‘Gemeenten onttrekken zich aan zorgplicht burgers’

Aanklikken 
 
 
 
 

zaterdag 14 mei 2011 door Marc Chavannes

Had Donner al nagedacht toen hij aan de openbaarheid van bestuur begon te morrelen?

 

Driedelig op herenrijwiel. Minister Piet-Hein Donner laat zich graag kennen als een ouderwets bestuurder. Een jurist die nog weet hoe het hoort.
Die suggestie van staatkundige degelijkheid heeft de minister van binnenlandse zaken vorige week lelijk op de proef gesteld. Het leek of hij de stand van de Nederlandse democratie minder goed begrijpt dan bij zijn loopbaanperspectief past.
In een toespraak op de Dag van de Persvrijheid nam Donner de draad op die hij zeven jaar geleden had gesponnen. Ook toen streek hij een gehoor van journalisten bewust  tegen de haren in met zijn stelling dat er in Nederland eerder  te veel dan te weinig persvrijheid is. Ook toen was de toon mild provocerend, tussen badinerend en bezorgd.
Deze keer was de knuppel in het hoenderhok gevaarlijker. De gerijpte bestuurder liet het niet bij kritiek. Hij kondigde nu in omfloerste termen aan dat het wettelijk recht op openbaarheid gesnoeid moet worden. Sommigen maken misbruik van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). De minister beloofde voorstellen tegen dat misbruik. Daar liet hij het niet bij.
De man die het allemaal heeft gezien stelde doodleuk vast dat al die openbaarheid van bestuur de ‘beleidsintimiteit’ aantast. Bestuurders en hun ambtelijke adviseurs komen niet meer tot vernieuwing als iedere brainstormsessie integraal moet worden overgelegd op ieder ‘schot hagel’ van de journalist die verlegen zit om een nieuwtje.
Dat was al geregeld. We hoeven niet te horen welke ambtenaar welk idee opperde. In de wet staat dat ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ mogen worden overgelegd in ‘niet tot personen herleidbare vorm’. De minister wil dus meer. Hij is uit op inperking van het recht op informatie.
Waar Donner kennelijk van droomt is dat burgers en hun vooruitgeschoven posten bij de pers rustig wachten op een besluit of wetsontwerp. Hoe de worst gemaakt wordt is geen verheffend spektakel, zegt hij, vrij naar Bismarck. De Haagse veteraan kan het weten. Soms wordt van onvolledige of eenzijdige gegevens uitgegaan, al of niet aangedragen door behartigers van deelbelangen. Reden te meer die niet voor eeuwig te verbergen achter het slagersschort.
Waar het met die openbaarheid echt over gaat, definieert Donner in zijn lezing intussen prima. ,,Het is een middel om in het algemeen belang een controleerbaar en behoorlijk bestuur te bewaken.” Maar vervolgens scheurt hij daar flinke repen van af. Want we moeten natuurlijk oppassen met ‘ontijdige openbaarheid’ of ‘misplaatste openbaarheid’. Voor wie het niet goed begrijpt: ,,De overheid moet zo openbaar zijn, als het algemene belang vergt.”
Wie kan het beste beoordelen wat ‘tijdig’ en ‘goedgeplaatst’ is, en net genoeg voor het algemeen belang? De overheid, Piet-Hein Donner. Die daarna, bijna griezelig modern, alsof hij zijn das thuislaat, doorpiekert over ‘de kosten van openbaarheid’ – we willen toch dat de overheid minder kost? Om tenslotte zijn staatkundig gezag uit het raam te gooien door te zwijmelen dat ‘bestuur en pers’ elkaar nodig hebben. Hij zelf komt overigens niet: ,,Informele contacten tussen journalist en persvoorlichter dragen [aan onderling begrip] meer bij dan procedures en geschillen.”
Om van je fiets te vallen. Er is niets tegen een kop koffie, menig voorlichter is kundig en behulpzaam. Maar de minister, die als eerste gaat over het welzijn van ons democratisch bestel, jaagt het journaille de bar van Nieuwspoort in, terwijl hij een fundamenteel recht kleineert. Wij mogen minder vragen terwijl die overheid steeds meer over ons wil weten en bewaren. Heeft deze minister goed nagedacht over wat er aan de hand is in Nederland? Veenbrand, weggelekt vertrouwen in de politiek als eerlijk beheerder van ons aller overheid.
Het recht op openbaarheid van bestuur is maar één onderdeel van een evenwichtige relatie tussen burger en overheid. Is het Donner ontgaan dat dit kabinet ook de toegang tot de rechter wil bemoeilijken door de griffierechten sterk te verhogen? Dat dit kabinet het recht van burgers om bezwaar te maken tegen allerlei ruimtelijke plannen blijvend wil beperken door het permanent maken van de Crisis- en Herstelwet? En dan nu het recht op informatie beknotten?
Het argument bij al deze snoeioperaties is misbruik van procedures die het tempo uit het bestuur halen. Als u ons even onze goddelijke gang laat gaan, dan komt het helemaal goed. De burger stil en de problemen naar de gemeentes.
De minister hoeft niet de hele dag te twitteren met wie hij nu weer praat, maar dit is één aanslag te veel op de machtsbalans  tussen overheid en burger. Zoals WRR-lid Pieter Winsemius deze week in Trouw zei: ,,Mensen begrijpen best dat zij hun zin niet (altijd) krijgen, maar ze moeten wel serieus genomen worden.”
Denkt Piet-Hein Donner echt dat weer een scheutje daadkracht de oplossing is? Van een overheid die zich van ons verwijdert. Openbaarheid van bestuur is een middel om het vertrouwen tussen burger en bestuur te bewaren. Of te herstellen. Wie dat in 2011 afdoet als ‘staatssteun voor de pers’, die begrijpt niet dat de legitimiteit van onze democratie op het spel staat.
Al met al geen aanbeveling voor een belangrijke CDA-kandidaat voor de vrijkomende post van vice-president van de Raad van State. Die functionaris waakt van oudsher over het welzijn van ons democratisch bestel. De Raad is ook de hoogste bestuursrechter die oordeelt over geschillen inzake openbaarheid van bestuur. Wat Donner daar van vindt weten we al.
Dit verhaal is geplaatst op zaterdag 14 mei 2011 om 08:54 uur. Trackbacken vanaf uw eigen site is mogelijk. (Wat is trackbacken?)

22 september 2009 | Welzijn
Steeds meer Nederlanders komen in financiële moeilijkheden, wat in sommige gevallen kan resulteren in een ontruiming van de woning. Als een huurder niet bij deze ontruiming aanwezig is, wordt de inboedel op straat gezet en in sommige gevallen zelfs vernietigd. Wie er vervolgens verantwoordelijk is voor de persoonlijke spullen van de ex-bewoner is vaak onduidelijk. Woningcorporaties en gemeenten wijzen met het vingertje naar elkaar.
Steeds meer Nederlanders komen in financiële moeilijkheden, wat in sommige gevallen kan resulteren in een ontruiming van de woning. Als een huurder...

Richtlijnen
Zo bleek uit de uitzending van het consumentenprogramma Radar van 14 september jl. Tijdens het programma werd een aantal voorbeelden aangehaald waaruit bleek dat de inboedel na woningontruiming bij het grofvuil werd gezet en in een aantal gevallen zelfs vernietigd.

Hoewel burgers in de veronderstelling zijn dat hun inboedel bij de gemeente wordt opgeslagen, blijken hier geen eenduidige richtlijnen voor te zijn.

Zorgplicht
Volgens John Wisseborn, voorzitter van de Koninklijke Beroepsorganisaties van Gerechtsdeurwaarder (KBVG) onttrekken gemeenten zich aan hun zorgplicht voor burgers. Hij pleit dan ook voor duidelijke regels over wie verantwoordelijk is voor de inboedel van mensen die hun huis worden uitgezet. Tweede kamerlid Hans Spekman (PvdA) zal de minister hier binnenkort vragen over stellen.

VNG
VNG is verbaasd over het beeld dat in de uitzending werd geschetst. Volgens de vereniging is er helemaal geen sprake van onttrekking van de zorgplicht door gemeenten. ‘We willen niets afdoen aan de problemen waar deze mensen mee te kampen hebben. In dit geval heeft Radar twee gevallen uitgelicht waarvan één meneer zijn post niet heeft opengemaakt en de ander emotioneel uit zijn doen was. Door deze twee incidenten op zo’n manier in beeld te brengen, met een zielig muziekje er onder, wordt een scheef beeld geschetst’, zegt Gjalt Rameijer , persvoorlichter bij VNG.  

Preventief
Volgens Rameijer staan gemeenten mensen die gedwongen hun huis uit worden gezet zo veel mogelijk bij. Ze helpen met het zoeken naar vervangende woonruimte en bieden vaak al binnen enkele dagen ondersteuning via de schuldhulpverlening. ‘Het zijn de deurwaarders die de huisraad op straat zetten, niet de gemeenten. Bovendien blijkt uit een uitspraak van de Raad van State dat het hier gaat om een juridisch geschil tussen huurders en verhuurders. Gemeenten worden juist geconfronteerd met huisraad dat op straat achterblijft, omdat ze niet tijdig op de hoogte worden gebracht van voorgenomen ontruimingen. Als zij wel op tijd worden geïnformeerd, proberen ze met betrokken instanties preventieve maatregelen te nemen. Overigens wordt er wel gewerkt aan regelgeving om de verantwoordelijk op dit gebied bij gemeenten neer te leggen, maar daar weet ik het fijne niet van’, aldus Rameijer.

Reacties

Nadja Jungmann

27 september 2009

Ik sluit me op dit punt helemaal aan bij Maarten. Voor de meeste mensen die een beroep doen op de schuldhulpverlening geldt dat zij niet alleen financiele problemen hebben. Ze hebben ook allerlei andere problemen. Onze maatschappij is te ingewikkeld voor ze waardoor ze geen gebruik maken van allerlei voorzieningen die ze nodig hebben om het hoofd boven water te houden (huur- en zorgtoeslag, minimabeleid etc.). Of ze hebben andere problemen zoals relatieproblemen, problemen bij het opvoeden van de kinderen of een verslaving. Tegen deze achtergrond is de gemeente bij uitstek de beste partij om schuldhulpverlening uit te voeren. Zij kan -in tegenstelling tot de rechtbanken- er voor zorgen dat de schuldhulpverlening onderdeel is van een breder integraal traject waarin de schuldenaar geholpen wordt met alle problemen die er spelen. Daarmee wordt de kans op nieuwe schulden in de toekomst een stuk kleiner dan bij een wettelijk (Wsnp) traject waarin alleen de schuldenproblematiek wordt opgelost.

Om de bovendstaande ideale situatie te realiseren moeten gemeenten nog wel een flinke stap zetten. Er zijn nog te veel gemeenten met(te) lange wacht- en doorlooptijden, te veel uitval en te weinig dossiers waarin de schuldenaar daadwerkelijk aan een schuldenvrije toekomst wordt geholpen. Het wettelijk kader minnelijke schuldhulpverlening waar Maarten en Gjalt naar verwijzen, verplicht gemeenten om straks de hierboven geschetste integrale schuldhulpverlening aan te bieden. De…

Maarten Bergman

24 september 2009

Beste Geert,
De Wsnp heet niet voor niets het sluitstuk van de schuldhulpverlening (SHV). Het minnelijk traject/Gedragscode NVVK bestaat sedert 1979, de Wsnp sedert 1998. Dat SHV via gemeenten niet volmaakt is, behoeft geen betoog. De Wsnp is dat ook niet. Bovendien is het wettelijk traject veeleisender en daarmee zwaarder voor de schuldenaar. Iedere debiteur per definitie daarnaartoe verwijzen is behalve onredelijk, kort door de bocht. Eerst maar eens afwachten wat het wettelijk kader minnelijke schuldhulpverlening kan betekenen (de regelgeving waarnaar Rameijer in bovenstaand artikel verwijst).

Geert Benedictus

24 september 2009

De overheid kan 300 miljoen euro besparen door schuldsanering via de WSNP te laten lopen.
De kredietbanken en gemeenten kunnen zich dan toeleggen op preventie.
Schuldsanering via gemeenten is een doodgeboren kindje. Wees wijs en kies voor het wettelijke traject schuldsanering.

Over anaconda15

1.80 meter lang blauwe ogen Nederlands Techneut en gek op wetenschap Erg handig en visionair
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s