen. Elke cliënt betaalt hetzelfde bedrag. Omdat er bij de aanvang

van de opvang meer begeleiding nodig is, zijn de kosten op dat moment hoger. Later

worden ze lager, waardoor een cliënt een gemiddeld bedrag betaalt over de hele opvang.

Dat zijn twee benaderingen die botsen. Goede communicatie daarover met de cliënten is

belangrijk. Is deze discussie bij de LVT gevoerd?

Antwoord

Deze discussie is niet door de LVT gevoerd.

Mevrouw A. brengt een andere klacht in, die niet alleen bij het Leger des Heils voorkomt.

Wanneer een cliënt naar begeleid wonen overgaat, kan hij een vast bedrag van de

sociale dienst krijgen voor inrichtingskosten. Omdat cliënten dat niet weten, krijgen ze

deze vergoeding vaak niet. Na bemiddeling van LVT lukt het wel.

In het kader van de Wmo probeert de LVT met behulp van de cliëntenraden de rechten

en plichten aan cliënten bekend te maken. Daarom moeten er zoveel mogelijk

cliëntenraden worden opgericht. LVT geeft mensen in de opvang voorlichting over wat er

nodig is voor een cliëntenraad en hoe een dergelijke raad werkt. Daardoor krijgt zo’n

raad een betere start en kan er een vertrouwensrelatie tussen bewoners en medewerkers

ontstaan. Cliënten met een hogere opleiding dan gemiddeld kunnen helpen met de

opbouw van de cliëntenraad. Om de raad in stand te houden is het belangrijk dat de raad

ondersteuning blijft krijgen bijvoorbeeld van hoger dan gemiddeld opgeleide ex-cliënten

en van de LVT.

Vraag

Krijgt u relatief veel klachten over het Leger des Heils?

Antwoord

Meer dan over andere instellingen. Mevrouw A. heeft geen zicht op de exploitatiekosten

van het Leger des Heils, kan daardoor niet beoordelen welke inkomsten het Leger des

Heils nodig heeft. Wel vindt ze het onterecht dat het Leger des Heils voor cliënten binnen

het begeleid wonen elk jaar financiën voor inrichtingskosten bij de gemeente vragen. Een

inrichting gaat veel langer mee. Daarnaast moeten cliënten kosten betalen voor een

telefoon die er niet is. Cliënten denken vaak dat ze hun woning van het Leger des Heils

huren, terwijl de woningstichting de verhuurder is. Het Leger des Heils zit er tussen om

te zorgen dat de woningstichting de huur krijgt. De huurkosten worden niet duidelijk

omschreven.

Afsluiting

De LVT heeft slechts een signaalfunctie en beschikt niet over feiten. Transparantie is heel

belangrijk. Mevrouw A. zou het betreuren als het Leger des Heils als organisatie een

slechte naam zou krijgen als zou blijken dat een deel van de mensen niet goed heeft

gefunctioneerd. Het is aan de commissie uit te zoeken of de kosten die het Leger des

Heils berekent nodig zijn voor de exploitatie.

De commissie heeft de cliëntenraad van het Leger des Heils in Zwolle gehoord. Deze

cliëntenraad is benaderd door de heer G. over de problematiek rond de eigen bijdrage.

Dit contact is door hem niet doorgezet omdat de cliëntenraad afstand nam en neemt van

de suggestie van de heer G. dat het hier om fraude gaat. De cliëntenraad zegt wel

degelijk door het Leger des Heils serieus genomen te worden en goed te kunnen

functioneren. Er is geen contact geweest tussen de LVT en de cliëntenraad van het Leger

des Heils in Zwolle. De cliëntenraad ziet het als haar taak primair de kwaliteit van de

zorg in de maatschappelijke opvang te bewaken. Die kwaliteit beoordelen zij bij het

17

Leger des Heils in Zwolle als goed. De cliëntenraad vindt dat de LVT een andere groep Clientenraad leger des heils is niet onafhankelijk,zitten vol met meelopers

cliënten vertegenwoordigt dan zij, namelijk mensen die in de dag- en nachtopvang

komen en niet mensen die via begeleid wonen weer op weg zijn naar zelfstandigheid in

de samenleving.

Ook weet men niet precies welke achterban de LVT heeft. Tijdens de hoorzitting werd

door de leden van de cliëntenraad onder andere het volgende gezegd:

Vraag aan de cliëntenraad van het Leger des Heils in Zwolle

De heer G. en de LVT zijn niet erg te spreken over de clïentenraad. De leden zouden door

het Leger des Heils onder druk worden gezet en wanneer zij tegen de mening van het

Leger des Heils in gaan, komen ze op straat te staan. Wat vindt u daarvan?

Antwoord

De cliëntenraad wordt, vanuit een wettelijke regeling, door het Leger des Heils

gefaciliteerd. In zoverre is de cliëntenraad afhankelijk van het Leger des Heils. Het is

beslist niet waar dat de cliëntenraad de directie van het Leger des Heils naar de mond

praat. Vorig jaar is er een doorstart van de cliëntenraad geweest. De raad is nu bezig een

weg te vinden om op een zelfstandige en onafhankelijke wijze binnen het Leger des Heils

te opereren. Het kost tijd om bijvoorbeeld het vertrouwen van de achterban te winnen.

Daarom is het voorbarig te zeggen dat de cliëntenraad niet goed functioneert. Nadat de

heer G. schriftelijk contact met de cliëntenraad had gezocht, is er uitvoerig met hem

gesproken over de specificatie die hij van het Leger des Heils had gekregen. Het enige

onterechte bedrag dat de cliëntenraad in deze specificatie kon ontdekken, waren kosten

voor een niet aanwezige telefoon. Dat is met de directie besproken waarna het bedrag is

terug betaald. Direct daarna heeft de heer G. laten weten verder geen zaken met de

cliëntenraad meer te willen doen omdat ze met de rest van de specificatie niets hadden

gedaan. Later kwamen er nog brieven waarin hij schreef de cliëntenraad niet te

vertrouwen en dat hij niet alle beschikbare gegevens aan de cliëntenraad wilde geven.

De heer G. heeft van de cliëntenraad een folder van de klachtencommissie gekregen

maar hij vertrouwt ook de vertrouwenscommissie en de klachtencommissie niet. De

cliëntenraad heeft niet mee willen gaan in de beschuldiging van fraude, verder gaan dan

het stellen van vragen wilden de leden niet. De cliëntenraad is het wel met de heer G.

eens dat het boven tafel krijgen van antwoorden bij het Leger des Heils altijd een

moeilijke zaak is geweest. Maar moeilijke communicatie is nog geen fraude.

Vraag

Sprak de heer G. al voor zijn klachten in de pers kwamen over fraude?

Antwoord

Ja, deze kwestie speelt al ongeveer een jaar. De cliëntenraad had verwacht dat de heer

G. naar de klachtencommissie zou gaan. Helaas kreeg de cliëntenraad alleen de brieven

die de heer G. naar diverse organisaties stuurde maar nooit de antwoorden daarop. Hij

schiep door medewerkers van het Leger des Heils er rechtstreeks bij te betrekken een

sfeer waar de leden van de cliëntenraad niets mee te maken wilden hebben. Zij zijn

tevreden over de opvang die ze van het Leger des Heils hebben gekregen.

Vraag

Weet u waarom de heer G. op deze manier reageert?

Antwoord

Dat is een probleem van de heer G.. Persoonlijk hebben leden van de cliëntenraad nooit

met hem gebotst. De cliëntenraad heeft moeite met de manier waarop de heer G.

omgaat met zijn klachten: hij stuurt brieven en rapporten, die verwarring scheppen, her

en der naar organisaties. De zaak is uit de hand gelopen toen de politiek erin sprong

zonder zich voldoende voor te bereiden. Het is jammer dat de heer G. zo wantrouwig is,

had hij meer vertrouwen gehad dan had hij meer kunnen bereiken.

Vraag

Welke ideeën heeft u over de verhouding met de LVT?

18

Antwoord

De LVT staat los van het Leger des Heils, de cliëntenraad heeft weinig met deze

vereniging te maken, krijgt wel elk jaar een jaarverslag. In tegenstelling tot de

cliëntenraad kent de LVT de cliënten niet, het blijft altijd vaag wie zij vertegenwoordigen

en ze hebben weinig grip op de cliënten.

Vraag

Heeft de LVT bij de start van de problemen contact opgenomen met de cliëntenraad?

Antwoord

Dat is niet het geval. Ook de landelijke cliëntenraad heeft geen contact met de LVT

gehad.

Vraag

Vindt u dat deze klacht op een andere manier opgelost had kunnen worden?

Antwoord

Nee, uiteindelijk was er alleen sprake van een probleem over een telefoonvergoeding. De

cliëntenraad heeft geen enkel feit gekregen waaruit zou blijken dat er sprake van fraude

zou zijn. De heer G. is terecht naar de klachtencommissie verwezen. Maar hij heeft de

zaak meteen groots aangepakt en daardoor te veel opgepompt. De leden van de

cliëntenraad zijn ervan overtuigd dat het de heer G. niet om persoonlijk gewin gaat maar

dat hij dit doet uit gedrevenheid.

Afsluiting

Het is lastig om binnen het Leger des Heils een cliëntenraad op te zetten. Dat heeft te

maken met de mensen die bij het Leger des Heils wonen en hun omstandigheden. Binnen

het Leger des Heils is men druk bezig met de opzet van meer cliëntenraden, de instelling

werkt daar zelf hard aan mee. Dat er een cultuuromslag moet komen bij het Leger des

Heils is waar, het is straks een taak voor de cliëntenraden daaraan mee te werken.

De leden van de cliëntenraad hopen dat uit het onderzoek van de commissie komt dat

het Leger des Heils de zaken goed heeft geregeld.

Op hoorzittingen met medewerkers van het Leger des Heils is gesproken over het

functioneren van de klachtencommissies, de cliëntenraden en de verhouding van de

landelijke cliëntenraad van het Leger des Heils met de LVT. Tijdens de hoorzitting van de

heer S., kwam het volgende naar voren:

Vraag aan de heer S., manager primair proces bij de maatschappelijke opvang

van het Leger des Heils in Zwolle

Hoe is de cliëntenraad samengesteld en hoe werkt deze raad?

Antwoord

De heer S. heeft positieve ervaringen met de cliëntenraad. Vijf jaar geleden is het Leger

des Heils gestart met een dergelijke raad. Het kost veel energie om deze raad bij elkaar

te houden, omdat het Leger des Heils enerzijds cliënten zo snel mogelijk uit de

maatschappelijke opvang wil helpen en ze anderzijds wil betrekken bij de instelling.

Sinds vorig jaar is er een ambtelijk secretaris vanuit de organisatie aan de cliëntenraad

toegevoegd om ondersteunende taken uit te voeren. De laatste jaren is de cliëntenraad

redelijk stabiel. Het Leger des Heils stuurt niet. Cliënten kunnen zich opgeven als lid,

daarnaast zoekt de raad zelf actief naar nieuwe leden. De leden worden niet gekozen.

Kwalitatief is de bezetting van de cliëntenraad goed. Er komen redelijk onderbouwde

reacties uit de raad. Rekening houdend met de beperkingen van de cliënten kunnen ze

goed reageren op beleidsveranderingen.

Mevrouw V. vertelde op de hoorzitting het volgende rond klachtrecht, cliëntenraden en

de samenwerking met de LVT:

19

Vraag aan mevrouw V., directeur van de Stichting Leger des Heils Welzijns- en

Gezondheidszorg

Heeft u wel eens contact gehad met de LVT?

Niet rechtstreeks. De landelijke cliëntenraad van het Leger des Heils, waarin cliënten

participeren, wel. Zij melden weinig positiefs over deze vereniging. Een aantal jaar

geleden heeft de LVT zelfstandig onderzoek gedaan onder cliënten van het Leger des

Heils. Het was geen gestructureerd opgezet onderzoek. Om die reden heeft de

cliëntenraad van het Leger des Heils in een brief de LVT laten weten het niet eens te zijn

met deze onderzoeksmethode en van mening te zijn dat dit rapport niet zonder meer kan

worden gepubliceerd. Na veel geharrewar heeft de LVT het onderzoek toch op haar

website geplaatst met een brief van de landelijke cliëntenraad van het Leger des Heils

waarin deze zich van het rapport distantieert.

Vraag

Van de LVT komen berichten dat ze meer klachten over het Leger des Heils krijgen dan

over andere instellingen voor maatschappelijke opvang. En dat de leden van de

cliëntenraden zich nauwelijks durven te uiten. Klopt dat?

Antwoord

De eerste opmerking is logisch, het Leger des Heils is de grootste organisatie in de Monopoliepostitie,er is geen keuzevrijheid voor daklozen,dankzij VWS

maatschappelijke opvang in Nederland. De landelijke cliëntenraad heeft een reglement

en krijgt een budget om taken uit te kunnen voeren. De wet medezeggenschap cliënten

is niet toegespitst op mensen die veel moeite hebben hun eigen leven op orde te krijgen.

Ze zijn niet echt toegerust voor het lidmaatschap van een cliëntenraad. Het Leger des

Heils ondersteunt ze zoveel mogelijk door bijvoorbeeld cursussen te laten geven en een

ambtelijk secretaris ter beschikking te stellen maar het blijft moeilijk. Daarnaast is er een

hoge doorstroom. In veel afdelingen van het Leger des Heils zijn huiskameroverleggen

waar cliënten hun zegje kunnen doen en leidinggevenden kijken of en hoe aan hun

wensen tegemoet is te komen. De cliëntenraad mag geen individuele klachten

behandelen. Die moeten naar de directeur van de locale werkeenheid of naar de

klachtencommissie.

Vraag

Komen er meer klachten over het Leger des Heils omdat de structuur minder doorzichtig

is dan bij andere organisaties in de maatschappelijke opvang?

Antwoord

Dit zijn ideeën die zijn gebaseerd op beelden van voor de herstructurering van het Leger

des Heils, zo’n 20 jaar geleden. In 1990 is het maatschappelijk werk van het Leger des

Heils in een aparte juridische entiteit ondergebracht, inclusief alle financiële stromen.

Daar wordt volgens alle bestaande richtlijnen verantwoording afgelegd.

Het is niet zo dat de andere klagende cliënten precies dezelfde klachten hebben als de

heer G.. Tijdens een huisbezoek aan twee klagers door een afvaardiging van de

onderzoekscommissie bleek dat deze cliënten klaagden over het niet betalen van een

verzekering door het Leger des Heils zoals was afgesproken en het niet schoonmaken

van hun ramen. Achteraf kregen deze cliënten gelijk van het Leger des Heils en werd de

zaak opgelost. Men had toen wel de deurwaarder aan huis gehad en dat frustreerde hen.

Toch bleven deze cliënten positief over de hulp die zij van het Leger des Heils hadden

gehad. Zonder die hulp en ondersteuning hadden zij het volgens hun zeggen niet gered.

2.2.4 Bevindingen rond de eigen bijdrage n.a.v. onderzoek van PwC

Na onderzoek betreffende de hoogte van de eigen bijdragen en de exploitatie van de

voorzieningen voor maatschappelijke opvang bij het Leger des Heils in Zwolle komt PwC

tot de volgende bevindingen:

20

De omgeving waarin het Leger des Heils opereert wordt in belangrijke mate beïnvloed

door ontwikkelingen in de aard, omvang en financiering van opvang en begeleiding van

dak- en thuislozen. Het wordt voor organisaties zoals het Leger des Heils daardoor van

steeds meer belang duidelijkheid te creëren omtrent de wijze van financiering via

gemeenten, AWBZ, eigen bijdragen, giften, legaten en het afleggen van verantwoording

omtrent de besteding van deze financiële middelen.

Het Leger des Heils is zich als gevolg van de aard van de problematiek van de cliënten

onder andere gaan bezighouden met bancaire activiteiten. Hierbij voldoet men aan de

gestelde eisen en regelgeving – en is er op zich door de afgegeven bankgarantie geen

materieel financieel risico – , maar men beschouwt dit zelf als een oneigenlijke taak van

de organisatie en men heeft reeds initiatieven genomen deze activiteiten onder te

brengen bij hiertoe meer geëigende instanties.

In Nederland is het gebruikelijk dat gebruikers van collectieve voorzieningen in de

maatschappelijke opvang een eigen bijdrage betalen ter bekostiging van de kosten

gemaakt door de aanbieders van deze voorzieningen. Tot op heden ontbreekt hiervoor

echter een wettelijk kader. Tijdens ons onderzoek is de evidente indruk ontstaan dat het

Leger des Heils streeft naar crisisopvang en opvolgende zorg tegen een vergoeding die

zowel kosten dekt als een inkomensniveau waarborgt dat cliënten ook buiten de zorg ter

vrije beschikking zouden hebben gehad, rekening houdend met een

schuldsaneringstraject.

Uit ons onderzoek is niet gebleken dat de werkwijze van het Leger des Heils en de

gehanteerde tarieven met betrekking tot de eigen bijdragen wezenlijk afwijken van

vergelijkbare opvanginstellingen. Mede gezien het ontbreken van een wettelijk kader

kunnen de door het Leger des Heils gehanteerde systematiek en de gehanteerde tarieven

als redelijk en billijk worden beschouwd.

De strekking van de beschuldigingen zoals geuit door de heer G. als ex-cliënt van het

Leger des Heils is dat de in rekening gebrachte eigen bijdragen te hoog zijn in

vergelijking met de ‘werkelijke’ kosten en dat onvoldoende en niet transparant

gecommuniceerd wordt over het doel, de opbouw en de besteding van de eigen

bijdragen.

In de praktijk blijkt dat eigen bijdragen variëren per gemeente, per soort voorziening en

per opvanginstelling. De samenstelling en de hoogte van de eigen bijdragen zijn van

verschillende factoren afhankelijk, zoals het gemeentelijk beleid en de gehanteerde

systematiek. De eigen bijdragen die verschuldigd zijn ter bekostiging van de gebruikte

voorzieningen hebben echter geen directe relatie met de werkelijke kosten, en vormen

een belangrijk onderdeel van de financiering van de exploitatie van de aangeboden

collectieve voorzieningen.

Uit ons onderzoek is niets gebleken dat duidt op onregelmatigheden of

onrechtmatigheden begaan door het Leger des Heils met betrekking tot het financieel

beheer van cliëntgelden en/of het in rekening brengen van eigen bijdragen bij cliënten.

Er zijn geen aanwijzingen voor het opzettelijk benadelen van cliënten en/of het misbruik

maken van procedures of regelgeving

Uit ons onderzoek is gebleken dat de beschuldigingen door het Leger des Heils serieus

worden genomen en dat inmiddels een aantal belangrijke maatregelen zijn getroffen.

Deze maatregelen liggen op het terrein van transparantie en communicatie, maar ook

met betrekking tot de eigen bijdragen zelf.

Uit de gehouden interviews en de onderzochte documentatie is wel het belang naar voren

gekomen van transparant en eenduidig informeren van cliënten. Tevens is gebleken dat

een wettelijke regeling omtrent de eigen bijdragen in belangrijke mate kan bijdragen aan

21

het verschaffen van duidelijkheid aan gebruikers van de voorzieningen ten aanzien van

het doel, de opbouw en de besteding van eigen bijdragen.

Het Leger des Heils is er in het verleden niet in geslaagd transparant te communiceren

over de relatie tussen de bekostiging van de opvangvoorzieningen en de bijdragen van

cliënten hieraan. Onvoldoende transparantie naar cliënten in combinatie met het

ontbreken van een wettelijk kader heeft geleid tot het ontstaan van spanning tussen de

financiering van collectieve voorzieningen enerzijds en het individueel niveau anderzijds.

Het verdient aanbeveling dat het Leger des Heils naast de bestaande per cliënt overeen

te komen documentatie (zoals de overeenkomst inkomensbeheer en het budgetplan)

cliënten (periodiek) informeert over het doel, de hoogte, de werkwijze en de opbouw van

de eigen bijdragen. Belangrijk hierbij is dat medewerkers van het Leger des Heils

hieromtrent goed geïnformeerd worden.

De meeste hulpvragers hebben een bijstandsuitkering die door gemeentelijke instanties

worden verstrekt. Vaak is de eigen bijdrage hoger dan de hoogte van de

bijstandsuitkering. De gemeente betaalt het ontbrekende deel via bijzondere bijstand.

Duidelijke, transparante afspraken tussen de gemeente en opvanginstellingen zoals het

Leger des Heils omtrent bijvoorbeeld de eisen, voorwaarden en verantwoordingscriteria

van de verschillende vormen van geldverstrekking door de gemeente kunnen een

belangrijke bijdrage leveren aan een inzichtelijke wijze van financiering van de

aangeboden diensten.

Naar verwachting zal op termijn (alsnog) wettelijke regeling omtrent eigen bijdragen van

kracht worden. Op korte termijn raden wij het Leger des Heils aan in overleg met

betrokken partijen, waaronder de cliënten, na te gaan welke verbeteringen mogelijk zijn

met het doel de belangen van de cliënten te behartigen. Belangrijk is om vanuit het

perspectief van de cliënten vast te stellen welke informatie wenselijk is. Voorts zal in

nader overleg met betrokken partijen vastgesteld dienen te worden in hoeverre,

waarvoor en voor welk bedrag een opslag op deze kosten redelijk en haalbaar is.

2.2.5 Indicatiestelling

Cliënten weten over het algemeen wel dat voor het verlenen van AWBZ-zorg een

indicatie nodig is. Maar het is hen volstrekt niet duidelijk wie verantwoordelijk is voor de

indicatiestelling. Daarbij komt dat de regels daarvoor aan verandering onderhevig zijn

geweest. Het idee bestaat bij cliënten dat de huisarts de indicatie geeft, terwijl de

huisarts een cliënt hooguit verwijst naar de AWBZ-zorg.

De heer De L., huisarts in Zwolle, verklaarde tegenover de commissie het volgende:

Vraag aan de heer De L., huisarts voor veel cliënten bij het Leger des Heils in

Zwolle

Wat houdt uw werk richting het Leger des Heils in Zwolle in en welke ervaringen heeft u

met contacten met dak- en thuislozen en het Leger des Heils?

Antwoord

Sinds een aantal jaar krijgen de bewoners van het opvangcentrum aan de Burgemeester

Van Walsumlaan in Zwolle, die niet bij een huisarts staan ingeschreven, huisartsenzorg

van de huisartsenpraktijk, waarin tot 1 september 2006 buiten de heer De L. ook

mevrouw A. werkzaam was..Aan het Leger des Heils is bekend gemaakt dat hij het zeer

op prijs stelt kennis te maken met nieuwe cliënten. Van die mogelijkheid tot

kennismaking wordt door de cliënten niet altijd gebruik gemaakt. Ongeveer 30 tot 40

bewoners van het opvangcentrum staan ingeschreven bij de huisartsenpraktijk van de

heer De L. Het gaat om cliënten met een uitgebreide voorgeschiedenis. Sociale

problemen, een verleden met misbruik, mishandeling en verslaving komen veel voor.

22

Iedere cliënt krijgt van het Leger des Heils een mentor toegewezen. Deze mentor komt,

op verzoek van de cliënt die zich daardoor zekerder of veiliger voelt, vaak mee naar de

huisarts. Veel contacten lopen via de mentor, bijvoorbeeld een aanvraag voor de

herhaling van medicijnen. Wanneer extra begeleiding nodig is waarvoor AWBZ-gelden

aangesproken moeten worden, loopt de aanvraag via de mentor. Naar de heer De L.

altijd heeft begrepen, gaat dat in goed overleg tussen de mentor en de betrokken

bewoner. Uitgaande van de professionaliteit van de mentoren, die een HBO/MBOachtergrond

op het terrein van de sociale maatschappelijke hulpverlening hebben,

honoreert hij een dergelijk verzoek. Hoe de extra begeleiding wordt ingevuld, is geen

zaak voor de huisarts. De medewerkers in de begeleiding zijn voldoende professioneel

om de geldstromen en de mate van begeleiding te bepalen.

Afsluiting

De heer De L. is gebonden aan zijn beroepsgeheim als het gaat om het toelichten van

persoonlijke situaties. Hij vindt het belangrijk de gevolgde procedure goed toe te lichten.

Het was een kwestie van in goed vertrouwen zorgen voor de beste hulpverlening voor

bewoners van de opvang. De huisarts stelt zelf geen psychiatrische diagnose, zal deze

zeker niet op een indicatie vermelden. Zo is het wel in de Pers gemeld, de heer De L.

ontkent dat met klem. Als een dergelijke diagnose al op de formulieren staat, is deze in

het verleden door bijvoorbeeld het Riagg of een psychiatrisch ziekenhuis gesteld. Hij kan

wel aangeven dat een cliënt meer psychiatrische hulp nodig heeft, dat heeft te maken

met de voorgeschiedenis van deze groep cliënten.

Vervolgens bepaalt een apart indicatieorgaan of en hoeveel AWBZ-zorg aan de cliënt

moet worden geleverd. Echter in de periode van augustus 2004 tot juli 2006 verliep de

indicatiestelling voor de AWBZ-grondslag psychiatrie anders omdat een groot deel van de

Ggz overgeheveld zou worden naar de zorgverzekeringswet (Zvw). Dat betekende in die

periode dat de zorg op psychiatrische grondslag alleen geregistreerd werd op basis van

een verwijzing door een huisarts. Het Leger des Heils heeft dat in die periode ook gedaan

voor de grondslag psychosociaal. Het CIZ achtte desgevraagd deze handelwijze van het

Leger des Heils begrijpelijk en verdedigbaar gelet op de toenmalige context.

Het adviesbureau Hoeksma, Homans en Menting (HHM) is betrokken geweest bij de

ontwikkelingen rond de indicatiestelling in de Ggz. Gelet op de specifieke deskundigheid

van HHM op dit terrein heeft de commissie een gesprek gevoerd met een medewerker

van HHM. Hierin kwam het volgende naar voren:

Vraag aan de heer D., adviseur bij HHM

Er is een periode geweest dat Ggz-instellingen mochten registreren in plaats van

indiceren voor Ggz-zorg waarbij een verwijzing van een arts nodig was. In Zwolle

verwees de huisarts voor psychiatrische en/of psychosociale problematiek. Mocht dat of

had hij alleen voor psychiatrische problematiek mogen verwijzen?

Antwoord

HHM is in opdracht van het ministerie van VWS en later het CIZ betrokken geweest bij de

indicatiestelling voor de AWBZ in de Ggz. In augustus 2004 kwam er een regeling voor

welke zorg moest worden geïndiceerd, voor welke geregistreerd en voor welke zorg geen

van beide hoefde te gebeuren. Deze regeling kwam er omdat een groot deel van de Ggz

uit de AWBZ naar de zorgverzekeringswet zou overgaan. In dat licht heeft het ministerie

van VWS aan het CIZ gevraagd met een eenvoudige tijdelijke regeling te komen.

Vandaar de registratieregeling. HHM heeft daarvoor namens het CIZ een website

beheerd. Daarop kon worden aangegeven welke grondslag een cliënt nodig had. Er was

geen keuze: alleen de grondslag PSY (psychiatrisch) was beschikbaar. Snel daarna begon

de discussie over de knip in de Ggz en werd besloten dat voor een deel van de

hulpverlening weer moest worden geïndiceerd. Eind 2006 is deze nieuwe regeling bij alle

betrokken organisaties bekend gemaakt.

23

Op de legitimatielijst die was afgeleid van de registratiesite stonden cliënten van het

Leger des Heils met een psychosociale grondslag. Op grond hiervan is contact met het

Leger des Heils gezocht en gekeken hoe deze cliënten op de registratiesite terecht waren

gekomen. Het bleek dat in 2004 met het Leger des Heils telefonisch is overlegd of

aanmelding van cliënten met een psychosociale grondslag ook via de website mocht

lopen. Op dat moment speelde met name de knip tussen Ggz-instellingen met een

toelating en vanaf 1 april 2003 nieuw toegelaten instellingen (die voor een

indicatiebesluit naar het CIZ moesten). Het Leger des Heils had al voor april 2003

toelating tot de AWBZ voor Ggz-zorg en daarmee tot de website waarop ze cliënten

konden registreren. Daarop registreerde het Leger des Heils zowel cliënten met een

psychiatrische als met een psychosociale grondslag. Het Leger des Heils gaf per mail aan

dat uit het telefoongesprek begrepen was dat de grondslag psychosociaal via de

registratiesite afgehandeld mocht worden. Deze mail is niet beantwoord. Het was op dat

moment geen hot item, indertijd waren de gevolgen ervan niet te overzien. Het is

onmogelijk te zeggen of, als dit niet was gebeurd en indicaties door het CIZ afgegeven

hadden moeten worden, er dan minder cliënten een AWBZ-indicatie zouden hebben

gekregen.

Vraag

Nu moet weer een omslag worden gemaakt naar indicatiestelling door het CIZ. Hoe gaat

dat?

Antwoord

Het ministerie van VWS heeft gevraagd voor een groep mensen, die op 1 juli 2006 in Het ministerie van VWS is de dader in onrechtmatige indicatistelingen psyc

zorg waren, te indiceren. Voor de indicatie van die groep geeft de zorgaanbieder aan

welke zorg er feitelijk wordt geleverd. Het CIZ checkt dit aan de productiegegevens en

kijkt of het bij elkaar past. Zo niet dan gaat de aanvraag terug naar de aanbieder. Op die

manier is er sprake van herstel. Daarnaast wordt ter controle gekeken welke functies en

klassen worden aangevraagd en of dit afwijkend is van andere organisaties. Als derde

controlemiddel worden steekproeven gedaan. Het CIZ kijkt mee. Zijn alle controles

gedaan dan wordt de omslag gemaakt. Vanaf 1 juli 2007 moeten alle nieuwe cliënten

voor een indicatiestelling naar het CIZ.

Vraag

Zijn bij de afhandeling met het Leger des Heils afwijkende zaken geconstateerd?

Antwoord

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat er fouten worden gemaakt of onjuiste

dingen gebeuren. De contacten met het Leger des Heils verlopen correct, er is een goede

registratie en het Leger des Heils houdt zich aan de regelgeving. Het is de heer D.

opgevallen dat er heel secuur wordt gewerkt bij het Leger des Heils.

Vraag

Hoe ligt de verhouding tussen cliënten met een psychische en met een psychosociale

grondslag bij het Leger des Heils?

Antwoord

Per 1 juli 2006 waren er ongeveer 2600 cliënten in zorg. Ongeveer de helft daarvan heeft

psychiatrische en de andere helft psychosociale problemen. Binnenkort komt er voor

deze mensen een indicatiebesluit. Daarna komen ze in de normale procedure van het CIZ

terecht en hebben een keer contact met een medewerker van het CIZ.

Afsluiting

De heer D. geeft aan dat het onmogelijk is duidelijkheid te krijgen over de vraag of het

Leger des Heils onterecht voor een psychosociale grondslag heeft geregistreerd in plaats

van geïndiceerd. Volgens de papieren wel maar omdat er indertijd niets is gedaan met de

vraag van het Leger des Heils of dit wel kon, is men ermee door gegaan. Bij het

steunpunt indicatiestelling merkt men dat Ggz-instellingen zich snel conformeren aan de

regels van het CIZ. Uiteraard zijn er wel discussies, het steunpunt heeft vorig jaar veel

vragen gekregen. Het is te duidelijk dat de Ggz bezig is in de indicatiestelling te groeien.

24

Om de uitvoering van zorg en de indicatiestelling te scheiden, liet het Leger des Heils in

die tijd de indicatiestelling verrichten door de thuiszorginstelling Agathos, die buiten het

Leger des Heils stond. Vervolgens verzorgde een intern indicatieorgaan, Izec, dat

gescheiden van de uitvoering werkte, de indicaties. Thans vindt door verandering in de

regelgeving op rijksniveau de indicatie geheel via het CIZ plaats. Mevrouw de V., die bij

het Leger des Heils in Zwolle cliënten in de crisisopvang indiceerde, hielp bij de AWBZaanvragen

en thans werkt als trajectbegeleider in de maatschappelijke opvang bij het

Leger des Heils in Zwolle, gaf de commissie een beeld over het indiceren van cliënten in

de praktijk over verschillende jaren.

Vraag aan mevrouw De V., mentor/trajectbegeleider bij het Leger des Heils

Wat gebeurt er als een cliënt bij het Leger des Heils komt, hoe wordt hij geïndiceerd,

welke externe partijen spelen daarbij een belangrijke rol?

Antwoord

In de procedure die bij binnenkomst van een cliënt wordt gevolgd, zijn de afgelopen twee

jaar nogal wat veranderingen gekomen. Een cliënt kwam binnen bij de crisisopvang en

had een gesprek met een medewerker die globaal de problematiek inventariseerde. Van

het gesprek werd een intakeverslag gemaakt, de cliënt las dat verslag en na eventuele

wijzigingen tekende hij het en werd het opgeborgen in zijn dossier. Aanvankelijk gingen

aanvragen door de cliënt getekend naar Agathos, een thuiszorgorganisatie die door het

Leger des Heils was ingehuurd. Later naar het BIZ (bureau indicering en zorgtoewijzing,

een onderafdeling van Izec). Op een aanvullend A4-tje werd beargumenteerd waarom

voor deze cliënt een beroep op de AWBZ gedaan werd. Na 2005 veranderde de

procedure. Nu moeten alle AWBZ-medewerkers het volledige begeleidingstraject van

binnenkomst tot aan uitstroom met een cliënt lopen. Vanaf juli 2006 gaan de aanvragen

via het BIZ naar het CIZ voor de indicatiebepaling en een paar weken later met behulp

van een ander formulier naar het BIZ voor de zorgzwaartebepaling. De cliënt ondertekent

altijd. Sinds de zomer van 2006 kan op het formulier voor het CIZ als grondslag voor

AWBZ-zorg worden aangekruist psychiatrisch of psychosociaal. Soms maakt het CIZ een

andere keuze, bijvoorbeeld bepaalt als grondslag psychiatrische problematiek waar

psychosociaal probleem staat aangekruist. In het formulier dat de huisarts moest

tekenen voor verwijzing stond de formulering psychiatrische en/of psychosociale

problematiek, daar was geen keuzemogelijkheid.

Als intaker maakte mevrouw De V. samen met de cliënt een inschatting hoeveel AWBZzorg

nodig was, en deed een voorstel aan Agathos of BIZ, nu aan het CIZ. Daar wordt de

beslissing genomen.

Vraag

Ging u voor juli 2006 als mentor met de papieren van de cliënt naar de huisarts om hem

een verwijzing voor AWBZ-zorg te laten tekenen?

Antwoord

Dat klopt niet. In juni 2005 werd op de werkvloer bekend dat de huisarts een verwijsbrief Welke materiele controles door het zorgkantoor?

tekenen voor nieuwe aanvragen, omdat deze anders niet in behandeling zouden

worden genomen. Ook kregen de medewerkers te horen dat het zorgkantoor een

materiële controle zou gaan doen. Om die reden zouden vanaf januari 2005 al

verwijsbrieven getekend moeten zijn. Om in alle dossiers een verwijsbrief huisarts voor

AWBZ-zorg te hebben, moest een inhaalslag worden gemaakt. Op dat moment is een

stapel aanvragen vanuit de crisisopvang naar de huisarts gegaan, daar waren ook

aanvragen bij van cliënten die al weer uit de opvang waren. Reden daarvan was dat

binnen een paar dagen met terugwerkende kracht de verwijsbrieven moesten worden

geregeld. Een deel van de cliënten had de huisarts niet gezien omdat er geen verplichting

was voor de doelgroep om kennis te maken met de arts. Maar omdat het cliënten uit de

crisisopvang waren, alle cliënten een dossier hadden en het merendeel van hen ook al

een indicatie had, heeft de arts getekend. Indertijd hadden alle cliënten van de

crisisopvang een AWBZ-indicatie gekregen dus er werd alleen een extra handeling

25

uitgevoerd bij cliënten die al een indicatie hadden of in aanvraag waren (waarvoor ze

altijd hadden getekend). Mevrouw De V. begrijpt dat de klagers het niet prettig vinden

dat ze voor de verwijsbrief niet zelf bij de huisarts zijn geweest. Helaas kon het niet

anders omdat de materiële controle eraan kwam. Met elke cliënt in de crisisopvang met

een indicatie werd besproken of hij extra hulp wilde in de vorm van AWBZ-zorg naast de

normale maatschappelijke opvang (bed, bad en brood). Als een cliënt deze extra hulp

wilde, ging hij akkoord met een AWBZ-aanvraag en moest hij vanaf juni 2005 tot juli

2006 naar de huisarts voor een verwijsbrief. Van alle formulieren kregen cliënten in de

crisisopvang kopieën, maar er was weinig belangstelling om die goed door te lezen. Bij

begeleid wonen kwam het wel voor dat een cliënt weigerde naar de huisarts te gaan voor

een verwijsbrief. Het Leger des Heils kon cliënten daar niet toe dwingen. Vanaf juli 2006

is het probleem uit de wereld omdat de procedure is veranderd.

Vraag

Ging men bij begeleid wonen anders om met de situatie die in juni 2005 ontstond?

Antwoord

Ja. Bij begeleid wonen zijn cliënten verplicht een huisarts te hebben. In dat geval gaat

het om verschillende artsen. Daarom was er geen sprake van een bestand cliënten

waarvoor actie moest worden ondernomen. Het is onmogelijk dat bij begeleid wonen een

AWBZ-aanvraag tegen de wil van een cliënt is ingediend omdat daar een handtekening

van de cliënt voor nodig is. Alleen de verwijsbrief van de huisarts kan zonder

handtekening. Daar is kennelijk verwarring over.

Vraag

Hebben alle cliënten een AWBZ-indicatie nodig? Zeer verdacht

Antwoord

Alle cliënten hadden een ernstig psychosociale problematiek, dat valt onder de

grondslagen van de AWBZ. Nu het CIZ de besluiten neemt, wordt er meer afgewezen. Bij

sommige aanvragen van de crisis- en laagdrempelige opvang verbaast dat mevrouw De

V.. Als argument wordt bij de afwijzing gegeven dat de cliënt een beroep op voorliggende

voorzieningen kan doen. Het is een taak van het Leger des Heils aan te tonen waarom

dat niet werkt.

Een cliënt weet dat hem of haar een aantal uren AWBZ-zorg is toegewezen. Het gebeurt

echter dat de cliënt in de praktijk merkt dat er veel minder uren begeleiding worden

gegeven. Vaak is de oorzaak dat de cliënt vindt dat hij of zij het geïndiceerde aantal uren

niet nodig heeft. Dit leidt in bepaalde gevallen tot beschuldigingen richting het Leger des

Heils. Men denkt dat het Leger des Heils voor elk geïndiceerd uur betaald krijgt en weet

niet dat de betaling alleen voor geleverde uren zorg plaatsvindt.

Vraag aan de heer G., klager

Kunt u uitleggen waarom u er bezwaar tegen maakt dat een arts uw verwijzing voor de

AWBZ tekende met daarbij de opmerking dat u psychiatrische en psychosociale

problematiek heeft.

Antwoord

De heer G. vindt dat het Leger des Heils cliënten al het etiket van patiënt geeft voor er

een consult met een arts is geweest. Hij heeft deze arts slechts één keer voor zichzelf

gesproken in verband met een lichamelijk probleem. Er is nooit contact geweest over zijn

dakloze situatie. In juni 2005 kregen alle cliënten in de crisisopvang, intern begeleid

wonen en zelfstandig begeleid wonen een brief van het Leger des Heils. Daarin stond dat Criminle praktijken opgedrongen aan afhankelijke daklozen

het Leger des Heils bevoegd was de indicatiestelling te regelen voor cliënten met een

drugs- en alcoholverslaving en tijdelijke dakloosheid. Voor deze groep cliënten kreeg het

Leger des Heils geen AWBZ-middelen. Om die reden tekende de arts een formulier

waarin stond dat deze groep cliënten ernstige psychiatrische en psychosociale

problematiek had, zonder een consult met deze cliënten. De heer G., die toen al zeven

26

maanden in de dagopvang woonde, heeft aangegeven dat zijn enige probleem tijdelijke

dakloosheid was. Daarom is zijn formulier niet naar de arts gestuurd, die van de rest van

de cliënten wel.

Er zijn formulieren geantedateerd om per 1 januari 2005 een AWBZ-uitkering te krijgen.

Cliënten hebben heel veel moeite met de grond psychiatrische en/of psychosociale

problematiek. Tijdens een hoorzitting zegt een mentor/trajectbegeleider van het Leger

des Heils in Zwolle hierover het volgende:

Vraag aan mevrouw De V., mentor/trajectbegeleider bij het Leger des Heils

Hoe krijgen cliënten met weerstand tegen een aanvraag toch de juiste hulp?

Antwoord

Vooral bij de ambulante hulpverlening is veel weerstand tegen de AWBZ-aanvraag. Na

verloop van tijd wordt het cliënten wel duidelijk dat ze nog te kwetsbaar zijn om zonder

begeleiding van het Leger des Heils verder te gaan. Mede door de tekst op formulieren

en in brieven waardoor cliënten standaard een psychiatrisch etiket krijgen opgeplakt, is

er weerstand tegen de AWBZ-zorg. Het maakt cliënten bang voor de toekomst, het voelt

alsof ze gek verklaard zijn. Medewerkers kunnen psychosociale problematiek wel

uitleggen aan cliënten. Maar psychiatrie, ziekte of een handicap niet, zeker niet bij

begeleid wonen. Gelukkig is de tekst van de CIZ-brieven onlangs aangepast.

2.2.6 Rol zorgkantoor

Het Leger des Heils maakt afspraken met het zorgkantoor ’t Gooi over het totale aantal Zie onderaan de rol van het Zorgkantoor algemene Rekenkamer 2001

uren AWBZ-zorg dat het Leger des Heils in een bepaald jaar betaald krijgt nadat nog steeds actueel 2011 geen toezicht op zorgaanbod

gebleken is dat die zorg ook is gegeven. Het Leger des Heils verantwoordt de geleverde

zorg naar het zorgkantoor en naar het CAZ. Volgens het Zorgkantoor wordt het Leger

des Heils door hen gezien als een betrouwbare organisatie die gedreven is de doelgroep

met in achtname van de spelregels te helpen. Men heeft een goede administratieve

verantwoording, is open als er problemen zijn, werkt steeds aan verbeteringen van het

administratieve proces en stelt hoge eisen aan eigen certificering. Tijdens de hoorzitting

van de commissie verklaarde de heer Z. van zorgkantoor ’t Gooi het volgende:

Vraag aan de heer Z., contactpersoon zorgkantoor voor het Leger des Heils

Met welk zorgkantoor heeft het Leger des Heils te maken en wat is uw rol daarin?

Antwoord

Het zorgkantoor regio ’t Gooi sluit contracten met het Leger des Heils af over

maatschappelijke opvang en thuiszorg. Reden daarvoor is dat dit het zorgkantoor is in de

regio waar het hoofdkantoor van het Leger des Heils is gevestigd. Deze afspraken gelden

voor heel Nederland. De heer Z. is contactpersoon voor het Leger des Heils en

verantwoordelijk voor de contracten voor de maatschappelijke opvang en thuiszorg met

het Leger des Heils. Ook andere zorgkantoren hebben contacten met het leger des Heils.

Dan betreft het intramurale organisaties zoals RIBW’s en verzorgingshuizen.

Vraag

Hoe komen contracten met het Leger des Heils tot stand?

Antwoord

Het zorgkantoor koopt voor haar eigen regio de zorg in die naar verwachting nodig is

voor AWBZ-indicaties. Voor de zorg die buiten de regio wordt geleverd, is het

zorgkantoor in die regio verantwoordelijk. Voor het Leger des Heils in regio Zwolle stelt

het zorgkantoor Zwolle de zorgbehoefte vast en meldt het aantal in te kopen uren zorg te

leveren door het Leger des Heils bij het zorgkantoor ‘t Gooi. De heer Z. neemt dit aantal

uren mee in de afspraken die jaarlijks bij de NZa worden ingediend. Als het dezelfde

hoeveelheid zorg is als het vorige jaar is geleverd dan is het zorgkantoor al in bezit van

27

de bijbehorende financiën. Wanneer het om meer zorg gaat, geeft het zorgkantoor

Zwolle het bijbehorende budget uit eigen regiobudget aan het zorgkantoor ’t Gooi, dat

afspraken maakt met het Leger des Heils.

Vraag

Klanten in Zwolle klagen dat minder zorg wordt geleverd dan is geïndiceerd. Kan dat en

welke uren worden dan gedeclareerd?

Antwoord

Het komt in de maatschappelijke opvang regelmatig voor dat er minder uren worden

geleverd dan is geïndiceerd. Bijvoorbeeld wanneer een cliënt zelf minder uren wil

hebben. In een dergelijk geval worden in het zorgplan minder uren zorg beschreven en

wordt alleen het aantal geleverde uren gedeclareerd. Theoretisch is het mogelijk dat

meer uren worden gedeclareerd. Het zorgkantoor maakt jaarlijkse afspraken met het

Leger des Heils over het budget en betaalt op grond van de opgave van geleverde zorg

door het Leger des Heils. Elke vier weken levert het Leger des Heils productiegegevens

aan en wordt indien nodig het voorschot bijgesteld. Verschillende controles worden

uitgevoerd, die hebben nog niet allemaal plaatsgevonden. Voorbeelden van controles

zijn:

· In de accountantsverklaring nagaan of de in rekening gebrachte productie is

geleverd.

· Het vergelijken van productiegegevens die bij het zorgkantoor zijn aangeleverd met

die bij het CAK zijn aangeleverd voor de eigen bijdrage.

· Materiële controle. Elk jaar bedenkt het zorgkantoor welke instellingen op welke

producten worden gecontroleerd, vraagt deze gegevens op bij die instellingen en gaat

bij de instellingen op bezoek.

In maart 2006 is door het zorgkantoor een materiële controle afgerond naar de

rechtmatigheid van de gedeclareerde zorg in maart 2005. Door het opvragen en

beoordelen van een 30-tal indicaties en het controleren of de gedeclareerde zorg

overeenkomt met de geïndiceerde hoeveelheid zorg is vastgesteld dat de gedeclareerde

zorg voldoet aan de rechtmatigheidseisen van de indicatie. In 2005 werd een dergelijke

controle wel uitgevoerd bij een aantal andere instellingen maar het bleek niet goed

mogelijk er consequenties aan te verbinden, waardoor de controle weinig zinvol was. Uit

een discussie met het ministerie van VWS bleek dat daar waar over 2006 geen indicaties

aanwezig waren het zorgkantoor voor de productie niet financieel mocht corrigeren

Alleen waar ontoereikende indicaties aanwezig waren mocht worden gecorrigeerd, dus

waar meer geleverd was dan was geïndiceerd. Over 2007 is de situatie veranderd en kan

het zorgkantoor daadwerkelijk consequenties verbinden aan de controles.

Vraag

Mag het zorgkantoor financieel bijstellen wanneer meer zorg is geleverd dan is

afgesproken?

Antwoord

Nee, wanneer een indicatie ontbrak, mochten daar geen consequenties aan wordToegegeven,er vinden geen materiele controles plaats door het zorgkantoor

verbonden (alleen tot en met 2005), daardoor werd de voortgang van de materiële

controle niet bevorderd. Er zijn meer organisaties dan het Leger des Heils waar geen

controle is verricht. Het zorgkantoor maakt op grond van de risico’s een inschatting waar

te controleren, soms wordt een bepaald product gecontroleerd.

Vraag

Welke indruk maakt het Leger des Heils qua verantwoordelijkheid en het nakomen van

afspraken op u? En hoe is dat in vergelijking met andere organisaties in de

maatschappelijke opvang?

Antwoord

De heer Z. ziet het Leger des Heils als een betrouwbare en gedreven organisatie die zich

vooral richt op een specifieke doelgroep. Het Leger des Heils probeert met alle

28

mogelijkheden binnen de wet- en regelgeving en volgens de spelregels deze doelgroep

van zorg te voorzien. Het Leger des Heils opereert op het snijvlak van een aantal

domeinen en loopt daarbij soms tegen problemen aan. Bijvoorbeeld dat in de ene regio

wel een indicatie beschikbaar wordt gesteld en in de andere niet. Er is regelmatig contact

tussen het zorgkantoor en de medewerkers die zich bezig houden met de

administratieve verantwoording.

De heer Z. heeft geen enkele reden te veronderstellen dat het Leger des Heils zich

minder verantwoordelijk opstelt dan andere organisaties. Hij merkt dat het Leger des

Heils voortdurend bezig is de administratieve processen te verbeteren en altijd meewerkt

om aan de regels te kunnen voldoen.

Vraag

Heeft u wel eens te maken met de eigen bijdrage problematiek in de maatschappelijke

opvang?

Antwoord

Dat is niet het geval. Het is bekend dat er pensionbijdragen zijn maar de problematiek

daar omheen kent de heer Z. niet. Wel is in zijn algemeenheid gesproken over de vraag

of cumulatie van eigen bijdrage tot problemen leidt. Het kan voorkomen dat cliënten die

verhuizen van een intramurale naar een extramurale situatie met zoveel kosten te

maken krijgen dat ze minder geld ter beschikking hebben. Omdat ze in een intramurale

situatie een gegarandeerd bedrag aan zakgeld krijgen. Voor de Wmo en de AWBZ wordt

dit voorkomen door in de Wmo en de AWBZ alle eigen bijdrage via het CAK te laten

lopen. Maar cumulatie is er, behalve tussen de AWBZ- en de individuele Wmovoorzieningen,

nog steeds. Theoretisch is de oplossing: laat alle cliënten maximaal

gebruik maken van alle bijdrage- en toeslagenregelingen (landelijk en lokaal). Maar lang

niet iedereen is in staat daarvoor de verschillende loketten af te gaan.

Vraag

Is het een verbetering voor de maatschappelijke opvang als de gemeente de eigen

bijdrage bepaalt en het CAK deze int?

Antwoord

Om de cumulatie weg te halen, is het theoretisch een goede gedachte. De gemeente

betaalt de bed, bad en brood bijdrage en voor het verblijf wordt een eigen bijdrage

geheven. De zorgaanbieder kan ervan afzien de eigen bijdrage te vragen wanneer hij

gecompenseerd wordt door de gemeente. De gemeente wordt gecompenseerd doordat ze

het CAK een eigen bijdrage oplegt. Voor de cliënt haal je zo de cumulatie weg maar de

heer Z. is ervan overtuigd dat er enige uitvoeringsproblemen aan dit systeem vast zitten.

Het voordeel voor de instellingen is dat er minder financiële relatie is met de cliënt omdat

ze geen bijdrage bij de cliënt hoeven te vragen. Daarmee raakt de instelling ook de post

dubieuze debiteuren kwijt. Voor cliënten die slechts korte tijd bij het Leger des Heils

verblijven of er alleen slapen, is het lastiger en duurder via het CAK te innen.

Vraag

Gaat het zorgkantoor naar aanleiding van de problemen binnenkort een materiële

controle bij het Leger des Heils uitvoeren?

Antwoord

De heer Z. acht dat wel waarschijnlijk. Hij verwacht niet dat er iets mis is bij het Leger

des Heils. Een controle kan beter staven dat alles goed gaat dan nu het geval is. Hij is

geschrokken van de manier waarop deze klachten naar buiten zijn gekomen. Dat heeft

hem aan het denken gezet om strakkere afspraken te gaan maken over controles.

Afweging is dat de heer Z. aan de ene kant de uitkomsten van de commissie onderzoek

zorgverlening en zorgdeclaratie aan dak- en thuislozen door het Leger des Heils wil

afwachten alvorens onderzoek bij het Leger des Heils te doen. Aan de andere kant is het

Leger des Heils onderhand weer aan de beurt voor een onderzoek.

Vraag

Vindt u dat de indicatiestelling, zorgtoewijzing en zorglevering in de maatschappelijke

opvang op de juiste wijze plaatsvinden?

29

Antwoord

De afgelopen jaren is er veel verbeterd in de indicatiestelling en die verbetering zet zich

nog steeds voort. Het CIZ heeft het aantal regiobureaus teruggebracht naar zes en er

wordt steeds meer centraal aangestuurd. Door de invoering van de AWBZ heeft iedereen

hetzelfde recht op zorg gekregen. Het CIZ heeft de opdracht protocollen te ontwikkelen

voor identieke indicatie in het hele land omdat in de praktijk blijkt dat de regiobureaus op

verschillende wijze omgaan met bijvoorbeeld de vraag wanneer wel en wanneer niet te

indiceren. Het Leger des Heils loopt daar tegenaan en weet niet of een cliënt wel of niet

recht heeft op zorg. Het zorgkantoor overlegt in zo’n geval met het CIZ.

Vraag

Zijn er problemen in de uitvoering na de indicatiestelling?

Antwoord

Geen problemen die niet door een gesprek met de uitvoeringsorganisatie van de zorg

kunnen worden opgelost. Het Leger des Heils houdt zich aan de spelregels en declareert

alleen datgene dat is toegestaan. Er zijn discussies geweest of de doelgroep wel bij de

AWBZ thuishoort. Wanneer er geen uniforme regels zijn, heeft het Leger des Heils zich

steeds neergelegd bij de standpunten van het zorgkantoor.

In de praktijk is het aantal uren geïndiceerde zorg hoger dan het aantal uren dat op

grond van de afspraken met het zorgkantoor kan worden geleverd. Het Leger des Heils

moet dus de schaarste aan uren verdelen over de cliënten in de maatschappelijke

opvang. Dat gebeurt zo rechtvaardig mogelijk, maar de meest dringende gevallen krijgen

relatief de meeste hulp. Tijdens de hoorzitting van de heer S., manager primair proces

van de maatschappelijke opvang bij het Leger des Heils in Zwolle, kwam het volgende

naar voren:

Vraag aan de heer S., manager primair proces bij de maatschappelijke opvang

van het Leger des Heils in Zwolle

Wie controleert of de geïndiceerde hulp daadwerkelijk wordt gegeven?

Antwoord

Wanneer een indicatie van het CIZ binnenkomt, gaat deze via de trajectleider naar de

medewerker die de cliënt begeleidt. Helaas worden er meer uren geïndiceerd dan

waarvoor het Leger des Heils budget heeft gekregen van het zorgkantoor. Daarom moet

er worden verdeeld. De begeleiders registreren alle uren die ze aan cliënten besteden. Na

vier weken toetst de leidinggevende de aan een cliënt geleverde uren en kijkt of dit

rechtmatig is gebeurd. Vervolgens fiatteert de leidinggevende de uren. De registratie

gaat naar het interne zorgtoewijzingsbureau dat nogmaals toetst. Op deze manier is heel

helder inzichtelijk te maken welke tijd en energie aan elke cliënt wordt besteed.

Vraag

Wanneer slechts een gedeelte van de geïndiceerde hulp wordt verleend, wordt alleen dat

deel gedeclareerd?

Antwoord

Dat klopt. Medewerkers moeten zich dagelijks afvragen welke cliënt op dat moment de

meeste zorg nodig heeft. Daarom krijgt de ene cliënt, omdat de nood daar veel hoger is,

het maximale van zijn indicatie en de andere minder.

Soms willen cliënten minder uren hulp dan waarvoor ze zijn geïndiceerd. Bij het

zorgkantoor worden alleen geleverde uren gedeclareerd en niet meer dan de gemaakte

afspraken tussen het zorgkantoor en het Leger des Heils mogelijk maken.

30

2.2.7 Bevindingen rond de indicatiestelling n.a.v. onderzoek van PwC

Na onderzoek komt PwC tot de volgende conclusie met betrekking tot het indiceren,

leveren en registreren van zorg:

Wij hebben geen aanwijzingen gevonden dat het Leger des Heils met betrekking tot het

indiceren, leveren en registreren van zorg in strijd met geldende regelgeving heeft

gehandeld. Ook is niet gebleken dat de geuite beschuldigingen terecht zijn en dat AWBZ

gelden (structureel) niet worden besteed aan doelen waarvoor zij bestemd zijn. Er zijn

geen aanwijzingen gevonden voor onrechtmatigheden of onregelmatigheden.

Wij plaatsen hierbij wel de opmerking dat uit ons onderzoek is gebleken dat de geleverde

zorg in een aantal specifieke gevallen zich aan de ondergrens (minimum) van de

geïndiceerde zorg bevindt. Ten aanzien van de heer G. geldt dat het aantal geleverde en

gedeclareerde uren onder de minimumgrens ligt van het aantal voor hem geïndiceerde

zorguren. Hierbij speelt een rol dat sommige cliënten in de praktijk zorgmijdend zijn en

niet altijd gebruik willen maken van hun zorgrechten. Daarnaast kampte het Leger des

Heils in het verleden met capaciteitsproblemen, waardoor het niet altijd mogelijk was

geïndiceerde uren te leveren.

In het kader van ons onderzoek is geconstateerd dat een aantal verbeteringen mogelijk

zijn. Er bestaat relatief veel onduidelijkheid met betrekking tot het indiceren, leveren en

declareren van zorg met name bij (ex)-cliënten. Wij raden het Leger des Heils aan de

transparantie te verhogen en in overleg met betrokken partijen naar mogelijkheden te

zoeken ter verbetering van de communicatie.

De laatste jaren zijn door het Leger des Heils vele maatregelen getroffen ter verbetering

van de registratie en verantwoording van zorgverlening. Zo wordt periodiek

gerapporteerd omtrent bijvoorbeeld inzet van de bestede uren en in hoeverre deze (al

dan niet) binnen de bandbreedte van de indicatie/registratie van een individuele cliënt

vallen. Onderlinge afwijkingen tussen geïndiceerde en geleverde zorg worden

gesignaleerd, geregistreerd en opgevolgd.

Wij raden het Leger des Heils aan in de toekomst over te gaan tot een sluitende

urenregistratie van medewerkers, zodat onder andere ook de uren die hulpverleners

besteden aan begeleiding van cliënten (in het kader van de bijzondere bijstand) worden

geregistreerd. Dit vergroot niet alleen het bedrijfseconomisch inzicht, maar maakt ook de

verificatie-mogelijkheden achteraf groter.

Uit interviews met betrokkenen blijkt dat opvanginstellingen, waaronder het Leger des

Heils, veel tijd en moeite (dienen te) steken in het navolgen van regelgeving. Elke

verandering ten aanzien van bijvoorbeeld de wijze van indicatiestelling of

zorgfinanciering heeft belangrijke impact op bedrijfsvoering van de opvanginstellingen.

Het Leger des Heils is daarbij, net als andere instellingen voortdurend op zoek zijn naar

een balans tussen het enerzijds naleven van regels en het anderzijds op peil houden van

de kwaliteit van de dienstverlening.

De ontwikkelingen in de zorgsector, bijvoorbeeld ten aanzien van de AWBZ

bekostigingssystematiek volgen elkaar in rap tempo op. Er is sprake van veel en

voortdurend veranderende regelgeving. Naar verwachting zal in de toekomst meer

marktwerking ontstaan. Dit vergt aanpassingen van de organisatie van het Leger des

Heils. De organisatie dient kritisch naar zichzelf te kijken. Daartegenover staat dat de

laatste jaren de organisatie van het Leger des Heils al sterk is geprofessionaliseerd en

veel maatregelen reeds zijn getroffen. De organisatie heeft hiermee naar onze mening in

ruim voldoende mate blijk gegeven van een hoog adaptie- en aanpassingsvermogen.

Het Leger des Heils wordt op verschillende wijzen gecontroleerd op de geleverde zorg.

Allereerst moet een externe accountant de administratie controleren en goedkeuren.

31

Daarnaast moeten de gegevens betreffende de geleverde zorg aan het Zorgkantoor

worden verstrekt.

Rond de controle en verantwoording merkt PwC na eigen onderzoek op:

Uit ons onderzoek blijkt dat de controlerende instanties, de controlerend accountant en

het Leger des Heils zelf belangrijke punten ter verbetering in registraties, controles,

procedures en verantwoordingen identificeren. Er zijn echter geen aanwijzingen die

duiden op onrechtmatigheden.

Onze indruk is dat deze zaken door het Leger des Heils serieus ter harte worden

genomen en de organisatie voortdurend, onder de gegeven omstandigheden waarbij

belangrijke ontwikkelingen in de sector elkaar snel opvolgen, gericht is op en

maatregelen treft ter versterking van de organisatie.

2.3 Klachtrecht en cliëntenraden

In de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (WMCZ) van 29 februari 1996 is

bepaald dat zorgaanbieders voor elke instelling een cliëntenraad dienen in te stellen om

de gemeenschappelijke belangen van de cliënten te behartigen. De samenstelling van

een cliëntenraad moet redelijkerwijs representatief zijn voor de cliënten in de instelling

en redelijkerwijs in staat worden geacht om de gemeenschappelijke belangen van de

cliënten te behartigen. In maart 2006 is een wetsvoorstel tot wijziging van de WMCZ

bekend gemaakt met de volgende onderdelen:

– instellingen moeten genoeg geld beschikbaar stellen om een cliëntenraad te laten

functioneren;

– niet alleen bewoners, maar ook familieleden kunnen zich verkiesbaar stellen voor

de cliëntenraden.

Het Leger des Heils heeft voor de regio Zwolle een cliëntenraad ingesteld en gefaciliteerd.

Tijdens de hoorzitting vertelde deze cliëntenraad dat het in de dagelijkse praktijk lastig is

om een goed werkende cliëntenraad vorm te geven.

Vorig jaar is er een doorstart van de cliëntenraad geweest. De raad is nu bezig een weg

te vinden om op een zelfstandige en onafhankelijke wijze binnen het Leger des Heils te

opereren Het kost bijvoorbeeld tijd het vertrouwen van de achterban te winnen. Daarom

is het voorbarig te zeggen dat de cliëntenraad niet goed functioneert.

Daarnaast is het lastig om binnen het Leger des Heils een cliëntenraad op te zetten. Dat

heeft te maken met de mensen die bij het Leger des Heils wonen en hun

omstandigheden. Binnen het Leger des Heils is men druk bezig met de opzet van meer

cliëntenraden, de instelling werkt daar zelf hard aan mee. Dat er een cultuuromslag moet

komen bij het Leger des Heils is waar, het is straks een taak voor de cliëntenraden

daaraan mee te werken.

De overheid ziet in het klachtrecht een onmisbare en nuttige bron voor signalen vanuit

de samenleving. Het klachtrecht van burgers over de overheid is vastgelegd in de

Algemene wet bestuursrecht (Awb). De wetgever heeft afgezien van een juridische

omschrijving van het begrip klacht om zo onnodig formalisme over de vraag of een

signaal van een burger wel een klacht is te voorkomen. Verder geldt bij een klacht over

de overheid dat de klacht snel moet worden opgepakt en binnen een voorgeschreven

termijn moet zijn afgehandeld.

De wetgever heeft met de invoering van het klachtrecht over de overheid ook een

preventief effect beoogd: ter voorkoming van klachten moeten ambtenaren en

bestuurders alert zijn in hun omgang met burgers.

Het Leger des Heils kent eveneens een klachtenregeling en heeft in diverse regio’s

klachtencommissies ingesteld, zo ook voor de Centra voor Wonen, Zorg en Welzijn

Veluwe/IJsselstreek waar de klacht van de heer G. zich afspeelt. Alle cliënten die in

32

traject worden genomen, krijgen een folder van de klachtenregeling van het Leger des

Heils.

Wat de wijze van klachtenafhandeling door het Leger des Heils betreft komt uit de

diverse hoorzittingen het beeld naar voren dat signalen niet direct als een klacht worden

onderkend, de afhandeling traag is en formalistisch overkomt en dat een klacht niet altijd

in specifieke klachtonderdelen wordt opgesplitst en afgehandeld.

De heer G. zei tijdens de hoorzitting over de klachtafhandeling:

“Na lange tijd is het mij gelukt met de directeur van het CWZW te spreken. Tijdens dat

gesprek kreeg ik te horen dat ik geen geld terug kan krijgen. Daarom heb ik contact

opgenomen met het bureau voor rechtshulp.”

Vraag aan de heer G., klager

Heeft u toen informatie gekregen over het bestaan van een onafhankelijke

klachtencommissie?

Antwoord

De heer G. geeft aan dat hij ongetwijfeld bij binnenkomst bij het Leger des Heils een

dergelijke folder heeft gekregen. Maar in dat stadium drong die informatie nog niet door.

Zijn klacht is niet verder gekomen dan bij de cliëntenraad, die vooral bestaat uit leden

die nog afhankelijk zijn van de hulpverlening van het Leger des Heils. Waardoor ze onder

druk staan. Pas na indiening van zijn rapport van 29 mei 2006 kwam ter sprake dat hij

zich niet met zijn klacht tot de klachtencommissie had gewend. Op dat moment heeft de

heer G. contact met een advocaat gezocht omdat het om financiële onrechtmatigheden

gaat, die bij het wettelijk strafrecht thuishoren. Naar de mening van deze advocaat was

zijn klacht terecht.

Een andere cliënt, de heer F., verstrekte de commissie de volgende informatie:

Vraag aan de heer F., cliënt van het Leger des Heils

Heeft het Leger des Heils niet uitgelegd waarvoor de financiën werden gebruikt,

bijvoorbeeld begeleiding, het huren van huizen e.d. Dat daarnaast zelfs een subsidie van

de gemeente nodig was om het hoofd boven water te houden?

Antwoord

Vragen daarover werden altijd weggewuifd. Speciaal over inkomsten. Dat wekte veel

frustratie op, hoe kan je dan leren inzicht te krijgen in je financiën en ermee om te gaan.

Nadat de heer F. bij een juridisch loket was geweest werden er wel zaken betaald en

maakte het Leger des Heils excuses. Zijn partner kreeg een betalingsachterstand van

negen maanden bij haar ziektekostenverzekeriaar. Het Leger des Heils had daarvoor

geen geld gereserveerd en had niet betaald. Als ze daarover praatte met medewerkers

van het Leger des Heils kreeg ze te horen dat ze zelf eindverantwoordelijk was.

Uiteindelijk is het wel betaald en heeft ook hier het Leger des Heils excuses aangeboden.

Maar het heeft veel stress gegeven en het ondermijnt het vertrouwen.

Vraag

Is naar aanleiding van de klachten dat er zo weinig overblijft van de uitkering en dat de

eigen bijdrage zo hoog is nooit uitgelegd dat het gaat om een gemiddeld bedrag dat

nodig is voor de hele begeleiding van crisisopvang tot en met begeleid wonen?

Antwoord

Dat is niet duidelijk geworden. Veel frustratie gaf dat het Leger des Heils subsidie krijgt

voor vervanging van de inventaris maar daar heel weinig mee deed. Steeds waren er

zaken kapot maar ze werden niet vervangen.

Vraag

Kon u met klachten bij de mentor terecht?

33

Antwoord

Dat kon wel maar elke klacht werd doorverteld aan een leidinggevende. Wanneer een

klacht naar de cliëntenraad ging, hoorden ze daar niets meer van. Soms werden de

problemen daardoor steeds groter.

Mevrouw V. van het Leger des Heils zei over de wijze van klachtafhandeling:

Vraag aan mevrouw V., directeur van de Stichting Leger des Heils Welzijns- en

Gezondheidszorg

Welke acties heeft u ondernomen om de klacht van de heer G. op te lossen?

Antwoord

Na de eerste brief (zonder het dikke rapport) heeft mevrouw V. bij de werkeenheid

geïnformeerd wat er aan de hand was en wat er was gedaan om het probleem op te

lossen. Daarna heeft ze aan de heer G. gemeld dat, als hij niet met de leidinggevende

van zijn begeleider en met de directeur van de werkeenheid tot een oplossing kon komen

hij de klacht bij de klachtencommissie kon inbrengen.

De heer Van T. schetste tijdens de hoorzitting de intake van de klacht van de heer G..

Hieruit blijkt dat het Leger des Heils, na kennis te hebben genomen van de klachtbrief

van de heer G., aan betrokkene heeft gevraagd of het een klacht was als bedoeld in het

klachtrecht.

Vraag aan de heer Van T., adjunct-directeur van de Stichting Leger des Heils

Welzijns- en gezondheidszorg

U bent adjunct-directeur van het Leger des Heils en als zodanig verantwoordelijk voor

met name het financiële gedeelte van de stichting Leger des Heils Welzijn en

Gezondheidszorg. Wanneer hoorde u van de problemen in Zwolle?

Antwoord

Half 2006 kwamen brieven van de heer G. terecht op het kantoor in Almere bij de

medewerker die klachten behandeld. Contact werd opgenomen met de werkeenheid om

na te gaan wat daar met de klachten was gebeurd. Vervolgens is aan de klager gevraagd

of het een klacht was als bedoeld in het klachtrecht. Op basis daarvan is de klacht

opgepakt. Helaas had de heer G. zijn klacht al breed verspreid, onder andere bij de

media, waardoor er sprake was van escalatie. In eerste instantie werd vastgesteld dat de

klacht over de hoogte van de eigen bijdrage ging. Na controle bleek de werkeenheid de

normale eigen bijdrage te hebben geïnd. De werkeenheid heeft daar vele malen met de

heer G. over gesproken.

De wijze van klachtenafhandeling door het Leger des Heils kwam in de hoorzitting met de

heer De P. van de gemeente Zwolle als volgt aan de orde:

Vraag aan de heer De P., beleidsadviseur Participatie en Zorg bij de gemeente

Zwolle

Komen de klachten van cliënten uit Zwolle als een verrassing? Heeft u een verklaring hoe

ze kunnen zijn ontstaan en denkt u dat de discussie was te keren?

Antwoord

Het is niet ongebruikelijk dat sommige mensen ontevreden zijn over de opvang. De heer

De P. denkt dat er vanuit de gemeente wat sneller of adequater gereageerd had kunnen

worden. Daarnaast heeft de betrokken wethouder aangegeven dat het Leger des Heils

adequater had kunnen reageren. Het door een cliënt aan de gemeenteraad aangeleverde

dossier staat vol verwijten naar het Leger des Heils over onder andere de

indicatiestelling. Daarop is door het Leger des Heils nauwelijks gereageerd. Op verzoek

was het Leger des Heils aanwezig bij de raadsvergadering waarin de klachten van de

dak- en thuislozen werden besproken en heeft een aantal zaken schriftelijk vastgelegd.

34

Het beeld dat het Leger des Heils zelf over de klachtenafhandeling heeft, is overwegend

positief, zoals blijkt uit wat de heer S. van het Leger des Heils op de hoorzitting naar

voren bracht. De beleving of cliënten makkelijk klachten durven te uiten, was voor de

heer S. moeilijk te toetsen.

Vraag aan de heer S., manager primair proces bij de maatschappelijke opvang

van het Leger des Heils in Zwolle

Vindt u dat er in Zwolle een goed werkende klachtencommissie is? En is die voor cliënten

toegankelijk genoeg?

Antwoord

Dat is het geval, veel cliënten maken er gebruik van. Iedere cliënt krijgt bij binnenkomst

in de opvang een folder met de klachtenprocedure. De klachtencommissie bestaat uit een

onafhankelijk voorzitter en een aantal collega’s uit de werkeenheden in het oosten van

het land. Wanneer een klacht binnenkomt, bekijken de clustermanager en de directeur

wat er aan de hand is. Leidt dat niet tot de gewenste oplossing van de klacht, dan gaat

de klacht naar de klachtencommissie. Vervolgens onderzoeken de voorzitter en een lid

van de commissie de klacht. Deze procedure is voor cliënten goed te volgen. Dat blijkt

uit het feit dat aardig wat cliënten gebruik maken van de klachtencommissie.

Vraag

Denkt u dat cliënten hun klachten gemakkelijk durven te uiten?

Antwoord

De beleving is moeilijk te toetsen voor de heer S.. In de praktijk heeft hij de indruk dat

het Leger des Heils een vrij open organisatie is, die waardering heeft voor het feit dat

cliënten hun klachten willen uiten. Hij wordt regelmatig aangesproken door cliënten die

hun wensen of vragen bij hem neerleggen. Iedere klacht beschouwt hij als een kans om

te proberen de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren. Dit is geen nieuwe cultuur,

de meeste clustermanagers hebben al langer regulier overleg over bijvoorbeeld de

kwaliteit van zorg met de cliënten. De heer S. had liever gezien dat de cliënt bij hem was

gekomen om de klachten uit te spreken in plaats van naar de pers te gaan. Maar

kennelijk ziet de cliënt geen andere manier om zijn klacht te ventileren en is dit een

signaal dat hij zich niet veilig voelt om zijn klacht binnen de organisatie te melden.

Gelukkig komt dat weinig voor.

35

Hoofdstuk 3

3. Toetsing bevindingen aan regelgeving, redelijkheid en billijkheid

3.1 Eigen bijdragen

De bepaling van de hoogte van de eigen bijdragen voor de woonvoorzieningen van het

Leger des Heils in Zwolle vindt op een redelijke en billijke wijze plaats. Er is op dit punt

geen landelijk geldende regelgeving. Het Leger des Heils heeft daarom ook geen wettelijk

vastgestelde regels overtreden. Andere aanbieders van maatschappelijke opvang in

Nederland voeren op het punt van de eigen bijdragen geen wezenlijk ander beleid dan

het Leger des Heils in Zwolle. Er ontstaat hierover wel discussie onder cliënten omdat de

eigen bijdragen per regio verschillen. Dit leidt tot minder transparantie voor de cliënten.

Een discussie over de eigen bijdragen zoals nu gaande is bij het Leger des Heils in Zwolle

kan even goed plaatsvinden bij een andere aanbieder in een andere regio

Jaarlijks moet het Leger des Heils in Zwolle in overleg met de gemeente Zwolle een

begroting voor de maatschappelijke opvang vaststellen waarvan de eigen bijdragen van

de cliënten een substantieel onderdeel zijn. Deze eigen bijdragen zijn samen met

AWBZ-inkomsten in de maatschappelijke opvang onvoldoende om de kosten van de

maatschappelijke opvang in Zwolle te dekken. Voor een dekkende exploitatie is

daarnaast een forse gemeentelijke subsidie nodig. Ook heeft de gemeente Zwolle een

aantal jaren de exploitatie sluitend helpen maken via de bijzondere bijstand. Zonder deze

bijzondere bijstand was een sluitende exploitatie niet mogelijk geweest. Wel is het de

vraag of de financiering via de bijzondere bijstand de meest gelukkige is gezien het

individuele karakter van de bijzondere bijstand en het collectieve karakter van de

maatschappelijke opvang. Voor het jaar 2007 is de aan de cliënt gekoppelde bijzondere

bijstand door de gemeente Zwolle vervangen door een extra subsidiebedrag voor de

maatschappelijke opvang van ongeveer dezelfde grootte, afkomstig uit de begrotingspost

bijzondere bijstand bij de gemeente. Dit verhoogt voor de cliënt de transparantie en

voorkomt discussies over afschrijvingen van meubilair die er eigenlijk niet toe doen.

Immers het punt is niet primair dat de afschrijving moet kloppen; het primaire belang

van cliënten in Zwolle is kwalitatief goede maatschappelijke opvang en het blijven

voortbestaan daarvan.

De maatschappelijke opvang is een collectieve voorziening. Voor collectieve

voorzieningen gelden geen individuele huurovereenkomsten en kan geen vrijstelling van

belastingaanslagen worden verleend op grond van de inkomenssituatie van de individuele

huurder. Om de maatschappelijke opvang te ondersteunen heeft de Kamer met de motie

Van Gent individuele huursubsidie mogelijk gemaakt voor begeleid wonen in de

maatschappelijke opvang. Hiervoor zijn huurovereenkomsten nodig en dit binnen de

collectieve keten van de maatschappelijke opvang. Dit leidt tot discussies en vragen

zoals in Zwolle is gebeurd. De klagers zeggen bijvoorbeeld dat de leegstand voor

rekening van de verhuurder, in casu de woningstichting komt. Dit is juist wanneer het

om individuele huurovereenkomsten gaat. Het is echter anders wanneer de

maatschappelijke opvang als collectieve voorziening wordt aangemerkt. Het openstellen

van de individuele huursubsidie voor de maatschappelijke opvang heeft deze voor de

cliënten weinig transparante situatie doen ontstaan.

3.2 Indicatiestelling

De regelgeving rond de indicatie is de afgelopen jaren meerdere malen veranderd. Eerst

gold de RIO-indicatie, vervolgens was er een periode tot juni 2006 waarin het Leger des

Heils zelf mocht indiceren en thans is de indicatiestelling bij het CIZ neergelegd. De

klachten van de cliënten betreffen de periode dat het Leger des Heils zelf de indicaties

mocht stellen. Voor de indicatiestelling door het Leger des Heils was een verwijzing door

36

een huisarts vereist. Deze verwijzingen hebben zorgvuldig en integer plaatsgevonden. De

huisarts heeft geprobeerd steeds de cliënten bij binnenkomst bij het Leger des Heils in

Zwolle te zien. Dit is maar voor 50% gelukt met name omdat cliënten de huisarts niet

willen raadplegen. Omdat voor ABWZ-zorg en indicatie een verwijzing van de huisarts

nodig was, heeft het Leger des Heils in Zwolle op een bepaald moment voor alle cliënten

die AWBZ-hulp kregen of moesten krijgen die verwijzing aangevraagd. Dit was voor de

bestaande cliënten die reeds AWBZ-zorg kregen niet nodig geweest.

Op voorstel van de mentor van het Leger des Heils heeft de betrokken huisarts de

verwijzing naar de AWBZ-zorg op psychiatrische en/of psychosociale gronden gedaan.

De huisarts deed deze verwijzingen op aanvraag van de mentor vanuit het Leger des

Heils in Zwolle zonder dat de arts in alle gevallen de betrokken cliënten persoonlijk had

gezien. De arts meende dit te kunnen doen omdat hij de cliëntenpopulatie in de

maatschappelijke opvang kende en hij groot vertrouwen had in de professionaliteit van

de aanvragende mentor. Zowel de aanvraag door het Leger des Heils als de verwijzing

door de huisarts waren in overeenstemming met de toen vigerende regelgeving.

Discussie is er tussen het Leger des Heils en het CIZ geweest over de psychosociale Het CIZ voert totaal geen controles uit of het zorgaanbod overeenstemt

grondslag . Het Leger des Heils ging er vanuit dat zij in die periode gerechtigd waren met de hulpvraag van de dakloze client ook het zorgkantoor niet

zowel voor de psychiatrische- als voor de psychosociale grondslag cliënten te laten

registreren bij het CIZ. Het CIZ dacht daar anders over en na schriftelijke uitwisseling

van standpunten is door het CIZ richting het Leger des Heils niet aangegeven dat men

niet gerechtigd was bij het CIZ te registreren voor de psychosociale grondslag. Het Leger

des Heils kon er vervolgens van uitgaan dat dit passend was binnen de regelgeving.

Het zorgkantoor maakt jaarlijks met het Leger des Heils afspraken over het soort en de

kwantiteit van de in hun ogen noodzakelijke behoefte aan maatschappelijke opvang. Dit

is ook in Zwolle gebeurd. Uit onderzoek blijkt dat het Leger des Heils de geleverde zorg

op een correcte wijze binnen de daarvoor met het zorgkantoor gemaakte afspraken heeft

geleverd.

Het komt herhaaldelijk voor dat een cliënt om diverse redenen minder dan het

geïndiceerde aantal uren AWBZ zorg krijgt. In die situaties declareert het Leger des Heils,

conform de daarvoor geldende regels, alleen de geleverde zorg.

3.3 Toezicht en verantwoording

De jaarlijkse prestaties in de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils worden

verantwoord in de jaarrekening. Deze jaarrekening is voorzien van een goedkeurende

verklaring van een externe registeraccountant. In het kader van dit onderzoek heeft PwC

voor een aantal geselecteerde cliënten voor de periode 2005 en 2006 de registratie van

de verleende zorg op een aantal punten geanalyseerd en gecontroleerd. Bij deze controle

door PwC is niet gebleken dat het Leger des Heils in Zwolle in strijd met geldende

regelgeving in de maatschappelijke opvang en in de AWBZ heeft gehandeld. Bij de

verantwoording heeft het Leger des Heils in Zwolle te maken met het zorgkantoor ’t

Gooi, het CAK, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de gemeente Zwolle. Het

zorgkantoor ’t Gooi controleert via de jaarrekening, vergelijkt met de CAK gegevens en

voert steekproefsgewijs materiële controle uit. Steekproefsgewijze materiële controle in

2005 bij het Leger des Heils in heel Nederland wees uit dat het Leger des Heils in 100%

van de gevallen voldeed aan de geldende regels. Het zorgkantoor ervaart het Leger des

Heils als een betrouwbare en gedreven organisatie die met in acht name van de

spelregels op constructieve wijze staat voor de doelgroep en voortdurend werkt aan

verbetering van hun administratieve proces. De Inspectie voor de Gezondheidzorg komt

alleen bij specifieke klachten in actie en ziet geen reden om te veronderstellen dat de

kwaliteit van de zorg bij het Leger des Heils in Zwolle te wensen overlaat. Het Leger des

Heils is de grootste speler in de maatschappelijke opvang in Nederland en wordt

algemeen gezien als een professionele en betrouwbare partner. Binnen de sector

maatschappelijke opvang leeft de gedachte dat de problemen zoals die bij het Leger des

Heils in Zwolle naar voren zijn gekomen zich zonder meer ook bij andere instellingen

voor maatschappelijke opvang in andere plaatsen hadden kunnen voordoen.

37

De gemeente Zwolle waarmee het Leger des Heils des Heils afspraken heeft over de De Inspectie voor de gezondheidszorg weigert odnerzoek hiernaar te doen.

inrichting en de uitvoering van de maatschappelijke opvang is in algemene zin tevreden

over de uitvoering. Men streeft er naar de uitvoeringsovereenkomst te verduidelijken en

constateert dat de (tussentijdse) rapportage over de geleverde prestaties sterk is

verbeterd en momenteel een goed niveau heeft.

3.4 Klachtrecht en cliëntenraden

Wettelijk is het Leger des Heils des Heils verplicht een klachtencommissie en

cliëntenraden te hebben.

Het Leger des Heils voldoet aan deze wettelijke verplichtingen. Het functioneren van de

cliëntenraden en de klachtencommissie wordt niet steeds als voldoende ervaren. Cliënten

zijn positief over de zorg, opvang en begeleiding die zij van het Leger des Heils

ontvangen. Hierop wil de cliëntenraad van het Leger des Heils in Zwolle zich primair

richten. Er bestaan binnen het Leger des Heils en bij groepen cliënten heel verschillende

beelden over het functioneren van klachtencommissie en cliëntenraden. De plaats van de

cliëntenraden en de klachtencommissie binnen het Leger des Heils is niet voldoende

uitgekristalliseerd. Er is een zekere cultuurverandering nodig voor het optimaal laten

functioneren van cliëntenraden en klachtencommissie. De cliëntenraad van het Leger des

Heils in Zwolle voelt zich door het Leger des Heils wel serieus genomen en zegt goed

werk te kunnen verrichten. De klagers nemen de cliëntenraad in Zwolle en de

klachtencommissie van het Leger des Heils niet serieus. De verhouding tussen de

cliëntenraden bij het Leger des Heils en de LVT is niet optimaal. Mogelijk speelt hierbij de

samenstelling van de cliëntenraden en de mate van representativiteit van de cliënten een

rol. Opmerkelijk is in elk geval dat de klagers wel contact hebben met de LVT en niet of

nauwelijks met de cliëntenraad van het Leger des Heils in Zwolle. Het functioneren van

de klachtencommissie en de cliëntenraden wordt bemoeilijkt door het kortdurende

verblijf van cliënten in de opvang en de specifieke situaties waarin cliënten zich bevinden

op het moment dat zij van de opvang gebruik maken.

38

Hoofdstuk 4

4.1 Conclusies

De commissie trekt, na onderzoek en ingewonnen mondelinge en schriftelijk informatie,

de volgende conclusies:

1. Er zijn geen aanwijzingen dat het Leger des Heils Zwolle AWBZ-zorg heeft

gedeclareerd zonder dat deze zorg daadwerkelijk is geleverd.

2. De indicaties voor de AWBZ-zorg zijn binnen de daarvoor geldende (soms met

terugwerkende kracht wisselende) opeenvolgende regelgeving uitgevoerd.

3. Het Leger des Heils in Zwolle heeft de eigen bijdrage in de maatschappelijke

opvang naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld gegeven de omstandigheid dat

hiervoor geen landelijke regelgeving bestaat.

4. Er is geen reden om aan te nemen dat de uitvoering van de maatschappelijke de uitvoering van de opvang is overal hetzelfde standaard type,geen zorg en

opvang door het Leger des Heils op een andere wijze plaatsvindt dan bij andere hulpverlening en desastreuze laagdrempelig opvang beleid

professionele instanties in de maatschappelijke opvang.

5. Het Leger des Heils in Zwolle heeft de cliënten in de maatschappelijke opvang via

de cliëntenraad geïnformeerd over de eigen bijdrage maar heeft individuele

cliënten, op hun verzoek, onvoldoende duidelijk gemaakt welke kosten er aan de

maatschappelijke opvang gemiddeld per cliënt zijn verbonden en waarvoor de

eigen bijdrage is bedoeld.

6. Gebruik van bijzondere bijstand voor de exploitatie van de maatschappelijke

opvang zoals overeengekomen tussen de gemeente Zwolle en het Leger des Heils

en de door de Kamer mogelijk gemaakte individuele huursubsidie binnen de

maatschappelijke opvang geven aanleiding tot discussie en verminderen de

transparantie. Dit heeft er toe geleid dat voor 2007 deze situatie voor de

bijzondere bijstand door de gemeente Zwolle is gewijzigd.

7. Het is onvoldoende duidelijk hoe de jaarlijkse goedkeuring van de eigen bijdrage

door de gemeente Zwolle plaatsvindt en welke factoren daarbij bepalend zijn.

Voor 2007 is deze situatie verbeterd. De commissie adviseert de betrokkenheid

van college en raad op dit punt te vergroten.

8. Verwijzing door de huisarts op verzoek van een mentor van het Leger des Heils oneigenlijke praktijken zowel door huisarts als mentor zijn onbevoegd in deze

voor de AWBZ-zorg op grond van psychiatrische en/of psychosociale problematiek psychiatrie is een pseudo-wetenschap waarvan diagnoses een slag in de

was niet in strijd met de toen geldende regelgeving, maar is weinig transparant lucht zijn

en leidt bij onvoldoende uitleg tot misverstanden en weerstand bij cliënten.

9. De mededeling richting een cliënt dat AWBZ-zorg wordt geïndiceerd op

psychiatrische grondslag leidt, zonder voldoende uitleg, tot veel weerstand bij

cliënten.

10.Het is cliënten onvoldoende duidelijk gemaakt wat zij in de maatschappelijketotaal niets dus gezien opstelling begeleiders(evangelisatiepraktijken en de eigen

opvang mede op grond van hun indicatie mogen verwachten. verantwoordelijkheden van de client

11.De mogelijkheid voor cliënten om een klacht in te dienen via klachtencommissies

en cliëntenraden zoals in het klachtrecht is vastgelegd, leeft bij cliënten

onvoldoende en het belang van klachtenmanagement wordt door het Leger des

Heils onvoldoende onderkend.

39

Slotconclusie:

Alles overziende en afwegende concludeert de commissie dat er geen enkele

aanwijzing is voor het met opzet benadelen van cliënten of misbruik van

collectieve voorzieningen door het Leger des Heils in Zwolle. De commissie

vindt om die reden de ingediende klachten ongegrond.

4.2 Aanbevelingen

Op grond van de voorgaande bevindingen en conclusies komt de commissie tot de

volgende aanbevelingen.

1. Cliënten in de maatschappelijke opvang moeten desgewenst een duidelijke uitleg

kunnen krijgen over de wijze waarop de eigen bijdrage, als onderdeel van de

exploitatie van de maatschappelijke opvang, door de instelling en de gemeente is

bepaald. De rol van zowel de instelling als van de gemeente moet daarin helder

zijn.

2. Communicatie met een cliënt over de betekenis van de bandbreedte geïndiceerde

zorg in zijn of haar specifieke situatie dient te worden verbeterd.

3. Het verdient aanbeveling bij de formulering van de grondslagen voor AWBZ-zorg Zie berichtgeving Haarlems Dagblad sociaal pension de Hoeksteen 2009

te zoeken naar formuleringen die bij cliënten minder weerstand oproepen dan de

formulering psychiatrische of psychosociale grondslag.

4. Voor een cliënt moet desgewenst duidelijk worden waarom een bepaald deel van

de geïndiceerde AWBZ-zorg niet wordt verleend en dat alleen werkelijk geleverde

AWBZ-zorg door de aanbieder wordt gedeclareerd bij het zorgkantoor.

5. Het toepassen van de individuele huursubsidie binnen de maatschappelijke

opvang, zoals mogelijk gemaakt door de Tweede Kamer, leidt tot onbedoelde

discussies over wat collectief en wat individueel is en verdient nadere aandacht en

verduidelijking.

6. Het vermogensbeheer van cliënten dient buiten de instelling plaats te vinden ex-medewerksters van het leger des heils werken bij sociale dienst

bijvoorbeeld bij de gemeente of bij een speciaal daarvoor ingerichte organisatie.gemeente Zwolle als WWB consulente en budgetbeheer daklozen

7. Een landelijke cliëntenraad voor de sector maatschappelijke opvang, volgens

heldere regels gevormd uit de binnen de branche functionerende cliëntenraden,

kan een nuttige gesprekspartner zijn voor de sector maatschappelijke opvang en

voor de overheid. De LVT, die slechts voor een deel van de cliënten in de

maatschappelijke opvang representatief is, zou daar onderdeel van kunnen

uitmaken.

8. Cliëntenraden en klachtencommissie moeten door het Leger des Heils meer even ressumeren,het leger des heils is vanaf 1990 bezig met opvang van dak en t

worden ingeschakeld om klachten te voorkomen en op te lossen. Het Leger des en nu moet het leger een duidelijke klachtenvisie opstellen,dat riekt toch naar

Heils dient binnen de hele organisatie een heldere visie op klachtmanagement te oplichtingspraktijken

ontwikkelen.

9. Medewerkers van het Leger des Heils die direct contact met cliënten hebben en

ook veel waardering krijgen van cliënten verdienen een sleutelrol in de

klachtenpreventie en dienen daarop te worden voorbereid door de organisatie van

het Leger des Heils.

10.Het opleggen van de eigen bijdragen voor collectieve voorzieningen voor

maatschappelijke opvang dient via de Wmo verankerd te worden.

11.De eigen bijdragen in de Wmo en AWBZ dienen zodanig geanticumuleerd te

worden dat de cliënt in de maatschappelijke opvang een aanvaardbaar zak- en

kleedgeld overhoudt.

12. In VNG-verband dient in samenspraak met de instellingen voor maatschappelijke

opvang te worden gestreefd naar uniformering van de eigen bijdragen.

13. Indicatiestellingen voor de AWBZ en de Wmo dienen in de maatschappelijke

opvang op elkaar te worden afgestemd. Hiertoe kan het lokale Wmo-loket

stimulerend werken.

40

14.De wijze van financiering van de maatschappelijke opvang op gemeentelijk niveau

via Wmo, AWBZ, eigen bijdragen en eventuele giften moet voor cliënten die dat

wensen helder zijn.

15.De verantwoording over de verleende opvang, de gegeven ondersteuning en de

geleverde AWBZ-zorg moet helder zijn naar het zorgkantoor, de gemeente en, op

verzoek, naar de cliënten die van de maatschappelijke opvang gebruik maken.

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s