Zijn de stichtingen leger des heils Nederland en de Mormoonse kerk sektes die belastingvoordelen genieten?

Nederland vrijplaats voor sekten juni 26, 2008
Posted by Maurice Swirc in Human interest, Nederlandse politiek.
trackback
De Nederlandse overheid vindt het, in tegenstelling tot andere Europese landen, al decennia onnodig een beleid te ontwikkelen gericht op de problematiek rondom sekten. Volgens Fokko Oldenhuis, hoogleraar religie en recht in Groningen, moet daar verandering in komen. Hij zet vraagtekens bij de Nederlandse wet die het onmogelijk maakt om ‘kerkgenootschappen’ te verbieden.

Als een kerkgenootschap een bedreiging vormt voor de openbare orde, moet dat, net als andere organisaties, gewoon verboden kunnen worden. Door de uitzonderingspositie van kerkgenootschappen in het Burgerlijk Wetboek is dat nu onmogelijk in Nederland. Het is de vraag of die uitzonderingspositie nog houdbaar is, stelt Fokko Oldenhuis in het onlangs verschenen onderzoeksrapport Schurende relaties tussen recht en religie. Daarmee stelt Oldenhuis, samen met andere onderzoekers, een gevoelig onderdeel van de godsdienstvrijheid in Nederland ter discussie. Oldenhuis en de zijnen zetten hun stelling extra kracht bij door te verwijzen naar een nooit in stemming gebracht wetsvoorstel van Geert Wilders uit 2004, dat het verbieden van kerkgenootschappen mogelijk moest maken. Het rapport is vervaardigd in opdracht en met financiële steun van het ministerie van BZK en dient, aldus een woordvoerder, ‘als input voor beleid’. Minister Ter Horst lanceerde het rapport op 4 oktober tijdens een congres van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en gaf alle burgervaders een exemplaar van het rapport mee naar huis.

Verdwenen
In de eerste plaats wordt in het rapport gekeken naar de gevolgen van de opkomst van de islam in Nederland voor onze rechtsstaat. Door de aardschok van ‘11 september’, discussies over hoofddoekjes en een imam die weigerde minister Verdonk een hand te geven is, volgens de onderzoekers, een hernieuwde discussie over de verhouding tussen kerk en staat noodzakelijk. Maar het rapport is ook direct relevant voor de positie van andere religieuze bewegingen in onze samenleving, licht Oldenhuis toe. Met het ter discussie stellen van de speelruimte voor kerkgenootschappen dringt zich ook de vraag op wat dit betekent voor de benadering van sekten, door veel deskundigen ook wel ‘nieuwe religieuze bewegingen’ genoemd. ‘Sinds het begin van de jaren tachtig is het onderwerp van de sekten verdwenen van de Nederlandse politieke agenda,’ constateert Oldenhuis. ‘Het zou goed zijn om eventuele knelpunten in verband met het functioneren van sekten in Nederland weer eens in kaart te brengen. Als een sekte bijvoorbeeld zeer vergaande controle heeft over het dagelijks leven van volgelingen, is er wel degelijk een probleem. Het is wel zaak heel voorzichtig te zijn bij het trekken van dergelijke conclusies. Daarom moet er een degelijk feitelijk onderzoek naar dit onderwerp komen. Mede op grond daarvan kun je dan eventueel een afweging maken of nadere wetgeving noodzakelijk is.’
De laatste keer dat de positie van de overheid tegenover nieuwe religieuze bewegingen werkelijk op de Haagse politieke agenda stond, was toen rechtswetenschapper Tobias Witteveen in 1984 in opdracht van de Tweede Kamer onderzoek deed naar sekten in Nederland. Aanleiding voor het onderzoek was de collectieve zelfmoord in 1978 van bijna duizend leden van de Jim Jones sekte in het Zuid-Amerikaanse Guyana. Wereldwijd rees de vraag of dit elders ook kon gebeuren. In die dagen stond het sekte-verschijnsel in Nederland mede in de belangstelling door de opkomst van bewegingen als Bhagwan, Hare Krisjna en Scientology. Waar liggen de grenzen voor de Nederlandse overheid als zij beleid wil voeren op dit terrein, was de centrale vraag van het onderzoeksrapport Overheid en nieuwe religieuze bewegingen. Witteveen concludeerde dat er voor de overheid op dit gebied geen taak is weggelegd. Wel zijn er algemene wetten die de grenzen van de godsdienstvrijheid bepalen. Zo is seksueel misbruik ook in het kader van een religieuze activiteit verboden. Iemand die een schenking aan een sekte doet onder grote psychische druk, kan dat bedrag bij de rechter terugvorderen en op minderjarigen zijn de regels van de kinderbescherming van toepassing. Maar speciaal beleid of wetgeving op het gebied van sekten is niet noodzakelijk, zo concludeerde de Tweede Kamer in navolging van het onderzoeksrapport. Het officiële overheidsstandpunt wordt anno 2007 nog altijd bepaald door die conclusie.

Misdrijf
Intussen waren sekten de afgelopen decennia in andere Europese landen zoals België, Frankrijk en Duitsland wel onderwerp van politiek debat, compleet met speciaal op sekten gericht beleid en speciale wetgeving. Frankrijk gaat het meest ver in haar strijd tegen sekten. Sinds 2001 geldt daar een wet die ‘mentale manipulatie’ aanmerkt als misdrijf, waarvoor je vijf jaar de gevangenis in kunt. Van mentale manipulatie is sprake als iemand onder herhaalde, zware druk anders gaat oordelen ‘waardoor deze zichzelf in zijn daden of zijn afzien van handelen ernstige schade toebrengt’. In Frankrijk kan een sekte worden verboden op grond van bijvoorbeeld misleidende publiciteit, omdat de sekteleider zich schuldig maakt aan fysiek geweld of vanwege illegaal gebruik van medicijnen.
Een Duitse parlementaire sekte-commissie stelde in 1997 vast dat in Duitsland religieuze organisaties zoals de Scientologykerk zich schuldig maakten aan psychische manipulatie en financiële uitbuiting en zelfs de democratische rechtsorde in gevaar brachten. Daarom houdt de Duitse geheime dienst Scientology extra streng in de gaten. De Duitse rechter ontzegde Scientology enkele jaren geleden ook de status van non-profit organisatie, met alle fiscale gevolgen van dien. Verder zijn leden van de omstreden beweging bij grote politieke partijen als CDU en SPD al jaren uitgesloten van partijlidmaatschap. In augustus 2007 maakte de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat Hamburg bekend dat de Duitse regering de mogelijkheid onderzoekt om Scientology zelfs volledig te verbieden.
Justitie in België gaat Scientology strafechtelijk vervolgen, omdat het een criminele organisatie zou zijn, die zich op grote schaal schuldig maakt aan afpersing, oplichting en onwettige uitoefening van de geneeskunde. Het gerechtelijk onderzoek naar de Belgische activiteiten van de wereldwijde Scientology-beweging startte al in 1999. De Belgische justitie wil niet alleen de Belgische afdeling, maar ook het Europese hoofdkantoor in Brussel aanpakken.
In 1997 verscheen in België een parlementair onderzoeksrapport met een lange lijst van sektarische organisaties waarop, naast Scientology en Hare Krisjna, ook veel evangelische– en pinkstergemeenten stonden. In 2006 verscheen een actualisering van dat parlementaire onderzoek. Een wetsvoorstel van de Belgische minister van Justitie, Laurette Obelinx, dat ‘mentale destabilisatie door sekten’ strafbaar stelt, haalde uiteindelijk niet de eindstreep in het parlement. Het parlementaire onderzoek zorgde wel voor de oprichting van het Informatie- en Adviescentrum inzake Schadelijke Sektarische Organisaties (IACSSO). Volledig gefinancierd door de overheid verschaft deze dienst sinds 1998 informatie over ‘schadelijke sektarische organisaties’ aan burgers. Het centrum werkt ook samen met justitie en politie.

Gebedsgenezing
Daarnaast overlegt het IACSSO met sekten om interne misstanden vrijwillig op te lossen. Zo zorgde Hare Krisjna voor verbetering van de werkomstandigheden toen klachten binnenkwamen dat leden van Hare Krisjna te veel uren achter elkaar moesten werken, vertelt Vivienne Geuffen, vice-voorzitter van IACSSO. ‘Wij voorzien duidelijk in een behoefte,’ zegt Geuffen met verwijzing naar de 1.672 vragen die IACSSO in 2005 en 2006 bereikten, vooral van individuele burgers die zich bijvoorbeeld zorgen maakten over een familielid dat het licht zag. ‘Problematisch blijken bijvoorbeeld diverse evangelische groeperingen die doen aan gebedsgenezing en behandeling in de reguliere geneeskunde afraden. Door de psychische dwang die daar wordt uitgeoefend, kan de gezondheid van leden van die groeperingen, ook van kinderen, daadwerkelijk in gevaar komen,’ aldus Geuffen. ‘Het lijkt me onwaarschijnlijk dat, als bepaalde religieuze bewegingen actief zijn in Europa, dat probleem in Nederland helemaal niet speelt.’
‘Natuurlijk richten sekten ook in Nederland schade aan,’ zegt Ad Dekkers. Jarenlang behandelde hij als pyschotherapeut ex-sekteleden in de pyschiatrische Lievegoedkliniek in Bilthoven. Sinds 2003 heeft hij een privé-praktijk. ‘Ik heb de slachtoffers van die sekten zelf gezien. Uit eigen waarnemening weet ik wat voor schade er wordt aangericht. Mensen worden echt kapot gemaakt. Of die mensen aanvankelijk vrijwillig voor die sekte hebben gekozen, doet er niet toe.’ Dekkers is een van de weinigen in Nederland die zich met het probleem bezighoudt. In de jaren tachtig en negentig kwamen verschillende instellingen voor sektehulpverlening op, die ook weer snel ten onder gingen door meningsverschillen over de behandelmethode, gebrek aan belangstelling, financiële malversaties en andere interne misstanden. Het enige adres waarnaar Stichting Korrelatie jarenlang bleef doorverwijzen bij psychische schade door sektelidmaatschap was de Lievegoedkliniek waaraan Dekkers verbonden was, die werkt vanuit de antroposofische filosofe van Rudolf Steiner. Dat het Belgische parlement de antroposofie in 1997 ook op de lijst van sektarische groepen zette, vindt Dekkers ‘onterecht’. ‘Ik zal iemand die uit een sekte komt bijvoorbeeld nooit de antroposofie aanraden. Wij laten iedereen vrij in zijn of haar denken.’

Dwang
Wetenschappers en onderzoekers die actief zijn op dit terrein spreken liever niet over ‘sekten’ omdat die lastig te definiëren zijn en vanwege het morele oordeel dat kleeft aan die term. Liever gebruiken deze theologen, sociologen en antropologen de neutrale term ‘nieuwe religieuze bewegingen’. ‘Daar doe ik niet aan mee,’ zegt Dekkers. ‘Die wetenschappers hebben vermoedelijk niet genoeg slachtoffers gesproken. Als je die spreekt, weet je precies wat een sekte is. Veel van mijn patiënten kwamen met depressieve klachten binnen, die uiteindelijk bleken samen te hangen met hun ervaringen in een sekte.’ Volgens Dekkers wijken sekten op essentiële punten af van andere religies. Afwijkende meningen of gedrag worden met dwang, sociale groepsdruk, indoctrinatie en straffen bestreden. Ook hebben sekten vaak een sterke neiging tot isolationisme. Er is de kwade buitenwereld en er is de sekte, waar alles klopt.’ Je hebt in Nederland steeds meer kleine, lastig te definiëren spirituele groepjes. Alles draait daar meestal om een mannelijke goeroe met goddelijke inspiratie die bijvoorbeeld gebruik maakt van wat oosterse ideeën, gecombineerd met wat “genezing” en groeps-gesprekken. In de media lees je er weinig over. Ze ontstaan vooral door mond-tot-mondreclame. Seksueel misbruik, vooral ook door de goeroe in kwestie, tref je binnen dergelijke groepjes vrijwel als regel aan,’ vertelt Dekkers, die erop wijst dat ook ‘de extreme randen van het protestantisme’ soms sektarische trekken vertonen.
‘In mijn praktijk heb ik vaak gezien hoe bij fysiek en geestelijk geweld tegen kinderen in een sekte, de moeder niet opkomt voor de rechten van haar kinderen, maar voor de rechten van de goeroe. Dat zijn situaties waar de kinderbescherming nauwelijks weet van heeft en ook helemaal niet op is toegerust, simpelweg doordat de kennis en vaardigheden daarvoor ontbreken. In Duitsland is dat bijvoorbeeld veel beter geregeld met speciaal door de overheid bekostigde opvanginstellingen,’ aldus Dekkers. ‘In de loop der jaren heb ik honderden slachtoffers gezien. Ik ben ervan overtuigd dat het hier alleen om het topje van de ijsberg gaat,’ aldus Dekkers. ‘Wat mij betreft komt er in Nederland een meldpunt voor misstanden binnen sekten, waar slachtoffers behalve voor informatie ook terecht kunnen voor juridische en psychische ondersteuning.’ Daarnaast vindt Dekkers dat, naar Frans model, bepaalde vormen van ‘psychische dwang’ ook strafbaar moeten worden in Nederland. ‘Het is die psychische dwang die leidt tot seksueel misbruik en tot lichamelijk en psychisch geweld.’

Klonen
De religieuze leider van de zogenoemde Raëliaanse beweging ontvluchtte Frankrijk enkele jaren geleden met een flinke belastingschuld. Naar eigen zeggen vertrok hij om de vijandige houding van de Franse overheid en media tegenover sekten. In Frankrijk verschenen eerder berichten over onder andere seksueel misbruik van kinderen binnen de beweging, die in 1973 werd gestart door de voormalige Franse journalist Claude Vorilhon (1946). Hij noemt zichzelf Raël en woont tegenwoordig in Franstalig Canada. Zijn volgelingen geloven dat buitenaardse wezens 25.000 jaar geleden op aarde landden en het menselijk ras schiepen door te klonen. Die informatie kreeg Raël van deze buitenaardse wezens, die hem hebben uitverkoren als profeet en hem meenamen op informatieve ruimtereizen. Volgens Raëlianen vormt klonen de sleutel tot eeuwig leven. In 2003 haalde de beweging het nieuws toen Clonaid, een aan de beweging gelieerd bedrijf, aankondigde zelf mensen te gaan klonen en later zelfs berichtte dat in Nederland een lesbisch echtpaar op het punt stond een gekloond kind ter wereld te brengen. Bewijs dat het kind daadwerkelijk is geboren kwam nooit, maar de beweging drong wel door tot het wereldnieuws.

Contract
Raël liet weten te streven naar een perfect menselijk ras. Voor gehandicapten is daarbij echter geen plaats. ‘Mist een kind een arm, dan moet het worden geaborteerd,’ zo schrijft Raël in een van zijn boeken. De beweging, die volgens eigen vermelding wereldwijd in 84 landen 55.000 aanhangers heeft, is ook in Nederland vertegenwoordigd met een afdeling van naar eigen zeggen enkele tientallen aanhangers en nog een groep van geinteresseerden daaromheen. Een verzoek van PM voor een interview met een Nederlandse vertegenwoordiger van Raël over de plannen van de beweging in Nederland heeft een onverwachte afloop. Het hoofdkwartier van de Raëlanen in Genève verwijst aanvankelijk naar Bart Overvliet, een Nederlands lid van de beweging, die tenslotte argwanend toestemt in een interview ergens in het centrum van Den Haag. Enkele uren na die telefonische toezegging laat Overvliet echter weten dat het vraaggesprek toch niet door gaat. Eerst moet contact worden opgenomen met een zekere Peter Broeders, die gaat over de perscontacten van de beweging in Nederland. De laatste laat weten dat een eventueel interview alleen mogelijk is na ondertekening van een contract van de Raëliaanse beweging. ‘Er zal geen enkel arrogant, onbeleefd en beledigend gedrag getolereerd worden van niemand, voor, tijdens en na het interview,’ zo luidt een van de vele artikelen in het contract. En: ‘De journalist verplicht zich om passages te verwijderen die geen respect tonen voor de Raëliaanse beweging of Raëliaanse woordvoerder’. Als PM weigert te tekenen gaat het interview inderdaad niet door. Het is de eerste keer dat een Nederlandse journalist weigert akkoord te gaan met deze voorwaarden, laat Broeders nog wel weten.

Verworvenheid
De contacten van PM met Raël tonen een glimp van de passief-aggresieve sfeer waarmee de beweging zich manifesteert. Dat ze weinig moeten hebben van een vrij opererende pers, is in ieder geval duidelijk. Het is een klein voorbeeld van hoe in de praktijk bij bewegingen als deze de godsdiensvrijheid kan botsen met andere grondrechten.
Ook professor Oldenhuis stelt vast dat het Nederlandse religieuze landschap ingrijpend is veranderd sinds begin jaren tachtig, onder andere door de opkomst van veel kleine religieuze groeperingen. Maar, zo benadrukt de Groningse hoogleraar, hoe lastig de praktijk van de godsdienstvrijheid soms ook is, als grondrecht is en blijft het een zeer belangrijk goed. ‘De gelijke behandeling van godsdiensten is een verworvenheid die je niet moet willen opgeven. Dat houdt in elk geval in dat de overheid alle godsdiensten en levensovertuigingen gelijk behandelt.’ Uit de Nederlandse wet vloeit voort dat, zodra een groep met gemeenschappelijke godsdienstige opvattingen zich als gestructureerde groep presenteert, sprake is van een kerkgenootschap. Als zodanig geniet de groep dan de speciale wettelijke bescherming door de uitzonderingspositie in het Burgerlijk Wetboek. ‘Dat uitgangspunt komt wel onder druk te staan. Als bij een gemeenschap bijvoorbeeld misdrijven de overhand hebben, is het geen kerkgenootschap meer en vervalt de facto die speciale bescherming. Maar het is aan de rechter om daar telkens over te beslissen.’ De optie om in navolging van Frankrijk ‘mentale manipulatie’ strafbaar te stellen, sluit Oldenhuis niet uit. ‘Maar eerst moet er in Nederland een degelijke inventarisatie van religieuze bewegingen komen en eventuele knelpunten in kaart worden gebracht. Als dan blijkt dat nieuwe wetgeving noodzakelijk is, kun je overwegen daartoe over te gaan. Zo bestaat ook het recht om van je geloof af te vallen. Maar naar dat onderwerp moet je op een zorgvuldige, goed onderbouwde wijze kijken. Wat de een dwang noemt, vindt de ander heel gewoon. Als iemand die we in de volksmond ‘een trouw kerkganger’ noemen zijn kinderen op zondag vraagt om ook mee te gaan, is dan ook sprake van onaanvaardbare dwang? Dat lijkt me niet.’

Verschenen in PM, vaktijdschrift over bestuur en politiek op 8 november 2007

Noot:”Sektes in Nederland konden zich beroepen op de wet voor kerkgenootschappen die in 1988 is ingetrokken en het grondwetsartikel van vrijheid van Godsdienst en dus zodanig misbruik van maken middels het ontplooien van commerciele activiteiten zoals door gefinancierde giften en gesubsidieerde zogenaamde hulpverlening aan mensen in nood zoals kansarme gezinnen en dak en thuislozen maar waar geen toezicht op word uitgeoefend door dezelfde rijksoverheid die haar verantwoordelijkheden en zorgplichten vastgelegd in de Nationale Grondwet en Europese Verdragen ontloopt en afschuift naar het “maatschappelijk middenveld” waardoor burgers aan de onderkant van de samenleving hun sociale rechten worden geschonden door deze sektes die misbruik maken van het economisch systeem en sociaal wanbeleid van landelijke en lokale overheden.
En dit is al 30 jaar aan de gang dankzij de vrije marktwerking en liberalisering van de Nederlandse samenleving.
Zowel de Nederlandse mormoonse kerk als het Leger des Heils Nederland beweren dat zij charitatieve instellingen zijn die geld besteden aan goede doelen maar het blijkt dat hun eigen leden meer voordeel daarvan hebben dan mensen die in nood zitten.
Het Leger des Heils welzijn&zorg word trouwens door de Nederlandse staat voor 90 % van hun begroting gesubsidieerd voor hun stichting W&G maar waar geen toezicht op word uitgeoefend hoe belastinggelden worden besteed en hoe zit het dan met de Mormoonse Kerk.

Ingezonden brief in NRC door Andries Krugers Dagneaux

Datum 05-08-05

Door: Andries Krugers Dagneaux

Tekst van ingekorte ingezonden brief van Andries Krugers Dagneaux, geplaatst in NRC van zaterdag 5 Augustus 2006, Wetenschap & Onderwijs, pagina 23

Snelle generalist

Dr. Paul Schnabel zegt dat hij nog steeds achter zijn conclusie staat van zijn gedegen onderzoek uit 1982 dat sekten en nieuwe religieuze bewegingen slechts aan enkele betrokkenen geestelijke schade berokkenen. (W&O, 29 juli) Als hij daarmee bedoelt dat dat toen waar was dan kan ik me daarin vinden. Inmiddels zijn er echter een groot aantal en sekten en nieuwe religieuze bewegingen in Nederland actief die Dr. Schnabel niet onderzocht heeft omdat ze toen niet of nauwelijks in Nederland actief waren. Hij kan dus over de huidige situatie in Nederland weinig met stelligheid zeggen.

Er is tenminste één nieuwe religieuze beweging in Nederland actief waarvan er reden is om aan te nemen dat ze haar toegewijde leden wel geestelijke schade berokkent. Dit betreft de beweging opgericht door de Indiase goeroe Sathya Sai Baba. Hij trekt mensen aan met een slechte geestelijk of lichamelijke gezondheid aan omdat hij beweert hen te kunnen genezen. Dit leidt tot levensgevaarlijke situaties. Dit alles vindt plaats in de ashram van de populaire goeroe in India waar Nederlandse volgelingen hem bezoeken. Hij en zijn beweging zijn juridisch moeilijk aan te pakken omdat hij beschermd wordt door de Indiase regering zoals onder meer duidelijk werd in de BBC documentaire “Secret Swami”. Ik ben geen voorstander van een terugkeer naar de overdreven negatieve generalisaties die in de jaren 70 en 80 overheersten, maar ik vind dat de uit onverschilligheid voortgekomen tolerantie die er nu heerst wel erg gemakkelijk en kortzichtig.

Andries Krugers Dagneaux, contactpersoon van de website van verontruste ex-volgelingen van Sai Baba

(www.exbaba.com)

——————————————————————————–

Oorspronkelijke tekst van e-mail van Andries Krugers Dagneaux. aan het NRC (maandag 31 Juli 2006)

Betreft: Paul Schnabels dissertatie Tussen stigma en charisma: nieuwe religieuze bewegingen en geestelijke volksgezondheid

Geachte heer/mevrouw,

Dr. Paul Schnabel zegt in een artikel in uw krant van zaterdag 29 juli dat hij nog steeds achter zijn conclusie staat van zijn gedegen onderzoek uit 1982 dat sekten en nieuwe religieuze slechts aan enkele betrokkenen geestelijke schade berokkenen. Als hij daarmee bedoelt dat dat toen waar was dan kan ik me daarin vinden. Inmiddels zijn er echter een groot aantal en sekten en nieuwe religieuze bewegingen in Nederland actief die Dr. Schnabel niet onderzocht heeft omdat ze toen niet of nauwelijks in Nederland actief waren. Hij kan dus over de huidige situatie in Nederland weinig met stelligheid zeggen.

Er is tenminste één nieuwe religieuze beweging in Nederland actief waarvan er reden is om aan te nemen dat ze haar toegewijde leden wel geestelijke schade berokkent. Dit betreft de beweging opgericht door de Indiase goeroe Sathya Sai Baba. De goeroe maakt zich onder meer schuldig aan seksueel misbruik van zijn mannelijk volgelingen die soms minderjarig zijn. Daarnaast trekt hij mensen aan met een slechte geestelijk of lichamelijke gezondheid aan omdat hij beweert hen te kunnen genezen. Dit leidt tot levensgevaarlijke situaties. Dit alles vindt plaats in de ashram van de populaire goeroe in India waar Nederlandse volgelingen hem bezoeken. Hij en zijn beweging zijn juridisch moeilijk aan te pakken omdat hij beschermd wordt door de Indiase regering zoals onder meer duidelijk werd in de BBC documentaire “Secret Swami”

Ik ben geen voorstander van een terugkeer naar de overdreven negatieve generalisaties die in de jaren 70 en 80 overheersten, maar ik vind dat de uit onverschilligheid voortgekomen tolerantie die er nu heerst wel erg gemakkelijk en kortzichtig.

Hoogachtend,

Andries Krugers Dagneaux, contactpersoon van de website van verontruste ex-volgelingen van de Indiase goeroe Sathya Sai Baba http://www.exbaba.com

Tel. 020-691 33 55 020-691 33 55

e-mail andrieskd@chelllo.nl

Referentie

Prof. Dr. Schnabel, Paul (1982) Tussen stigma en charisma: nieuwe religieuze bewegingen en geestelijke volksgezondheid ISBN 90-6001-746 van Loghum Slaterus.

Leger des Heils
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Leger des Heils (Engels: Salvation Army) is een internationale organisatie, die op 7 september 1878 door William Booth in Londen werd opgericht en dat zich sinds die tijd verspreid heeft over meer dan honderdtwintig landen. Het Leger des Heils is vooral bekend door het praktiseren van de geloofsovertuiging in de vorm van directe maatschappelijke hulpverlening aan diegenen in de samenleving die geen helper hebben. De bekostiging van de projecten komt vooral uit overheidssubsidies, AWBZ-gelden, maar ook uit giften en eigen bijdragen van de leden.[1] De steeds verdergaande secularisatie in Nederland heeft ook invloed op het Leger des Heils dat in zeven jaar tijd het aantal leden in Nederland met bijna 15 procent zag afnemen. Met 6205 leden per eind 2009 is het Leger des Heils in Nederland een kleine kerk.

Inhoud
[verbergen]
1 Missie
2 Geschiedenis
3 Het Leger des Heils in Nederland en België
3.1 Omvang
3.2 Organisatie Stichting Kerkgenootschap Leger des Heils
3.3 Organisatie Stichting Leger des Heils Welzijn en Gezondheid
4 Samenkomsten
5 Leerstellingen
6 Fraude
7 Discriminatie
7.1 Commissie Gelijke Behandeling
7.2 Integratieproject
7.3 Homoseksualiteit
8 Voetnoten
9 Literatuur
10 Externe links

Missie

Leger des Heils in Lausanne
Het Leger des Heils is een internationale beweging en behoort tot de universele christelijke Kerk. Zijn boodschap is gebaseerd op de Bijbel. Zijn dienstverlening wordt gestimuleerd door de liefde tot God. Zijn opdracht is het Evangelie van Jezus Christus te prediken en in zijn naam menselijke nood te lenigen zonder enige vorm van discriminatie.
Het doel van het Leger des Heils is:

Het verkondigen van het evangelie van Jezus Christus “in woord en daad”.
Er is binnen het Kerkgenootschap Leger des Heils veel aandacht voor de persoonlijke bekering: “Alle leden van de organisatie belijden door de genade Gods gered te zijn van de schuld en de macht van de zonde. Zij zijn er zich van bewust, dat zij zijn “gered om te redden”, soldaten, die strijden om anderen voor Christus te winnen. Vandaar de aanvallende methoden van het Leger. ” (brochure Stoottroep van Christus, 1962).
De opwekkingssamenkomsten spelen een grote rol; vroeger ook de straatprediking. Het beeld van de heilssoldaat die langs de cafés gaat om de Strijdkreet aan de man te brengen is nog wel bekend, maar behoort toch grotendeels tot het verleden. Vroeger vond straatevangelisatie op veel grotere schaal plaats. Met muziek en zang trok het legerkorps door de straten en op straathoeken en pleinen werd de blijde boodschap verkondigd.
Het Leger werft al predikend soldaten voor haar strijd tegen ongeloof, onverschilligheid en zonde, maar ook tegen nood, leed, ellende en verpaupering, en tegen geldaanbidding en materialisme. Dat alles in Christus’ naam.
Het Leger des Heils wordt wel het kerkgenootschap van de opgestroopte mouwen genoemd: er was en is zeer veel aandacht voor hulp aan de (geestelijk en maatschappelijk) ontspoorde medemens, waarbij de strijd tegen het alcoholisme in industriesteden historisch is. Heden ten dage zijn het daklozen, verslaafden, prostituees en eenzamen die op de steun van het Leger des Heils kunnen rekenen. Veelal daar waar het werkterrein van andere instellingen eindigt. Internationaal was en is het werk in ontwikkelingslanden belangrijk.

Geschiedenis
De oprichting van The Christian Mission (Christelijke Zending) door William Booth vindt plaats op 5 juli 1865 in Oost-Londen. De boodschap die het echtpaar Booth brengt (ook Williams echtgenote Catherine Mumford is actief evangeliste) slaat aan, al worden ze soms bekogeld met straatvuil, rotte eieren en dode ratten. Een paar jaar later, in 1868, zijn er in Londen al 13 evangelisatie-posten. Een van de eerste zalen die in gebruik werden genomen was de People’s Mission Hall, een gebouw waar 1500 mensen konden samenkomen om naar de prediking te luisteren, maar waar per dag ook 5000 liter soep kon worden gemaakt: volgens William Booth hadden hongerige magen geen oren. Gaandeweg kwamen een uniform en een pet in gebruik waarop driemaal de letter S te zien was: Soup, Soap and Salvation. Voor het aanhoren van het evangelie, het verhaal over Jezus, de redder, werd indien nodig ook het vuil van de straat met zeep weggewassen. In 1878 werd de naam veranderd in The Salvation Army. 7 september 1878 wordt daarom officieel als oprichtingsdatum beschouwd.
Maart 1880 landde commisioner Railton, vergezeld van zeven vrouwelijke officieren, in New York, en had het Leger zijn eerste vestiging overzee. Soldaten werden ter plekke geworven. Zo ook in andere landen: Frankrijk (1881 onder aanvoering van Catherine (de Maréchale) Booth, de oudste dochter van William en Catherine), India (1882), Zuid-Afrika (1883). Toen William Booth in 1912 stierf was het leger in tientallen landen gevestigd.

Het Leger des Heils in Nederland en België

Robert Fennema (rechts), kapitein van het Leger des Heils
In 1887 start het Leger des Heils een offensief in Nederland. Drie personen speelden een belangrijke rol:

Carl Ferdinand Schoch; gepensioneerd artillerie-officier, die zich samen met zijn vrouw (in latere jaren als kolonel) wijdde aan het werk van het Leger.
Gerrit Juriaan Govers; onderwijzer, die al met (uit Frankrijk van een vriend gekregen) S-en op zijn kraag liep vóór er een Leger des Heils in Nederland was.
John K. Tyler; een Engelse ex-zeeman, die als heilsofficier de leiding van het werk in Nederland kreeg.
Op 8 mei vond de eerste evangelisatie-bijeenkomst plaats in een zaal aan de Gerard Doustraat in Amsterdam. Er knielden die dag zestien mannen en vrouwen neer aan de zondaarsbank. In september van datzelfde jaar reikt commissioner Smith in Amsterdam de vlag uit aan een korps van meer dan honderd heilssoldaten. Na een jaar zijn er al 7 korpsen, ondanks de grote tegenstand die hier en daar wordt ondervonden.
België volgt in 1889.
Als na enkele jaren het maatschappelijk werk bekend raakt wint het Heilsleger snel aan sympathie. Bij het begin van de 20e eeuw zijn er in Nederland al 60 korpsen en 18 maatschappelijke inrichtingen.

Sergeant Wildeman in het uniform van het Noordelijk Heilsleger
Op 1 september 1921 splitste een kleine groep zich uit onvrede met de leiding in Engeland af en richtte het Nederlands Leger des Heils op, dat op 30 maart 2003 opgeheven werd. In de provincies Groningen, Friesland en Drenthe vond een herstart plaats onder de naam Noordelijk Heilsleger. Tot op heden werken de twee organisaties, het Noordelijk Heilsleger en het Leger des Heils, gescheiden van elkaar. De verschillen zijn onder andere het ontbreken van de karakteristieke S op de uniformen van de leden van het Nederlandse Leger des Heils/Noordelijk Heilsleger. Op 11-11-1976 werd het Nationaal Kruisleger opgericht. Voornamelijk omdat de initiatiefnemers theologische meningsverschillen hadden met het Leger des Heils. In 1962 telt het Leger des Heils in Nederland 108 korpsen en 59 inrichtingen. In 1978 zijn er 100 korpsen en 75 inrichtingen, centra en bureaus.
Vooral “majoor” Bosshardt (laatstelijk ‘luitenant-kolonel’, maar in de volksmond nog steeds ‘majoor’) en haar “Goodwill-centrum” in Amsterdam hebben het Leger des Heils na de oorlog een gezicht gegeven. Ze werd een nationale figuur toen ze op 19 februari 1959 op de televisie verscheen. Ze werd bekend als “één van de weinigen die spontaan door Juliana werden gezoend” en als de heilsofficier die samen met Beatrix de Strijdkreet verkocht in Amsterdamse kroegen op 28 april 1965. “Majoor” Bosshardt overleed op 25 juni 2007 op 94-jarige leeftijd.
In het Noorden is het Sergeant Wildeman die het Noordelijk Heilsleger en het Nederlands Leger des Heils een gezicht gegeven heeft. Doordat hij al ruim 40 jaar met zijn collectebus in de Groninger binnenstad collecteert – en deels ook door zijn controversiële optreden – geniet hij regionale en in enige mate ook nationale bekendheid.

Omvang
In Nederland had het Leger des Heils in 2002 77 kerkelijke gemeenten die korpsen heten en 7234 leden, in 2007 had het Leger des Heils 73 korpsen en 6437 leden.[2] In 2008 waren er nog 6361[3] leden waarvan 4618 (-101 tov 2007) heilssoldaten en 525 (+31) jeugdleden. 1218 (-6) waren Adherentlid. In 2009 (het laatste jaar waarover cijfers bekend zijn) was het ledental wederom afgenomen en wel naar 6.205.[4] In zeven jaar tijd zag het Leger des Heils het aantal leden in Nederland met bijna 15 procent afnemen. Met 66% is het merendeel van de leden vrouwelijk.
Het aantal korpsen neemt nog steeds af, in maart 2009 werden de korpsen Vlissingen en Middelburg samengevoegd tot één korps voor Walcheren. Ook in maart 2009 maakte het Leger des Heils bekend voornemens te zijn het korps in Assen te willen sluiten vanwege slecht bezochte kerkdiensten waardoor de kosten niet opwegen tegen de baten.[5] Het aantal korpsen nam in 2009 af tot 71.[6] In november 2009 is tot een verdere afname besloten vanwege de nijpende financiële situatie; ruim 10 korpsen zullen worden omgebouwd naar buitenposten of dienstencentra.[7]

Organisatie Stichting Kerkgenootschap Leger des Heils
Het Leger des Heils kent dezelfde hiërarchische structuur als elk ander leger. Aan het hoofd van de internationale organisatie staat een generaal. De huidige generaal is Shaw Clifton. Dit nadat Generaal John Larsson op 1 april 2006 om middernacht met pensioen ging. In Nederland is de leiding momenteel in handen van commissioner Hans van Vliet.
De leiding over het Kerkgenootschap van het Leger des Heils in Nederland wordt waargenomen door kolonel Piet Dijkstra. Deze functie wordt intern aangeduid als ‘veldsecretaris’. Kolonel Dijkstra is chefsecretaris en daarmee verantwoordelijk voor het zakelijke gedeelte van het Leger. De actieve leden van het Leger heten heilssoldaten, en dragen veelal een uniform. Zij zijn belijdende leden. Ze ondertekenen een Verbond van een Heilssoldaat (Krijgsartikelen) met daarin opgenomen de Leerstellingen van het Leger des Heils. Mensen die het Leger des Heils als hun geestelijk thuis zien, maar niet het verbond kunnen of willen ondertekenen, kunnen adherent worden. Jeugdleden worden jongsoldaat genoemd. Ze volgen jongsoldatenlessen en hebben een belofte ondertekend.
De leden zijn georganiseerd in “gevechtseenheden”, korpsen genaamd, die meer beogen te zijn dan een kerkelijke “gemeente”, namelijk in de eerste plaats een post van het Leger des Heils, opgericht ter verbreiding van het Evangelie.
Verantwoordelijk voor het korps is de bevelvoerend officier (ook korpsofficier). Heilssoldaten die verantwoordelijk zijn voor onderafdelingen worden plaatselijk officier genoemd. Hier valt te denken aan het jeugdwerk, de muzikale activiteiten (zang, brass) de Vrouwenbond, Seniorenclub.
Het Leger des Heils verleent medewerking aan de IKON. Het Leger des Heils is lid van de Raad van Kerken in Nederland.

Organisatie Stichting Leger des Heils Welzijn en Gezondheid
De opvang van en hulpverlening aan dak- en thuislozen in zijn algemeen, en mensen zonder helper in het bijzonder wordt in Nederland verleend door de Stichting Leger des Heils Welzijn en Gezondheid (W&G). W&G in Nederland is verdeeld in 14 regionale werkeenheden, ieder met een directeur. Deze werkeenheden worden aangestuurd vanuit het hoofdkwartier te Almere, waar de bestuurder en het nationale management zetelt. In heel Nederland werken volgens de telling van 2008 ca. 4500 mensen bij W&G.

Samenkomsten
Iedere zondag komen de heilssoldaten, adherenten en belangstellenden samen in de korpsen (evangelisatieposten/gemeenten). De samenkomsten van het Leger des Heils kenmerken zich door enthousiaste samenzang en een duidelijk, praktijkgerichte overdenking. In de samenkomsten kan een ieder die dat wil getuigen van zijn geloof in God.
De samenkomsten staan onder leiding van de korpsofficier. De samenzang wordt vaak begeleid door een brassband. Vroeger werden veel tamboerijns gebruikt. In sommige korpsen zijn zangkoren (zangbrigades) die een bijdrage leveren.
Een belangrijk onderdeel van de samenkomst is de zogenaamde “nabidstond”. Na de overdenking kan men knielen aan de zondaarsbank, tegenwoordig ook vaak heiligingstafel genoemd, Aan deze tafel voor in de zaal kan men knielen om te bidden. Van oudsher was dit een plaats waar zondaars een bekeringsgebed uitspraken, vergeving vroegen voor hun zonden en hun leven aan God gaven.
Op 27 mei 2007 is tijdens de jaarlijkse landelijke ontmoetingsdag een nieuwe liederenbundel gepresenteerd. Op 7 juni 2007 is deze bundel aan de pers gepresenteerd. Vanaf 1 september 2007 wordt deze nieuwe bundel in de samenkomsten gebruikt.

Leerstellingen
De geloofsbelijdenis van het Leger des Heils is vastgelegd in elf leerstellingen. Deze worden in Nederland vanaf 1887 naast de krijgsartikelen ondertekend door mensen die heilssoldaat van het Leger des Heils wensen te worden. De elf leerstellingen zijn letterlijk als volgt gedefinieerd:

Wij geloven, dat de Heilige Schrift, de boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, door goddelijke ingeving geschreven is en dat alleen hierin de goddelijke richtlijnen voor het christelijk geloof en leven te vinden zijn.
Wij geloven, dat er slechts één God is, geheel volmaakt, de Schepper, Onderhouder en Bestuurder van alle dingen en dat uitsluitend aan Hem goddelijke verering toekomt.
Wij geloven, dat er drie Personen in de Godheid zijn, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, ongedeeld in wezen en gelijk in macht en heerlijkheid.
Wij geloven, dat in de Persoon van Jezus Christus, de goddelijke en menselijke naturen verenigd zijn, zodat Hij waarachtig God en waarachtig mens is.
Wij geloven, dat eerste ouders geschapen zijn in een staat van onschuld, maar dat zij door hun ongehoorzaamheid hun reinheid en geluk verloren hebben en dat door hun val alle mensen zondaars geworden zijn, geheel en al verdorven en als zodanig rechtmatig aan Gods toorn blootgesteld.
Wij geloven, dat de Heer Jezus Christus door zijn lijden en dood verzoening bewerkt heeft voor de gehele wereld, zodat elk die wil, gered kan worden.
Wij geloven, dat bekering tot God, geloof in de Heer Jezus Christus en wedergeboorte door de heilige Geest, noodzakelijk zijn tot ons behoud.
Wij geloven, dat wij uit genade gerechtvaardigd worden door het geloof in onze Heer Jezus Christus, en dat hij die gelooft, daarvan het getuigenis in zich draagt.
Wij geloven dat voortdurend gehoorzaam geloof in Christus nodig is om gered te blijven.
Wij geloven dat alle gelovigen het voorrecht hebben geheel en al geheiligd te kunnen worden en dat geheel hun geest, ziel en lichaam onberispelijk bewaard kunnen worden tot de komst van onze Heer Jezus Christus (1 Tessalonicenzen 5:23)
Wij geloven in de onsterfelijkheid van de ziel, in de wederopstanding van het lichaam, in het algemeen oordeel aan het einde van de wereld, de eeuwige gelukzaligheid van de rechtvaardigen en de eindeloze straf van de goddelozen.
Fraude
Begin 2007 schreef Dagblad De Pers over beschuldigingen van fraude afkomstig van oud-cliënten van het Leger des Heils. De organisatie zou maandelijks ruim honderd euro teveel inhouden op uitkeringen, en tevens uit naam van thuislozen een vergoeding voor psychische zorg innen, terwijl dergelijke hulp niet nodig was, en ook niet geleverd zou zijn. Het Leger des Heils zelf verwierp alle beschuldigingen, en stelde dat alleen zorg die is aangevraagd en geleverd zou worden gedeclareerd.[8][9] Uiteindelijk bleek uit onderzoek van een onafhankelijke onderzoekscommissie onder leiding van dr. A. Mosterd dat deze beschuldigingen volledig ongegrond waren.[10]
Eind 2007 schreef het Haarlems Dagblad over cliënten van Leger des Heils pension De Hoeksteen, waarvoor zonder toestemming specialistische hulp zou zijn aangevraagd. Volgens Edo Paardekooper Overman, de woordvoerder van de bewoners, zou de AWBZ indicering gedaan zijn om financiële nood van het Leger op te lossen. Het Leger des Heils stelde dat er niets gebeurd zou zijn wat niet door de beugel kan, bewoners zouden niet voor niets in een pension zitten, en de aanvraag zou met alle bewoners besproken en door iedereen ondertekend zijn. Volgens Paardekoper heeft niet iedereen getekend, en zouden bewoners zich gestigmatiseerd voelen.[11][12]

Discriminatie
Onderscheid op basis van seksuele geaardheid en levensovertuiging heeft tot gevolg gehad dat het Leger des Heils in verschillende landen onder vuur is komen te liggen van actiegroepen en mensenrechtenorganisaties.[13][14][15] In Nederland is dit onderscheid op levensovertuiging door sollicitanten tweemaal voor de Commissie gelijke behandeling gebracht. Deze oordeelde in beide gevallen dat het Leger des Heils wel onderscheid maakte, maar geen bij Nederlandse wet verboden onderscheid.[16][17] In zowel de Verenigde Staten als Noorwegen heeft de behandeling van mensen met een homoseksuele geaardheid tot gevolg gehad dat sympathisanten en donateurs hun steun introkken.[14][15] In 1989 werd het Amerikaanse Leger des Heils in de zaak Jamie Dodge veroordeeld wegens illegale en ongrondwettelijke discriminatie.[18]

Commissie Gelijke Behandeling
De twee zaken voor de Commissie Gelijke Behandeling speelden in 1996 en 1997. In het eerste geval betrof het een sollicitant op de functie medewerker keuken. Waarbij als standpunt werd ingenomen dat een christelijke levensovertuiging niet relevant zou zijn. In de tweede zaak ging het om een sollicitant op de functie invalkracht Sociaal Pedagogisch Werker. Deze stelde geen belijdend christen te zijn, maar geen enkele belemmering te zien om binnen het Leger des Heils te kunnen functioneren. Het Leger des Heils, die van medewerkers een christelijke levensovertuiging eist, verweerde zich in beide gevallen aan de hand van voorbeelden waarbij dit wel noodzakelijk zou zijn. Zoals het voorlezen uit de bijbel, en hardop bidden. Daarbij verwees het Leger des Heils naar artikel 5 van de Algemene Wet Gelijke Behandeling die een uitzondering maakt voor instellingen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag. De commissie oordeelde in beide gevallen dat het Leger des Heils weliswaar onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst, maar dat dit bij wet is toegelaten.[16][17][19]

Integratieproject
In 2005 weigerde het Leger des Heils twee moslima’s in dienst te nemen. De vrouwen wilden deelnemen aan een integratieproject, en waren al als vrijwilliger bij de organisatie betrokken. Toenmalig Minister de Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was het niet eens met dit aanstellingsbeleid, en dreigde twee ton subsidie in te trekken. Het woord geloofsdiscriminatie stelde hij niet in de mond te willen nemen. I. Voorham van het Leger des Heils verweet minister de Geus ervan het Leger des Heils te discrimineren, door te eisen dat de organisatie twee moslima’s in dienst neemt. Het conflict werd beslecht door een regeling waarbij de moslima’s toch bij het Leger des Heils aan de slag gingen, maar op de loonlijst van de Welzijnsstichting van de gemeente Schouwen-Duiveland werden geplaatst.[20][21][22]

Homoseksualiteit
Het Leger des Heils in de Verenigde Staten kwam in 2001 in opspraak na een gelekt intern document, met daarin een verzoek aan de Bush regering dat discriminatie van homoseksuelen mogelijk zou maken. Dit door een uitzondering op lokale antidiscriminatiewetgeving voor instellingen op religieuze grondslag. In ruil daarvoor zou het Leger des Heils lobbyen voor wetgeving die het geven van overheidsgeld aan sociale programma’s van religieuze groeperingen makkelijker moest maken. Hoewel uit het document bleek dat er vergaande toezeggingen zouden zijn gedaan, werd dit ontkend door het Witte Huis, die het verzoek publiekelijk afwees op de dag dat het geheel in de media kwam. Een woordvoerder van het Leger des Heils stelde dat de groep niet probeerde toestemming te krijgen voor discriminatie, maar slechts wetgeving wilde om seksueel actieve homoseksuele medewerkers aan te kunnen pakken, en het betalen van ziektekostenvergoedingen aan partners van medewerkers met een homohuwelijk te voorkomen. David Smith, een woordvoerder van de Human Rights Campaign, stelde dat homoseksuele en lesbische mensen ook belastingbetalers zijn, en dat dit geld niet naar religieuze groepen moet gaan om discriminatoire praktijken tegen hen te bekostigen.[23]
In Noorwegen heeft nieuws over het uitsluiten van homoseksuele en lesbische medewerkers van deelname aan officiële gelegenheden, tot gevolg gehad dat een groep Noorse artiesten de steun introk. Dit door niet langer gratis op te treden tijdens het jaarlijkse geldinzamelingsevenement tijdens de kerst.[13] In de Verenigde Staten heeft de weigering ziektekostenvergoedingen voor partners van medewerkers met een homoseksuele relatie landelijke protesten tegen het Leger des Heils tot gevolg gehad.[14][15]
In Nederland wordt er in de praktijk zeer pragmatisch met homoseksualiteit omgegaan, gezien ook de ruimte die leden met een homoseksuele geaardheid hebben binnen de organisatie.[24]

Voetnoten
↑ Leger des Heils Jaarverslagen
↑ Getallen afkomstig uit jaarverslag 2007 – pagina 74 van het Leger des Heils zie verder Leger des Heils website
↑ leger des heils jaarverslag 2008
↑ jaarverslag 2009 blz. 20 afname t.o.v. een jaar eerder 156 leden
↑ Leger des Heils wil Asser kerk sluiten
↑ jaarverslag 2009 blz. 118 overzicht aantal korpsen 2005 – 2009
↑ jaarverslag 2009
http://www.depers.nl/UserFiles/File/PDF/8.pdf
↑ EenVandaag :: het nieuws- en actualiteiten programma van de TROS en AVRO op Ned.1
↑ Persbericht d.d. 13 april 2007
↑ Raadsvragen over bewoners pension Leger des Heils – Haarlem e.o. – Haarlems Dagblad
http://www.haarlemsdagblad.nl/nieuws/regionaal/haarlemeo/article2787558.ece
↑ a b http://www.humanrightshouse.org/dllvis5.asp?id=3925
↑ a b c http://www.law.com/jsp/article.jsp?id=1132229112367
↑ a b c Concerned Women for America – ‘Gay’ Activists Target Salvation Army Bell Ringers
↑ a b Commissie Gelijke Behandeling – Full Oordeel
↑ a b Commissie Gelijke Behandeling – Full Oordeel
↑ Court Decision – Dodge v. Salvation Army
↑ JavaScript test
↑ Subsidieruzie Leger des Heils en De Geus voorbij Archief 2005 [Actualiteit | Katholiek Nederland]
↑ Minister trekt subsidie Leger des Heils in – Trouw
↑ ‘De Geus discrimineert Leger des Heils’
↑ Charity Is Told It Must Abide By Antidiscrimination Laws – New York Times
↑ Trouw 29 juni 2006
Literatuur
Stoottroep van Christus – jubileumuitgave van de Strijdkreet, het officieel orgaan van het Leger des Heils – 75e jaargang nr. 9 (Amsterdam 1962)
100 jaar Leger des Heils – jubileumuitgave van de Strijdkreet – 91e jaargang nr. 10 (Amsterdam 1978)
Henk Mochel – In de frontlinie; 100 jaar Leger des Heils in Nederland (Kampen 1987)
J.B.K. Ringelberg – Met de vlag in top. De geschiedenis van het Leger des Heils in Nederland (1886-1946) (2005)
Externe links
Leger des Heils (België)
Leger des Heils (Nederland)
Typisch Leger des Heils op amsterdam.nl
Mediabestanden
Voor meer mediabestanden zie de categorie Salvation Army van Wikimedia Commons.

Ontvangen van “http://nl.wikipedia.org/wiki/Leger_des_Heils”
Categorieën: Leger des Heils | Hulporganisatie

Laatste artikelen
Goddelijke natuur
Lezing Gerard Feller: Sleutelen aan het bewustzijn
Een christelijke visie op psychotrauma’s
Evolutie en sociaal Darwinisme
Alternatief balanceren in de gezondheidszorg
Is uw kerk ziekmakend?
Hefbomen van *kwaad* naar *goed.
Christen zijn op je werk: last of lust voor de kerk?
Prenatale diagnostiek – een christelijk-ethische belichting

Home Wie is er online
We hebben 6 gasten en 1 lid online

Hoofd Menu
Home
Wie zijn wij
Artikelen
English Articles
Activiteiten
Magazine
Hulpverlening
Jim Wilder
Contact
Links
Downloads
Shop

Shop

Alle boeken

Stichting Promise
Jim Wilder
Series
Engelstalig
Overig

Magazine

2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011

Nieuw in de shop

Bekijk Mandje
uw mandje is momenteel leeg.

Login
Gebruikersnaam

Wachtwoord

Login opslaan

Wachtwoord vergeten?
Nog geen account? Maak er één aan!

Mormonisme
Mormonisme: een bolwerk van fantasie en dwaling Inleiding
Wie zich enigszins verdiept in een deel van de overweldigende hoeveelheid literatuur over (het ontstaan van) het Mormonisme, dat is de leer van de Mormonen, zal van de ene in de andere verbazing vallen. Het is verbijsterend om te zien hoe mensen de grootst mogelijke onzin kunnen geloven. Als mensen niet denken vanuit de Bijbel als het Woord van God, en niet verlicht zijn door de Heilige Geest, die van Jezus Christus als enige Gezalfde Redder Gods getuigt, zullen die mensen van elke mogelijke en ‘onmogelijke’ leugen van satan een prooi kunnen worden. Het is uiteraard niet de bedoeling om mensen te veroordelen maar om de leugen aan het licht te brengen door de waarheid die bevrijdt.
We zullen ons in dit artikel bezighouden met de vraag om welke geloofsgemeenschap het gaat, wie de stichter was, hoe het boek van Mormon is ontstaan, wat Mormonen geloven, en wat wij als christenen ervan moeten denken.

Kerkgenootschap
Allereerst wat gegevens over de in 1830 door Joseph Smith gestichte ‘Kerk van Jezus Christus’ met in 1838 de toevoeging ‘van de Heiligen der Laatste Dagen’. Het aantal volgelingen groeide vooral door de populaire inhoud van de ‘preken’ van Joseph Smith, die een verkeerde voorstelling van het bijbels evangelie inhielden (8). Het kerkgenootschap van de Mormonen is in 1847 in de Amerikaanse staat Utah neergestreken o.l.v. Brigham Young, de opvolger van Joseph Smith. In de hoofdstad Salt Lake City, die thans ruim 2 miljoen inwoners (waarvan ca. 75% Mormoon is) telt, staat het hoofdkantoor van de organisatie, en bevinden zich de grote uit wit graniet gebouwde tempel, die alleen toegankelijk is voor Mormonen, en de tabernakel, waarin dagelijks orgelconcerten worden gegeven, die voor iedereen toegankelijk zijn.
Het aantal Mormonen bedraagt wereldwijd ca. 12 miljoen, van wie ongeveer de helft in de Verenigde Staten (28). In Duitsland zijn er ongeveer 36.000, en in ons land ca. 7000 Mormonen (in ca 40 gemeenten; in 2002 is in Zoetermeer de eerste Mormonentempel in Nederland in gebruik genomen). Er is sprake van een snelle groei, vooral in Zuid-Amerika. Elke 3 jaar komen er wereldwijd 1 miljoen leden bij, en jaarlijks verrijzen ca. 400 nieuwe gebedshuizen en tempels (36). De groei hangt samen met het feit, dat de Mormonen evangelisatie en zending als een van de speerpunten van hun geloof hebben gemaakt. Het aantal zendelingen (gedurende 2 jaar full-time en op eigen kosten) is relatief groot, namelijk tussen de 40.000 (22) en 60.000 (28). De Mormonen hebben de grootste genealogische bibliotheek ter wereld (28). Dit heeft te maken met hun visie over de doden. Mormonen onthouden zich van alcohol, tabak, koffie en thee (7).
De organisatie van de kerk is sterk hiërarchisch. Onder het hoogste gezag (president) staan bisschoppen, priesters, leraars etc.. Zwarte mensen konden geen priesterambten bekleden (want volgens een openbaring van Smith in 1830 zouden ze die huidskleur als straf hebben gekregen omdat ze nakomelingen van Kaïn zouden zijn), maar noodgedwongen is dat in 1978 herroepen. Er wordt geen enkele ondermijnende leer geduld. In 1852 was er een scheuring vanwege de vraag wie in principe leider mocht zijn: wel of niet zaad van Joseph Smith, en toen ontstond de ‘Gereorganiseerde Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’. Deze kerk pretendeert de ware voortzetting te zijn van de kerk van de stichter Joseph Smith (7). Na 1890, toen de polygamie (veelwijverij) werd afgeschaft, bleven sommige Mormonen vasthouden aan polygamie omdat zij de zgn. ‘goddelijke openbaring’ hoger achtten dan de leiding van de kerk en het boek van Mormon (dat geen polygamie voorstaat). Deze groep heeft zich afgescheiden van de officiële kerk van de Mormonen (wat zij ‘de grootste hoer op aarde’ noemen) en heeft de zgn. ‘Fundamentalistische Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ opgericht. Zij stichtten polygame gemeenschappen in Canada, Mexico en enkele afgelegen staten van Amerika. De onsterfelijk geachte, maar inmiddels overleden leider Rulon T. Jeffs liet 75 vrouwen en tenminste 65 kinderen na (6).

Wie was deze oprichter van de zgn. ‘Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ ? (Hierna te noemen: Mormoonse kerk). Joseph Smith werd geboren in 1805 in het plaatsje Sharon in de staat Vermont. In 1815 verhuisde het gezin naar Palmyra in Ontario, en vier jaar later naar Manchester, eveneens in Ontario (in de staat New York) (2). Hij groeide op in een omgeving van armoede, onwetendheid en bijgeloof. Er werd ook veel aan Vrijmetselarij gedaan. De ouders van Joseph Smith waren Presbyteriaans geworden, maar hij zelf voelde zich meer tot de Methodisten aangetrokken (2). Joseph was als kind overgevoelig, maar ook lastig en eigenwijs. Hij had een grote fantasie. Hij hield van schatgraven, waarzeggen en ‘zag’ duivels en spoken (33). Zowel Joseph Smith als zijn vader hielden zich bezig met een occulte praktijk, die bekend stond als ‘money digging” (schatgraven) waarbij men bepaalde rituelen uitvoerde met het doel om begraven schatten te vinden, waarvan men veronderstelde dat die door boze geesten werden bewaakt (16). Deze occulte praktijk was ‘afgekeken’ van een rondreizende magiër en wichelaar, die in het dorp Palmyra, waar Joseph woonde, op bezoek was geweest. Deze magiër zei dat hij met behulp van magische stenen de plaatsen kon aanwijzen waar grondwater en door Indianen begraven schatten zich zouden bevinden (8). Nadat een spaanse schat, die volgens Joseph ergens zou moeten liggen, na veel graven niet werd gevonden, werd Smith als charlatan ontmaskerd (8).

Joseph Smith

In 1820 zou Joseph Smith een visioen gezien hebben van twee hemelse personen (God en Jezus?). Zij vertelden hem, dat hij zich bij geen enkele kerk mocht aansluiten, omdat deze allemaal verkeerd waren….., en dat hun geloofsbelijdenissen een gruwel waren en dat alle leraars corrupt waren’ (2, 22)(Parel van Grote Waarde 1:18,19). Smith zou in dat visioen zijn medegedeeld, dat hij geroepen was als ‘profeet van de allerhoogste God’, en dat hij was uitverkoren om Gods ware kerk op aarde te vestigen, en wel gebaseerd op een evangelie dat hem geopenbaard zou worden (2). Drie jaar later, in 1823, en vervolgens ook nog in 1827 kreeg Smith een visioen van een zekere engel Moroni. In dat jaar, en wel op 18 januari, was Smith met Emma Hale in het huwelijk getreden.
Smith zou (naar eigen zeggen) in 1829, samen met zijn medewerker Oliver Cowdery, van Johannes de Doper het Aäronitisch priesterschap en later ook dat van Melchizedek hebben ontvangen, en wel van Petrus, Jacobus en Johannes (2). En voorts kreeg hij volgens een zoveelste visioen de bevoegdheid de kerk in haar vroegere volkomenheid te reorganiseren (7). Op 6 april 1830 achtte Smith zich geroepen om een kerk te stichten, namelijk ‘de Kerk van Jezus Christus’. Hij kreeg voortdurend nieuwe ‘openbaringen’, en op 28 april 1838 werd na een nieuwe openbaring de naam uitgebreid met ‘van de Heiligen der Laatste Dagen’ (7). Enkele jaren later, en wel op 15 maart 1842, werd Joseph Smith Vrijmetselaar. Hij schrijft in ‘History of the Church’, deel 4, pag. 551: “’s Avonds ontving ik mijn eerste graad in de Vrijmetselarij in de Nauvoo-loge, die bijeen was gekomen in mijn kantoor”. De volgende dag werd hij verheven tot de hoogste graad van “Sublieme Meester van het Koninklijk Geheim” (pag. 552). Zijn betrokkenheid met de Vrijmetselarij heeft vooral invloed gehad op de tempelceremoniën, want nog geen twee maanden later (op 2 mei 1842) introduceerde Smith, als door hem ontvangen openbaring, de tempel ‘endowment’ ceremonie (History of the Church, deel 5, pag. 1-2).
Een ander aspect van Joseph Smith betrof zijn relatie met vrouwen. Toen hij verliefd werd op mooie vrouwen uit de groep van zijn volgelingen, kreeg hij in 1843 de volgende openbaring: “Indien een man een maagd huwt, en nog een maagd wenst te huwen (…), dan is hij gerechtvaardigd; hij kan geen overspel plegen, want zij zijn hem gegeven” (6). Daarna predikte en praktiseerde Smith polygamie, het recht van de man er meer vrouwen op na te mogen houden (2). We zien misvattingen over seksualiteit ook bij andere sekteleiders zoals David Berg van de ‘Children of God’ en in ons land Sipke Vrieswijk. Smith verkondigde dat het ‘meervoudig huwelijk’ geoorloofd was. Ongehuwde vrouwen konden volgens hem niet in de hemel komen, want de mogelijkheid voor een vrouw om in de hemel te komen, hing meer af van de verdienste van haar man, dan van haar eigen verdienste (8). Bovendien zou Jezus ook meerdere vrouwen hebben gehad (7, 32). Ook verzon Smith, teneinde zijn seksuele verlangens te kunnen uitleven, het begrip van het hemelse huwelijk, dat zou uitgaan boven het aardse huwelijk (8).
Emma Hale, de vrouw van Joseph, verzette zich hevig tegen de ontstane polygamie-opvattingen van haar man. Ze achtte het verfoeilijk en in strijd met het boek van Mormon. Ze was wel bereid haar man steeds te vergeven om diens seksuele ‘onbezonnenheden’, maar vond het ontoelaatbaar, dat haar man pogingen deed om een leerstellige rechtvaardiging van die schending van het monogame huwelijk op te bouwen. Smith hanteerde herhaaldelijke zelfs zgn. goddelijke openbaringen als argument om met tienermeisjes (zelfs van 14 jaar oud) te trouwen. Smith bedroog zijn vrouw zelfs in de tijd toen hij, vlak voor zijn dood, voortvluchtig was en dat misbruikte als mogelijkheid om met enkele van zijn jonge vrouwen te zijn (46). Lavina Fielding Anderson, uitgever van het ‘Journal of Mormon History’ schrijft in een artikel (1) dat ze diep geschokt en vol walging was vanwege de onthullingen uit het boek van Newell en Avery (34, 47).
Smith waagde zelfs zich kandidaat te stellen voor het Amerikaanse presidentschap. Maar dat vond geen doorgang, omdat hij in 1844 in de gevangenis terecht kwam wegens veelwijverij. Smith had inmiddels vele tientallen echtgenotes. Op de tweede dag van zijn gevangenneming werd de gevangenis door een groep gewapende mannen bestormd en in een vuurgevecht waaraan Smith zelf enkele aanvallers verwondde of doodde, werd hij op 38-jarige leeftijd doodgeschoten (6, 8). Hij stierf dus niet zonder verzet en niet ‘als een lam dat ter slachting wordt geleid’, zoals het in de geschriften wordt voorgesteld (12).

Het ontstaan van het boek van Mormon
Na vele andere visioenen, o.a. het eerder genoemde visioen met ‘God en Jezus’ in 1820, verscheen in de nacht van 21 september 1823 een hemelachtig wezen, een zekere engel Moroni (naar eigen zeggen een afgezant van God) aan Smith en vertelde hem dat God een werk voor de jongeman te doen had, en dat zijn naam ten goede en ten kwade over alle naties bekend zou worden, en dat ergens op een heuvel enkele gouden (of op goud lijkende) platen begraven lagen met daarop gegraveerd de beschrijving van de geschiedenis van de eerste bewoners van Amerika, èn de volheid van het evangelie, zoals dit door de Heiland Zelf aan de oude bewoners was gepredikt (2, 7). Moroni zou, toen hij nog leefde, als laatste schatbewaarder van de geschiedenis van het vroege Amerika, zelf de platen hebben begraven. Als dit geen fantasieverhaal is, dan heeft Joseph Smith contact gehad met de geest van een overledene! Smith zou uit de Bijbel hebben kunnen weten dat dit verboden was. In een later visioen toonde Moroni aan Smith de plaats waar de platen zouden liggen. Smith mocht deze plaats aan niemand anders bekend maken. Pas op 22 september 1827 mocht hij de platen ‘opgraven’, die hij op aanwijzing van de engel Moroni ‘vond’ op de westelijke helling van de heuvel Cumorah vlakbij het dorp Manchester waar Smith woonde. Moroni gaf de platen aan hem onder de voorwaarde, dat hij ze weer zou moeten teruggeven als deze boodschapper erom zou vragen, hetgeen later gebeurd is. De zgn. platen waarop volgens Smith het boek van Mormon is gebaseerd, zijn er dus niet meer. De Mormonen stellen uiteraard dat er getuigen zijn geweest, maar dat is zeer discutabel (2). Allereerst blijkt dat uit het gegeven, dat Smith weigerde de platen aan zijn schoonvader Isaac Hale, te laten zien met de smoes dat ieder ander dan Joseph Smith zelf, direct zou worden gedood bij het zien van de platen!!! Voorts is bekend, dat de zgn. getuigen van de ‘aanwezigheid’ van de platen in opdracht van Smith vele uren moesten bidden om de platen te kunnen ‘zien’ (8). Mijns inziens is hier sprake van een soort hersenspoeling.
Volgens Smith was de tekst van de platen gesteld in een “verbèterd Egyptisch hiëroglyfenschrift”. Egyptologen weten echter zeker, dat de Egyptische hiëroglyfen in de periode van de 5de eeuw voor Chr. tot de 4de eeuw na Chr. onveranderd zijn gebleven, en dat experts ze niet konden ontcijferen. Hoe heeft Smith nu de tekst ‘vertaald’ naar het Engels? Naar eigen zeggen zou Smith gebruik gemaakt hebben van speciale brillen, die ‘vertolkers’ werden genoemd, en die bij de platen aanwezig zouden zijn. Doorgaans wordt het in de Mormoonse literatuur zo voorgesteld, dat Joseph Smith de platen vóór zich had, ze vertaalde met genoemde ‘vertolkers’, en de inhoud van de platen dicteerde aan een schrijver (17). Echter dit klopt niet met het getuigenis van ooggetuigen (zoals Oliver Cowdery, de hoofdklerk, David Whitmer en Emma Hale, de vrouw van Smith), die erbij waren toen Joseph dicteerde. Hun verhaal is dat Smith zijn magische steen of ziener-steen (‘seer stone’) in zijn hoed stopte, en vervolgens zijn hoofd in zijn hoed ‘begroef’ zodat hij geen licht meer zag, en dicteerde wat hem voor de geest kwam. Smith vertelde dat hij de woorden in het donker van de hoed zag (op perkament en daaronder de vertaling in het Engels). Hij zag de platen op dat moment dus niet, deze waren soms zelfs helemaal niet aanwezig!, als ze al bestaan hebben. Er is dus beslist geen sprake van vertaling, maar van occulte inspiratie, zoals waarzeggerij / helderziendheid (16). We zouden tegenwoordig spreken van channeling. De magische steen zou ook gebruikt zijn bij het ontvangen van de vele ‘openbaringen’ (38). Dit wordt bevestigd door de Mormoon Richard S. Van Wagoner (17, 39).
Hierboven is de meer bovennatuurlijke (occulte) verklaring voor het ontstaan van het boek van Mormon aan de orde geweest. Er zijn ook andere visies over het ontstaan van het boek, namelijk plagiaat van andere boeken. Volgens vele commentatoren o.a. Kirby (27) is het aannemelijk dat het boek van Mormon niets anders is dan een samenraapsel van bronnen die van latere datum zijn dan de veronderstelde data genoemd in het boek van Mormon. Zo zou volgens sommigen, o.a. Wayne Cowdrey (9) het boek van Mormon een samenvatting zijn van een niet gepubliceerd verhaal in “Het gevonden Manuscript”, geschreven door de Presbyteriaanse predikant Solomon Spaulding (2). Merkwaardig is dat dit manuscript tussen 1812 en 1814 verdween uit een drukkerij in Pittsburgh, en daar zou volgens de schrijver Spaulding een vriend van Joseph Smith de hand in hebben gehad (3, 9). Brigham Roberts, een van de belangrijkste Mormoonse autoriteiten, toont aan (40) dat het boek van Mormon qua beschrijving van de oude Amerikaanse bevolking in strijd is met recente wetenschappelijke inzichten. In een tweede manuscript (41) toont Roberts onder meer aan dat het boek ‘View of the Hebrews’ van Dr. Ethan Smith (43) de blauwdruk is geweest voor het boek van Mormon. Het boek van Ethan Smith was 5 jaar voor de publicatie van het boek van Mormon uitgegeven in het stadje waar Oliver Cowdery (de neef van Joseph Smith en later naaste medewerker bij de totstandkoming van het boek van Mormon) woonde. Roberts concludeert dat het boek van Mormon een menselijke oorsprong moet hebben, mede gezien de fantasie van Smith, en de vele daaruit voortkomende ongerijmdheden (3). Opmerkelijk is dat het boek van Mormon veel zinnen bevat, die erg veel lijken op de “Authorized Version’ van de Bijbel, die niet bekend kon zijn aan de veronderstelde schrijvers van de kronieken op de ‘gevonden platen’.
We moeten uiteraard stilstaan bij het naast elkaar bestaan van de twee genoemde visies over het ontstaan van het boek van Mormon, namelijk de bovennatuurlijke waarbij sprake zou zijn van informatie via verschijningen van geestelijke wezens enerzijds, en de natuurlijke waarbij sprake zou zijn van plagiaat en/of fantasie. Ze lijken strijdig met elkaar te zijn, maar het is heel goed mogelijk, dat de twee mogelijkheden beide een rol hebben gespeeld, in elk geval in de fantasiewereld van Joseph Smith. Het is mogelijk, dat Smith inderdaad (occulte) inspiraties ontving (denk aan de vele ‘openbaringen’), maar het is ook mogelijk dat hij zelfs dàt verzonnen heeft. Dus hij zou of fantast / bedrieger zijn of zodanig occult besmet, dat hij, misleid door een leugengeest uit het rijk van satan, de leugen geloofde. Overigens is het niet belangrijk welke van de mogelijkheden waar is. In alle gevallen is het volstrekt duidelijk dat Joseph Smith geen profeet van God kan zijn geweest, en dat het volkomen onterecht is dat een soort jongensboek (met gegevens die niet met historisch feiten kunnen worden onderbouwd) is ‘verheven’ tot basis van een ‘pseudo-religie’. Het kan dus niet zo zijn zoals De Evangelieleer (pag. 42) zegt, dat: “God zich door Joseph Smith als enige aan de wereld heeft geopenbaard”. Dit doet denken aan de uitspraak van de valse profeet H.J.A. van Geene uit Puttershoek, die meent, dat mensen alleen via hem tot de bruid van Christus kunnen behoren.
We willen ook nog wijzen op de misvatting dat er in het Mormonisme gesproken wordt over de rol van de Urim en Tummim bij de totstandkoming van het boek van Mormon. Merkwaardig is dat er in dat boek helemaal niet over deze Urim en Tummim gerept wordt. Ook Smith sprak er nooit over. Hoe komt het dan toch dat er in Mormonen-geschriften gewezen wordt op de Urim en Tummim? De reden is dat een zekere W.W. Phelps, naaste medewerker van Joseph Smith, in het jaar 1833 op het speculatieve idee kwam dat de oude ‘vertolkers’, die in het boek van Mormon en door Smith genoemd werden, misschien de Urim en Tummim, zoals bekend uit het Oude Testament (Ex. 28:30; Lev. 8:8; Ezra 2:63; Neh. 7:65; Deut. 33:8), zouden kunnen zijn (16). Het idee van Phelps kwam mede op doordat hij het gebruik van de magische steen door Smith associeerde met deze Urim en Tummim. Phelps schreef erover in de Mormoonse publicatie ‘The Evening and Morning Star’ van januari 1833. Zijn foute visie won aan populariteit, en is later te vinden in vele Mormoonse geschriften, en is ook in de officiële Leer & Verbonden opgenomen! Zelfs zijn dateringen daarvoor aangepast. We zullen voorbijgaan aan de vraag of er sprake was van hulp van ‘vertolkers’ èn de magische steen, of van deze magische steen alleen. De verhalen daarover zijn te dol om weer te geven (17).
We zien een aaneenschakeling van fantasie (om niet te zeggen: bedrog), misverstanden en aanpassingen om zaken ‘recht’ te breien. Het is verbijsterend om te ontdekken, hoe, naar we mogen aannemen, weldenkende, serieuze mensen, zich zo kunnen laten bedriegen. Er is mijns inziens sprake van een betovering, waardoor het gezond verstand van mensen verduisterd wordt. Daarbij speelt ook de angst (die men steeds bij sekten tegenkomt) dat men in een diepe geestelijke put valt als men de leer (lees: leugen) loslaat.

Het boek van Mormon
De tekst van de platen werd in 1830 uitgegeven als boek van Mormon (7). Dit boek van Mormon is volgens de Mormonen goddelijk geïnspireerd. Het wordt verondersteld “de volheid van het eeuwig evangelie” (zie Leer en Verbonden 27:5 en 135:3) te bevatten. Het boek van Mormon is verkrijgbaar in meer dan 50 talen. Er zijn honderd miljoen exemplaren van gedrukt (april 2000), en over de hele wereld verspreid. Het boek is, net als de Bijbel, verdeeld in ‘boeken’, hoofdstukken en verzen, bijvoorbeeld 1 Nephi 2:5, Alma 46:1, Ether 15:31 (de namen verwijzen naar figuren, die in het boek van Mormon een rol spelen). Het boek van Mormon werd door de leiders van de christelijke kerken als godslasterlijk beschouwd vanwege de in het boek genoemde ‘verbeteringen’ van de Bijbel. Maar naïeve, bijgelovige mensen, die moe waren van het horen over hel en verdoemenis, vonden het boek prachtig, want ze hadden nu een eigen boek van een levende profeet, die de heilige geschriften vanaf de Cumorah-heuvel had gebracht net zoals Mozes de 10 geboden vanaf de Sinaï had gedragen (8).
Waarover gaat het in het boek van Mormon? Het bevat voor een groot deel een saai en langdradig verhaal over de godsdienstige en wereldlijke geschiedenis van twee stammen, namelijk de Lamanieten en de Nephieten gedurende de periode 600 voor Christus tot 421 na Christus. Deze stammen zouden een deel vormen van het volk Israël (zelfs wordt beweerd dat de 12 apostelen Nephieten waren) (2). Volgens gegevens in het boek van Mormon moesten de stammen rond 600 voor Chr. emigreren naar een land van belofte: Amerika. Een groep Israëlieten vertrok vanuit Jeruzalem, en na een lange tocht over zee, kwam men uiteindelijk in Midden Amerika, waar de Lamanieten en de Nephieten zich aanvankelijk vestigden. Het waren geen voorbeeldige stammen, want er werd gemoord en er was kannibalisme. Het boek van Mormon vertelt ook dat Jezus na Zijn hemelvaart op het Amerikaanse continent zou zijn verschenen, en dat Hij daar het evangelie in al zijn volheid zou hebben geplant (2). De Mormonen menen, dat de oorspronkelijke inwoners van Amerika ‘de andere schapen’ zouden zijn waarover gesproken wordt in Joh. 10:16, en daarom door Christus bezocht zouden moeten worden. Echter in dat vers wordt gedoeld op de heidenen. Bovendien stelt een gezaghebbend historisch instituut, dat er geen enkel bewijsmateriaal is over welke migratie vanuit Israël naar Amerika dan ook, en dat de Indianen, die in Amerika leefden voor de ontdekking van Amerika door Columbus geen enkele kennis hadden van de Bijbel of het christelijk geloof (21).
Het boek van Mormon zou zijn opgesteld door de geschiedschrijver-profeet Mormon (geboren in 311 na Chr.), overgenomen van ‘de platen van Nephi’. Nephi zou een afstammeling zijn van Manasse, de zoon van Jozef, een van de zonen van Jakob, en zou de stamvader zijn van de Nephieten. De genoemde geschiedschrijver-profeet Mormon zou van God de opdracht hebben gekregen om de kronieken van Nephi te bewerken. Omstreeks 385 na Chr., na de gewelddadige dood van Mormon, zou het werk zijn voortgezet door Moroni, de zoon van Mormon. Deze Moroni (die later als ‘engel’ de contactpersoon zou worden met Joseph Smith) had in 421 na Chr. het geschiedboek verzegeld, en zou de verslagen in een stenen kist op de helling van een heuvel hebben verborgen, totdat Joseph Smith deze kist ‘onder leiding van de geest’ van de inmiddels overleden Moroni deze kist ‘vond’ (2).
Het boek van Mormon bevat verder een merkwaardige mengelmoes van bijbelse teksten en citaten, aangevuld met verklaringen van Mormon en Moroni. Bovendien is sprake van historische fouten, en worden woorden van Jezus in de mond gelegd van mensen, die lang voor de tijd van Jezus leefden. Er zitten veel onjuistheden in, en het Oude en Nieuwe Testament worden met elkaar verward. Het boek van Mormon is vele malen aangepast vanwege fouten en inconsistenties (19).
Visie op het boek van Mormon.
Het is ronduit verbijsterend wat een onzin in dit boek bij elkaar is gefantaseerd. Het is ook ontstellend te vernemen wat Joseph Smith schreef over het boek van Mormon: “Het is het nauwkeurigste boek ter wereld en de hoeksteen van onze godsdienst, en de mens zal nader tot God komen door zijn voorschriften op te volgen, dan door die van enig ander boek”. Als je dit leest weet je al genoeg. Deze Smith was het die na het stichten van de Mormoonse kerk meende dat God hem had geboden om door middel van openbaringen de Bijbel te herzien (32, pag. 10). Om het bestaan van het boek van Mormon te rechtvaardigen schreef Smith (32, pag. 65): “God heeft nimmer gezegd dat Hij nooit meer zou spreken na hetgeen Hij in de Bijbel gesproken heeft. Door Gods voorzienigheid is een gedeelte van Zijn Woord, dat Hij aan zijn heiligen uit vroeger dagen heeft gegeven, in onze handen gekomen en wordt de goddelijke oorsprong erkend” (2). Hieruit blijkt hoe geraffineerd de duivel te werk gaat. Immers niet ontkend kan worden dat God door Zijn Heilige Geest tot gelovigen wil spreken, maar dat mag nooit het geopenbaarde Woord van God zoals neergelegd in de Bijbel tegenspreken. En in het boek van Mormon is wel degelijk sprake van grote tegenstrijdigheden met de Bijbel.
Als het waar zou zijn, dat het volk, dat in het boek van Mormon wordt beschreven, Joden zouden zijn, die uit Jeruzalem waren gekomen, is het zeer opmerkelijk dat begrippen en namen, die in het Oude Testament veel genoemd worden, zoals Pascha, besnijdenis, priesterschap, tempel, ark van het verbond, wierook, Joodse feesten, etc. helemaal niet in het boek van Mormon voorkomen. Ook is het vreemd, dat de kronieken in het Egyptisch zouden zijn geschreven, en dus niet in het Hebreeuws. Het moet ook zeer te denken geven, dat waar de Bijbel door een enorme hoeveelheid archeologisch materiaal wordt bevestigd, niets van het verhaal (namen van steden, leiders, veldslagen, munten, kledingstukken) van het boek van Mormon door archeologie wordt ondersteund! Wel komt de naam Aäron er in voor, maar nooit met betrekking tot het priesterschap van Aäron (44).

Andere gezaghebbende boeken van de Mormonen
Bijbel, ‘in zoverre het nauwkeurig vertaald is’ aldus Artikelen des geloofs, artikel 8. Dit standpunt kwam er door openbaring aan Joseph Smith, want “Bijbelverzen werden door een in het licht staand persoon, in vergelijking met de Bijbel, gewijzigd geciteerd” en “Door onwetende vertalers, achteloze overschrijvers en samenspannende en verdorven geestelijken zijn vele fouten gemaakt” (35, pag. 64). Daarom is de Bijbel niet betrouwbaar, aldus Smith (2).
Boek van de Leer en de Verbonden. Dit bevat de weergave van zgn. ‘goddelijke’ openbaringen, deels ‘van de Here ontvangen’, deels door Smith zelf gegeven, alsmede verschillende leerstukken en bijbelcitaten. De profetieën en openbaringen zijn zeer persoonlijk gericht, met daarbij de namen van betrokkenen genoemd. Later zijn nog openbaringen van opvolgers van Joseph Smith toegevoegd, zoals een openbaring over het afschaffen van polygamie door Wilford Woodruff (2).
Parel van Grote Waarde. Dit bevat een keuze uit de openbaringen, vertalingen en geschriften van Joseph Smith. Het bestaat uit de volgende onderdelen:
1) Visioenen van Mozes, geopenbaard aan Smith in juni 1830,
2) Het boek van Abraham (gepubliceerd in 1842),
3) Geschriften van Joseph Smith, waaronder gedeelten uit zijn levensgeschiedenis, en
4) Artikelen des geloofs van de Mormonen kerk (2).
Ook ten aanzien van het zgn. boek van Abraham blijkt weer dat Joseph Smith ofwel heeft gefantaseerd of op occulte wijze geïnspireerd werd. Het betreft de ‘vertaling’ door Joseph Smith van een papyrus, die hij in 1835 had gekocht van een rondreizende antiquair in Kirtland in Ohio, en dat een oud manuscript zou zijn uit de catacomben van Egypte, door Abraham geschreven tijdens diens tijdelijk verblijf in Egypte. Uit een boek van Charles Larson (30) blijkt, dat in 1967 in het Metropolitan Museum of Art in New York City een rol is gevonden, die inderdaad het bewuste manuscript bleek te zijn dat Joseph Smith in 1835 had gekocht. Maar het blijkt een gewoon heidens Egyptisch begrafenisdocument te zijn, dat niets met Abraham te maken heeft!
In dit verband is nog een andere grote misser van Joseph Smith en zijn opvolgers te melden. Op 23 april 1843 werden 6 koperen platen met niet te ontcijferen inscripties gevonden nabij Kinderhook in Illinois, ruim 100 kilometer ten zuiden van Nauvoo (26). Deze werden aan Joseph Smith voorgelegd, die een deel ervan ‘vertaalde’ en meende dat het de geschiedenis was van iemand uit de tijd van de oude Egyptische farao’s. Meer dan een eeuw heeft men dat mede als ondersteuning van het boek van Mormon beschouwd, totdat in 1980 uit onderzoek van de Mormoon Kimball met behulp van moderne technieken bleek, dat het slechts ging om een moderne koperlegering uit de 19de eeuw. Dit deed uiteraard grote vragen opwerpen over de profetische aanspraken van Joseph Smith en zijn ‘talent’ om antieke talen te kunnen ‘vertalen’.
Leer van de Mormonen
Vooraf moet worden opgemerkt, dat de leer geen consistent geheel vormt. In de loop van de tijd zijn vele aanpassingen gemaakt in de leer en de geschriften, zoals het boek van Mormon, Leer en Verbonden, Geschiedenis van de kerk, etc. (12). Zo zijn er ook leringen, die strijdig zijn met het boek van Mormon. De president van de Mormoonse kerk, een zgn. levende profeet, kan nieuwe openbaringen ontvangen, waardoor een en ander moet worden herzien (o.a. vanwege de behoeften van zijn leiderschap). De visie wijzigt dus steeds.
Om enkele voorbeelden te noemen. In 1960 werd de Mormonen geleerd niet te zeggen, dat ze christenen waren. Maar omdat het belemmerend werkte op de groei van het aantal ‘bekeerlingen’, werd in 1970 verordineerd, dat men moest zeggen, dat men wèl christen was. Vroeger werden de Mormonen door de Mormon-apostel Bruce R. McConkie erop gewezen, niet te streven naar een persoonlijke relatie met Jezus. Maar tegenwoordig wijzen de zendelingen er wel op, maar alleen als zendingsmiddel, want daardoor krijgt men meer aanhang. Aanvankelijk werd gezegd, dat zwarten onwaardig zouden zijn om priester te kunnen zijn, maar toen men ontdekte dat vele priesters in met name Brazilië zwarte voorouders hadden, en de kerk als anti-racistisch werd bestempeld (wat de zendingsactiviteiten niet ten goede kwam) werd de visie in 1978 bijgesteld.
De officiële doctrine is o.a. dat het boek van Mormon, het boek van de Leer en de Verbonden, en de Parel van Grote Waarde nooit strijdig zijn met de Bijbel, zoals hij was ‘voordat de Bijbel door slechte mensen vervalst werd’. Historische feiten, die strijdig zijn met officiële Mormonen-leringen worden per definitie vals geacht omdat zij het Mormonengeloof niet promoten. Gesteld wordt dat een apostel of profeet direct geïnspireerd wordt door God. Als hij fout is, dan sprak hij als mens, maar hij zal je nooit misleiden (48). Alles wat tègen de Mormoonse kerk is gericht kan niet anders dan vals of onbetrouwbaar zijn; het is zelfs een bewijs dat de leer van de Mormoonse kerk waar moet zijn. En zelfs als de kerk vals zou zijn, dan onderwijst het toch goede waarden voor het gezin en dat is goed genoeg. Bovendien, als de Mormoonse kerk vals zou zijn, dan zijn alle kerken vals. De vroegere president Young heeft ervoor gewaarschuwd dat ‘als iemand kritiek begint te leveren’ op de leiders en leringen van de kerk, “u kunt weten dat die persoon min of meer de geest van afvalligheid heeft”. En even verder: “Afval is zich afkeren van de kerk en uiteindelijk het geloof verloochenen” (28). Opmerkelijk is dat het boek van Mormon nauwelijks meer de basis van de leer is, maar het boek wordt nog wel aangehouden om de suggestie van goddelijke openbaring in stand te kunnen houden (3). Denk aan het beeld van de engel Moroni met trompet op de tempels. Men wil vasthouden aan tradities zoals in menige andere kerk.
Wat houden de geschriften van de Mormoonse kerk zoal in? De Leringen, de toespraken van de vroegere president Young (10), de Leer en de Verbonden, de Evangelieleer van John F. Smith (6de president) bevatten zeer merkwaardige opvattingen. Om slechts enkele voorbeelden te noemen. Mormonen geloven behalve in een God, ook nog eens in meerdere goden en werelden. Dat is puur heidendom (2)(33). Adams zonde wordt beschreven als een positieve stap in de ontwikkeling van de mens (25), Joseph Smith leerde door zgn. openbaring dat Adam de aartsengel Michaël en Noach de engel Gabriël werd (32, pag. 41). Brigham Young (de opvolger van Joseph Smith) leerde dat Adam meerdere vrouwen had, en dat Adam God was en tevens de aartsengel Michaël (25, vol. 1, pp. 50-51). Deze Young herbevestigde deze leer diverse malen en het is zelfs neergelegd in de journalen van de Mormonen van zijn tijd.
Nog enkele andere opvattingen uit de geschriften van de Mormonen: God de Vader zou een lichaam van vlees en beenderen hebben (35) (Leer & Verbonden 130:22) (terwijl de Bijbel leert, dat God geest is, die alomtegenwoordig is), en God was eens zoals wij nu zijn (32). Joseph Smith leerde zelfs dat God de Vader van Jezus Christus een vader had (32), Jezus zou volgens de theologie van de Mormonen een geestelijke broer van Lucifer zijn (19), de hof van Eden zou op het Amerikaanse continent gelegen zijn (10). Uit Gen. 2: 11-14 blijkt dat die opvatting onjuist is (2). Er zijn nog meer voorbeelden, maar die zijn te godslasterlijk om te noemen. Sommige van bovengenoemde opvattingen zijn in latere ‘openbaringen’ overigens als onjuist afgewezen.
Andere geloofsleerelementen, zoals neergelegd in hun geloofsbelijdenis, lijken door christenen onderschreven te kunnen worden. Het probleem is echter dat allerlei bijbelse begrippen vaak een andere inhoud en betekenis hebben (2). Het is te vergelijken met het new age boek ‘Een cursus in wonderen’ (18). Hoewel Mormonen (lijken te) geloven in de verzoening door het offer van Jezus Christus, geloven zij ook in de goddelijke zending van de profeet Joseph Smith, door wiens tussenkomst de waarheid in deze bedeling werd hersteld (2). Bedacht moet ook worden dat de Mormonen onder redding iets anders verstaan dan wat de Bijbel zegt. Hun leer zegt dat hun redding uiteindelijk komt door eigen goede werken, namelijk door allerlei wetten en verordeningen van de Mormoonse kerk te gehoorzamen, terwijl de Bijbel zegt, dat we leven door genade, en dat goede werken volgen na de redding (Ef. 2:8-10). Zo kent de Mormoonse kerk ook een doop, maar deze is anders dan in diverse christelijke kerken. Kinderen worden gedoopt door onderdompeling voor de vergeving van hun zonden als ze 8 jaar oud zijn, en zij ontvangen dan tevens het opleggen der handen (2)(Leer en Verbonden 68: 25-27). Men kent zelfs de doop voor de doden, tot vergeving van zonden ten behoeve van gestorven familieleden, die het evangelie of de volheid ervan niet gehoord hebben (32).
Hoe merkwaardig sommige opvattingen van Mormonen ook zijn, als men kijkt naar hun levenswandel, hun ethiek, dan lijkt die toch wel christelijk te zijn. Ze verwerpen abortus en euthanasie op religieuze gronden. Ze prediken kuisheid en huwelijkstrouw. Daarnaast zweren ze het gebruik van alcohol, koffie, thee en tabak af. Maar wel moet worden bedacht, dat hierachter wettische geesten schuilgaan (zie Col. 2: 20 t/m 23 in Het Boek!). Hun trouw en loyaliteit aan de wereldlijke machten maken hen tot een overal snel geaccepteerde gemeenschap. Mormonen zitten vaak op hooggeplaatste bestuurlijke zetels in de Amerikaanse politiek (14).

Tempelrituelen
De Mormonen kennen kerkgebouwen en tempels. Niet-Mormonen mogen alleen in de kerken komen, maar niet in de tempels. De tempels zijn geheel anders ingericht. Wat gebeurt er in deze met de meeste geheimhouding verzegelde Mormonentempels, die er heel prachtig uitzien, en tot in de perfectie af zijn, en waar men niet met elkaar mag praten, maar slechts fluisteren? (28). De rituelen (“ordinances”), die alleen in de tempel mogen worden verricht, zijn zeer belangrijk, want ze worden gezien als het enige middel om gered te kunnen worden, en om tot goddelijkheid verhoogd te kunnen worden (Leer en Verbonden 132: 19-20). Mevrouw Camacho, een in Nederland wonende ex-Mormoon zegt: “Wij moeten zóveel doen voor mensen, zoveel rituelen, beloften en werken om de zaligheid te verdienen. Waar blijft het offer van Christus dan?” (28).
Mormonen stellen dat de tempelceremoniën zijn overgenomen van de Hebreeuwse traditie. Zij beweren ook dat de vroege kerk, zoals zij gesticht is door Jezus Christus en Zijn apostelen, deze tempelrituelen praktiseerde. De Bijbel kent echter geen geheime tempelrituelen (Joh. 18:20). En terwijl in het Oude Testament de tempel in Jeruzalem diende als de woonplaats van God (Ps. 5:7; Luc. 19: 45-46), leert het Nieuwe Testament (1 Cor. 3:16, Joh. 14:20; 1 Cor. 6:19) ons dat het nu de gelovigen zijn, die als individu en als geloofsgemeenschap de tempel van God vormen. We zien ook nu weer het niet-bijbelse karakter van het Mormonisme (20).
De Mormonentempels dienen onder meer voor het uitvoeren van ongebruikelijke rituelen, die in de loop van de tijd vele malen herzien zijn. Er worden ook rituelen uitgevoerd voor reeds overleden Mormonen, zoals het doopsel voor de doden. In iedere Mormonentempel is een groot doopvont aanwezig. Het bassin van de bijbelse tempel werd echter niet gebruikt om te dopen, zoals de kerk van Mormon leert. En voorts worden, naast het normale burgerlijke huwelijk, huwelijken voltrokken met de bedoeling eeuwige huwelijken te garanderen zodat Mormonen kinderen kunnen krijgen nadat ze, na hun overlijden, goden en godinnen zijn geworden (2, 20). Zo worden overleden gehuwde vrouwen door een Mormoonse hogepriester ten huwelijk genomen, waarvan een acte wordt opgemaakt. Ook het Mormoonse tempelritueel van het eeuwig huwelijk is nooit gepraktiseerd in de bijbelse tempel. Zo’ n tempelritueel wordt in de bijbel niet éénmaal genoemd, noch in de oude Joodse literatuur noch in de vroeg-christelijke geschiedenis. Integendeel, in Rom. 7:2 verklaart de apostel Paulus duidelijk dat het huwelijk alleen bestemd is voor het aardse leven: ‘Want de gehuwde vrouw is door de wet aan haar man gebonden, zolang deze leeft; wanneer echter de man sterft, is zij ontslagen van de wet, die haar aan die man bond’ (45). En Jezus zegt in Matt. 22:30 toch duidelijk dat er in de hemel geen huwelijken zullen zijn! Men ziet bij het Mormonisme ook hier weer het onbijbels denken.
Bepaalde rituelen, zoals met name de inwijdingsrituelen, beginnen met ceremoniële wassingen en zalvingen. Daarna krijgt iedere deelnemer een nieuwe naam en een kledingstuk, dat de symbolische kracht zou hebben om fysieke en geestelijke gevaren af te weren. Vervolgens volgt de zgn. “Endowment”, wat in essentie een verwrongen voorstelling is van de val van de mens met Adams zogenaamde aanvaarding van de leerstellingen van de Mormonen. Tenslotte moet de deelnemer een aantal eden afleggen en enkele vragen juist beantwoorden teneinde tenslotte door een gordijn te mogen gaan (20). Dit alles doet denken aan de sfeer bij de inwijdingen bij de Vrijmetselarij. De rituelen kennen ook overeenkomsten met het tempelritueel van Nimrod (Babylon), Isis en Osiris (Egypte), en hekserij. Veel van de rituelen in het Mormonisme hebben dus hun oorsprong in zowel bijgeloof, heidendom en occultisme, als in de Vrijmetselarij. Ook vinden er inwijdingen voor reeds gestorvenen plaats. Hun namen worden gehaald uit de grote genealogische bibliotheek (3). Deze bibliotheek wordt voorzien van gegevens doordat in zeer vele landen teams bezig zijn om alle doopboeken en geslachtsregisters op microfiches vast te leggen.
In het kader van de tempeldienst willen we nog wijzen op het feit, dat de Mormoonse kerk beweert het Aäronse priesterschap te hebben hersteld. Maar dit is niet mogelijk, omdat de in het boek van Mormon genoemde Hebreeuwse immigranten beschreven worden als afstammelingen van Jozef (1 Nephi 5:16) of Manasse, die geassocieerd worden met Jozef (Alma 10:3), en dus niet van de stam van Levi, en dus nooit het rechtmatig Aärons priesterschap kunnen hebben uitgeoefend. Immers de Bijbel leert heel expliciet dat alleen mannen van de stam van Levi en van het geslacht van Aäron gerechtigd zijn om als priester in het tempelheiligdom als priester te dienen (o.a. Num. 3:10; Num. 18: 1 t/m 7). Bovendien is, zoals we hierboven zagen, in het Nieuwe Testament niet meer sprake van een tempel als gebouw, maar is degene, die in Jezus Christus als Verlosser gelooft, een tempel van de Heilige Geest (45).
Conclusies
We kunnen conclusies trekken uit de gegevens wat betreft de persoon van Joseph Smith, wat betreft de bron, waaruit geput werd, en wat betreft de inhoud van de geschriften en de leer van de Mormonen. Joseph Smith was geen profeet van God, maar iemand, die zich vanuit verwerping ernaar streefde iemand te zijn, en daardoor zich openstelde voor occulte misleiding, fantasie en bedrog [het artikel van Clark Julius (8) geeft een zeer duidelijk beeld van de onbetrouwbaarheid van Smith]. En daarmee samenhangend, is de bron ook niet uit God, en zijn de geschriften van de Mormonen in strijd met de Bijbel.
Het is daarom onmiskenbaar, dat ondanks enkele ogenschijnlijke overeenkomsten met het christelijke geloof en het gebruik van deels dezelfde terminologie (maar met vaak een andere inhoud), de conclusie moet worden getrokken, dat Mormonisme moet worden gezien als een niet-christelijke sekte (22). Mormonisme is een karikatuur van het christelijk geloof, een gevaarlijke vermenging van kerk en wereld, van vlees en geest, en van christelijke, heidense en occulte elementen (7).
De zgn. ‘Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’ kan dus beslist niet worden gezien als enige waarachtige kerk die gerechtigd is de naam van Jezus Christus te dragen en die Zijn goddelijk gezag zou bezitten, zoals de Leringen van Joseph Smith (pag. 135) willen doen geloven. Als Brigham Young, de opvolger van Smith, zegt: “De zonde van de christelijke denominatie is dat zij het licht (Joseph Smith) dat tot hen is gekomen is, verworpen hebben”, dan blijkt daaruit de verdwazing en misleiding van de leer van de Mormonen.
Het bolwerk van het Mormonisme is in wezen gebaseerd op een bij elkaar gefantaseerd en / of occult geïnspireerd boek dat inspeelde op de in de 19de eeuw populair zijnde afstammingstheorieën, waarbij vooral Engelsen en Amerikanen hun eigenwaarde probeerden op te krikken met een vermeende goddelijke afstamming (33). Door heel hun lering waart de schaduw van de engel Moroni (een fantasiefiguur of een boze geest uit het rijk van satan) en de profeet Joseph Smith, die op bijna afgodische wijze wordt vereerd (2).
Voor de verkondiging en verbreiding van het Koninkrijk van God is het boek van Mormon absoluut niet nodig. Het is niet geïnspireerd door de Heilige Geest. Het een misleiding die mensen alleen maar onnodig bezighoudt en ze afhoudt van de kern van het evangelie, namelijk het leren kennen van Jezus Christus en het zich uitstrekken naar de volheid van de Heilige Geest. Achter het ontstaan van het Mormonisme zit een misleidende geest die als opdracht heeft de mens van het ware evangelie van Jezus Christus af te houden.
In het christelijk geloof is Jezus Christus de centrale Persoon. Hij is het Lam van God, dat stierf om ons te verlossen van onze zondeschuld. Voor de Mormonen heeft Christus, de Gezalfde, niet de centrale plaats, maar is Jezus als het ware een voorloper van Joseph Smith, wiens naam in hun leringen vele honderden malen vaker wordt genoemd dan die van Jezus (2). Op grond van eerder genoemde gegevens kunnen we stellen dat Joseph Smith een valse profeet was, als men nog van profeet zou kunnen en willen spreken. Eerder ‘verdient’ hij de titel van fantast en bedrieger, bij wie fantasie en occulte beïnvloeding door elkaar heen liepen.
Net als bij de bespreking in Promise van juli 2000 (18) van het new age boek ‘Een cursus in wonderen’, waarbij sprake is van een zgn. boodschapper uit de geestelijke wereld, kan met de woorden van de apostel Paulus ook ten aanzien van het Mormonisme gezegd worden: “Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een ander evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt. Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt” (Gal. 1: 8 en 9). Het is daarom zeer bedroevend, dat een leugenbolwerk als het Mormonisme, dat gebaseerd is op fantasie en dwalingen, en omgeven is met een waas van heidendom, miljoenen mensen in de ban heeft.

Slotopmerking
In dit artikel is fundamentele kritiek geuit op de leer en het wettische systeem van de Mormoonse kerk, maar wij willen benadrukken, dat wij de mensen, die in het misleidend systeem gevangen zijn, niet verwerpen of veroordelen. Immers het gaat om mensen met gemeenschapszin en offervaardigheid, om nette, eerlijke en liefhebbende mensen met goede bedoelingen. Zo is men serieus bezig met het opleiden van jonge mensen (al vanaf hun 12de jaar) tot priester en oudste (2). Maar die goede intenties zijn geen garantie voor waarheid. Mormonen zijn in de ban gekomen van een indoctrinatiesysteem, dat een duistere achtergrond heeft, waardoor men niet opmerkt dat men bedrogen wordt. Van belang is het om met liefde en respect van de Heer Jezus Christus, dus zoals Hij ons behandelt, met Mormonen om te gaan en hen de kracht van de Heilige Geest te laten zien, waardoor ze getrokken kunnen worden door Zijn liefde en heerlijkheid. Wat zou ik graag wensen, dat de Mormonen Jezus zullen leren kennen, net zoals een ex-Mormoon heeft meegemaakt. Hij schrijft in zijn brief: “De belangrijkste reden om de Mormoonse kerk te verlaten, was het vinden van Jezus Christus. En Hij vond mij” (12). Mormonen zouden moeten durven inzien, hoe zij de leugens uit het rijk van satan, hebben geloofd. Bekeerde Mormonen zouden hetzelfde moeten doen als de heidenen vroeger, toen deze tot geloof in Jezus Christus kwamen, namelijk dat ze al hun heidense boeken zouden verbranden (tegenwoordig: in de papierversnipperaar zouden gooien), en een nieuw leven met Jezus beginnen. Alleen Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven. Wie Hem oprecht zoekt, zal Hèm vinden!

Drs. Piet Guyt
Juli 2004
Literatuur en noten
(De in het artikel genoemde cijfers tussen haakjes zijn verwijzingen naar het nummer in onderstaande lijst)
1. Anderson, Lavina Fielding, The Garden God Hath Planted: Explorations Toward a Maturing Faith. In Sunstone, oktober 1990, pag. 26-27.
2. Baaren, J.I. van, Mormonen en hun geloof, Stichting Moria, 1977.
3. Baaren, J.I. van, Mormonen en hun leer in het licht van de Bijbel, Stichting Moria, 1986.
4. Bijbel.
5. Boek van Mormon (Geschrift van de Mormonen).
6. Bouwman, Willem. ‘Geïnspireerde broers doden hun schoonzus’. In: Nederlands Dagblad van 18 juni 2004.
7. Christelijke encyclopedie, deel 5, Kok, Kampen 1960.
8. Clark Julius, C., Joseph Smith. The Philalethes – August 1987. (2think.org) (www.lds-mormon.com/jsmith.shtml).
9. Cowdrey, Wayne. L., Who really wrote the Book of Mormon?
10. Discourses of Brigham Young (Geschrift van de Mormonen).
11. Evangelieleer van Joseph F. Smith (6de president) (Geschrift van de Mormonen).
12. Evans, Daniel, Letter to Ezra Taft Benson, President of the Mormon Church, 15 november 1993.
13. Evansen, Glenn en Joel B. Groat, Joseph Smith and the Kinderhook Plates Overview and Current Perspectives, Institute for Religious Research, 2003. (http://www.irr.org)
14. Eyck, Marc, Wat geloven de Mormonen? Katholiek Nieuwsblad, 8 februari 2002.
15. Groat, Joel B., A Mormon General Authority’s Doubts About the Authenticity of the Book of Mormon. (http://www.irr.org)
16. Groat, Joel B., Occultic and Masonic Influence in Early Mormonism, Institute For Religious Research, 1999. (http://www.irr.org)
17. Groat, Joel B., Translation or Divination? Institute For Religious Research, 1999. (http://www.irr.org)
18. Guyt, Piet, Is ‘Een cursus in wonderen’ uit God of niet?. In: Promise van juli 2000.
19. Hanegraaff, Hank, The Basics Of Mormonism, Christian Research Institute, Rancho Santa Margarita. (www. equip.org)
20. Hanegraaff, Hank, Mormon Temple Rituals, Christian Research Institute, Rancho Santa Margarita. (www. equip.org)
21. Hanegraaff, Hank, Did Jesus appear in America? Christian Research Institute, Rancho Santa Margarita. (www. equip.org)
22. Hanegraaff, Hank, What is Mormonism? Christian Research Institute, Rancho Santa Margarita. (www. equip.org)
23. History of the Church (meer dan 20 dikke delen)(Geschrift van de Mormonen).
24. Is Mormonism Christian? A Comparison of Mormonism and Historic Christianity, Institute for Religious Research, 1999. (http://www.irr.org)
25. Journal of Discourses (Geschrift van de Mormonen).
26. Kimball, Stanley B., Kinderhook Plates Brought to Joseph Smith Appear to be a Nineteenth-Century Hoax. In: Ensign 11 van augustus 1981, pag. 69-70.
27. Kirby, Gilbert, The Mormoms.
28. Koops, Ronald, Salt Lake Sekte. In Visie maart 2002. (op basis van dossier ‘Geestelijke stromingen’ onder ‘Naar Buiten’ op http://www.eo.nl/predikanten).
29. Krakauwer, Jon. In de ban van de hemel. Een verhaal over gewelddadig geloof. Uitg. Prometheus Amsterdam 2004.
30. Larson, Charles, By His Own Hand Upon Papyrus: A New Look at the Joseph Smith Papyri, Institute for Religious Research, 1992.
31. Leer & Verbonden (Geschrift van de Mormonen).
32. Leringen van de profeet Joseph Smith (Geschrift van de Mormonen).
33. Maanen, Alexander van, Mormonen. (www.faq-online.nl/verslagen/geloofsovertuigingen/mormonen)
34. Newell, Linda King & Valeen Tippets Avery, Mormon Enigma: Emma Hale Smith, 2nd ed., University of Illinois Press, 1994.
35. Parel van Grote Waarde (Geschrift van de Mormonen).
36. Persbureau Het KNP, Wereldwijd snelle groei Mormonen, Lienden 19 juli 2004.
37. Priest, Josiah, Wonders of Nature and Providence (gepubliceerd in 1824 in New York, slechts 30 kilometer verwijderd van de plaats waar Joseph Smith van 1815 tot 1830 woonde. Het bevatte de bijna algemeen aanvaarde opvatting dat de Indianen de afstammelingen zouden zijn van de Hebreeën).
38. Quinn, D. Michael, Early Mormonism and the Magic World View, Signature Books, SLC, 1987, pag. 143.
39. Rigdon, Sidney, A Portrait of Religious Excess, Signature Books, SLC, 1994, pag. 57.
40. Roberts, Brigham. H., Book of Mormon Difficulties (1ste manuscript in 1922).
41. Roberts, Brigham. H., A Book of Mormon-Study (2de manuscript in 1922).
42. Roberts, B. H., Studies of the Book of Mormon, 2nd edition (Salt Lake City: Signature Books, 1992).
43. Smith, Ethan, View of the Hebrews (published in 1823 in Poultney, Vermont, only a few miles from Windsor, Vermont where Joseph Smith’s family lived until he was ten years of age. Roberts considered it “probable” that Ethan Smith’s book was “either possessed by Joseph Smith or certainly known by him, for [it] was surely available to him” — Studies of the Book of Mormon, pag. 153.)
44. Wilson, Luke P., Contradictions Between the Book of Mormon and the Bible. Institute for Religious Research, 1999. (http://www.irr.org)
45. Wilson, Luke P., Zijn Mormonen tempels christelijk? Institute for Religious Research, 2001. (http://www.irr.org/mit/temple-dutch.html)
46. Wilson, Luke P., The Thorn in Joseph’s Side, een boekbespreking van het boek “Mormon Enigma: Emma Hale Smith”, 2nd ed. van de schrijfsters Linda King Newell & Valeen Tippets Avery, Institute for Religious Research, 1999. (http://www.irr.org)
47. In 1890, 11 jaar na de dood van Emma, werd haar overtuiging door de Mormoonse kerk overgenomen, en werd polygamie door de opvolger van Brian Young (die 27 vrouwen en 52 kinderen had), namelijk Wilford Woodreff, afgeschaft.
48. Een ex-Mormoon verzucht: “Als profeten de volgelingen niet zouden kunnen misleiden (zoals de Mormoonse kerk stelt), waarom leert de kerk nu (en wel terecht), dat de visie van Young nu als een valse leer moet worden beschouwd?”.
49. Robertson, Judy, Uit de greep van de mormonen. Een vrouw op zoek naar de waarheid, Heerenveen (Barnabas, 2003) en de bijbehoren website: http://www.concernedchristians.org

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s